De El Niño van 2026–2027 versterkt snel en NOAA schat de kans op een zeer sterke fase deze herfst en winter op meer dan 90 procent. Een Niño 3.4 afwijking rond +3,0 °C in een weekmeting is geen definitief record: gebruikte datasets, referentieperioden en tijdschalen verschillen.
Gepubliceerd doorAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 2
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: What evidence shows that the 2026 El Niño has already become the strongest in more than 170 years of observations—reaching roughly a 3.05–3.. Article summary: The evidence supports an exceptionally strong and still strengthening 2026–27 El Niño, but it does not yet support treating a 3.05–3.07°C daily/weekly Niño‑3.4 anomaly as a definitive, directly comparable “strongest in 1. Topic tags: general web, video, education, climate, data. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts
De beschikbare gegevens wijzen op een uitzonderlijk sterke El Niño die nog verder kan aantrekken. Maar een dagelijkse of wekelijkse Niño-3.4-afwijking van circa +3,05 tot +3,07 °C is nog geen sluitend bewijs dat dit al de sterkste El Niño in meer dan 170 jaar waarnemingen is.
NOAA formuleert het voorzichtiger: de Amerikaanse weerdienst ziet meer dan 90% kans op een zeer sterke El Niño in de herfst en winter van 2026–2027 op het noordelijk halfrond. Het officiële oordeel blijft dus een verwachting over de komende seizoenen, geen reeds vastgestelde all-time-recordclaim. 1
2
Halverwege september kwam de wekelijkse Niño-3.4-index uit rond +3,0 °C. Tegelijk nam de hoeveelheid warm water onder het oppervlak van de tropische Stille Oceaan sterk toe. Dat zijn duidelijke signalen dat El Niño snel intensiveert. Alle 22 modellen die het International Research Institute for Climate and Society volgt, voorzagen op dat moment verdere versterking en voortduring in de winter. 16
Toch zijn zulke waarden niet zonder meer naast historische recordwaarden te leggen. Een weekgemiddelde, een maandgemiddelde en een seizoensgemiddelde meten niet hetzelfde. Ook kunnen de referentieperiode voor het klimaatgemiddelde, de gebruikte zeewatertemperatuurdata en correcties voor langjarige opwarming verschillen.
Voor officiële vergelijkingen gebruikt NOAA onder meer een drie-maands, gecorrigeerde RONI-index (Relative Oceanic Niño Index). De maandwaarde voor Niño-3.4 die NOAA voor augustus rapporteerde was +1,8 °C. In de officiële prognose van september werd voor oktober–december een kans van 75% genoemd op een historische gebeurtenis die sterker is dan eerdere El Niño's sinds 1950, gedefinieerd als minstens +2,5 °C op de drie-maands RONI. Dat is een krachtige prognose, maar geen bevestiging dat het record al is gebroken. 2
6
De officiële NOAA-prognose gaat uit van verdere versterking tot het einde van het jaar. Het experimentele SPEAR-model van NOAA's Geophysical Fluid Dynamics Laboratory verwacht eveneens een historisch sterke piek in de late herfst of vroege winter, al lag de septemberraming iets lager dan die van een maand eerder. Alle 30 modelleden in die berekening wijzen nog steeds op een gebeurtenis die kan wedijveren met, of mogelijk sterker kan zijn dan, de zwaarste bekende El Niño's. 5
7
Een mogelijke piek rond +4,1 °C moet daarom worden gezien als een scenario aan de bovenkant van de modeluitkomsten, niet als een officiële NOAA-voorspelling of een nauwkeurige puntverwachting. De onzekerheidsmarge is aanzienlijk.
De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) verwacht dat El Niño vrijwel zeker tot en met februari 2027 aanhoudt. Volgens de WMO kan het verschijnsel risico's op overstromingen, droogte en extreme hitte in verschillende delen van de wereld vergroten. El Niño verschuift echter kansen: het garandeert geen specifieke ramp, regenperiode of temperatuurafwijking in ieder land. 18
Voor de Verenigde Staten wijst NOAA's seizoensverwachting voor oktober tot en met december op verhoogde kansen op bovennormale temperaturen in grote delen van Alaska, het westen en vrijwel alle gebieden ten oosten van de Mississippi. Bij een sterke El Niño is de gebruikelijke wintertendens bovendien een actievere zuidelijke stormbaan, met grotere kans op natter weer in delen van het zuiden van de VS en relatief mildere omstandigheden in veel noordelijke gebieden. Dit zijn seizoenssignalen, geen voorspelling van afzonderlijke stormen of lokale neerslagsommen. 3
4
De opwarming van de equatoriale Stille Oceaan werkt niet onmiddellijk volledig door in de mondiale jaargemiddelde temperatuur. De overdracht van warmte van oceaan naar atmosfeer, veranderingen in tropische convectie en de manier waarop jaargemiddelden worden berekend zorgen doorgaans voor een vertraging van enkele maanden.
Omdat deze El Niño naar verwachting pas laat in 2026 of vroeg in 2027 piekt en minstens tot februari aanhoudt, is de grootste bijdrage aan de mondiale gemiddelde temperatuur waarschijnlijker in 2027 zichtbaar. De WMO noemt 2027 dan ook als een jaar met potentie om het warmste ooit gemeten jaar te worden. 18
Kortom: de aanwijzingen voor een zeer uitzonderlijke El Niño zijn sterk. Maar de uitspraak dat hij nu al onomstotelijk de sterkste in meer dan 170 jaar is, loopt vooruit op de officiële, vergelijkbare seizoensmetingen die nog moeten volgen.
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
De El Niño van 2026–2027 versterkt snel en NOAA schat de kans op een zeer sterke fase deze herfst en winter op meer dan 90 procent.
De El Niño van 2026–2027 versterkt snel en NOAA schat de kans op een zeer sterke fase deze herfst en winter op meer dan 90 procent. Een Niño 3.4 afwijking rond +3,0 °C in een weekmeting is geen definitief record: gebruikte datasets, referentieperioden en tijdschalen verschillen.
NOAA verwacht verdere versterking richting eind 2026 of begin 2027, maar geeft nog geen definitieve verklaring af dat alle historische records zijn gebroken.
De El Niño van 2026–2027 versterkt snel en NOAA schat de kans op een zeer sterke fase deze herfst en winter op meer dan 90 procent. Een Niño 3.4 afwijking rond +3,0 °C in een weekmeting is geen definitief record: gebruikte datasets, referentieperioden en tijdschalen verschillen.
Gepubliceerd doorAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 2
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: What evidence shows that the 2026 El Niño has already become the strongest in more than 170 years of observations—reaching roughly a 3.05–3.. Article summary: The evidence supports an exceptionally strong and still strengthening 2026–27 El Niño, but it does not yet support treating a 3.05–3.07°C daily/weekly Niño‑3.4 anomaly as a definitive, directly comparable “strongest in 1. Topic tags: general web, video, education, climate, data. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts
De beschikbare gegevens wijzen op een uitzonderlijk sterke El Niño die nog verder kan aantrekken. Maar een dagelijkse of wekelijkse Niño-3.4-afwijking van circa +3,05 tot +3,07 °C is nog geen sluitend bewijs dat dit al de sterkste El Niño in meer dan 170 jaar waarnemingen is.
NOAA formuleert het voorzichtiger: de Amerikaanse weerdienst ziet meer dan 90% kans op een zeer sterke El Niño in de herfst en winter van 2026–2027 op het noordelijk halfrond. Het officiële oordeel blijft dus een verwachting over de komende seizoenen, geen reeds vastgestelde all-time-recordclaim. 1
2
Halverwege september kwam de wekelijkse Niño-3.4-index uit rond +3,0 °C. Tegelijk nam de hoeveelheid warm water onder het oppervlak van de tropische Stille Oceaan sterk toe. Dat zijn duidelijke signalen dat El Niño snel intensiveert. Alle 22 modellen die het International Research Institute for Climate and Society volgt, voorzagen op dat moment verdere versterking en voortduring in de winter. 16
Toch zijn zulke waarden niet zonder meer naast historische recordwaarden te leggen. Een weekgemiddelde, een maandgemiddelde en een seizoensgemiddelde meten niet hetzelfde. Ook kunnen de referentieperiode voor het klimaatgemiddelde, de gebruikte zeewatertemperatuurdata en correcties voor langjarige opwarming verschillen.
Voor officiële vergelijkingen gebruikt NOAA onder meer een drie-maands, gecorrigeerde RONI-index (Relative Oceanic Niño Index). De maandwaarde voor Niño-3.4 die NOAA voor augustus rapporteerde was +1,8 °C. In de officiële prognose van september werd voor oktober–december een kans van 75% genoemd op een historische gebeurtenis die sterker is dan eerdere El Niño's sinds 1950, gedefinieerd als minstens +2,5 °C op de drie-maands RONI. Dat is een krachtige prognose, maar geen bevestiging dat het record al is gebroken. 2
6
De officiële NOAA-prognose gaat uit van verdere versterking tot het einde van het jaar. Het experimentele SPEAR-model van NOAA's Geophysical Fluid Dynamics Laboratory verwacht eveneens een historisch sterke piek in de late herfst of vroege winter, al lag de septemberraming iets lager dan die van een maand eerder. Alle 30 modelleden in die berekening wijzen nog steeds op een gebeurtenis die kan wedijveren met, of mogelijk sterker kan zijn dan, de zwaarste bekende El Niño's. 5
7
Een mogelijke piek rond +4,1 °C moet daarom worden gezien als een scenario aan de bovenkant van de modeluitkomsten, niet als een officiële NOAA-voorspelling of een nauwkeurige puntverwachting. De onzekerheidsmarge is aanzienlijk.
De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) verwacht dat El Niño vrijwel zeker tot en met februari 2027 aanhoudt. Volgens de WMO kan het verschijnsel risico's op overstromingen, droogte en extreme hitte in verschillende delen van de wereld vergroten. El Niño verschuift echter kansen: het garandeert geen specifieke ramp, regenperiode of temperatuurafwijking in ieder land. 18
Voor de Verenigde Staten wijst NOAA's seizoensverwachting voor oktober tot en met december op verhoogde kansen op bovennormale temperaturen in grote delen van Alaska, het westen en vrijwel alle gebieden ten oosten van de Mississippi. Bij een sterke El Niño is de gebruikelijke wintertendens bovendien een actievere zuidelijke stormbaan, met grotere kans op natter weer in delen van het zuiden van de VS en relatief mildere omstandigheden in veel noordelijke gebieden. Dit zijn seizoenssignalen, geen voorspelling van afzonderlijke stormen of lokale neerslagsommen. 3
4
De opwarming van de equatoriale Stille Oceaan werkt niet onmiddellijk volledig door in de mondiale jaargemiddelde temperatuur. De overdracht van warmte van oceaan naar atmosfeer, veranderingen in tropische convectie en de manier waarop jaargemiddelden worden berekend zorgen doorgaans voor een vertraging van enkele maanden.
Omdat deze El Niño naar verwachting pas laat in 2026 of vroeg in 2027 piekt en minstens tot februari aanhoudt, is de grootste bijdrage aan de mondiale gemiddelde temperatuur waarschijnlijker in 2027 zichtbaar. De WMO noemt 2027 dan ook als een jaar met potentie om het warmste ooit gemeten jaar te worden. 18
Kortom: de aanwijzingen voor een zeer uitzonderlijke El Niño zijn sterk. Maar de uitspraak dat hij nu al onomstotelijk de sterkste in meer dan 170 jaar is, loopt vooruit op de officiële, vergelijkbare seizoensmetingen die nog moeten volgen.
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
De El Niño van 2026–2027 versterkt snel en NOAA schat de kans op een zeer sterke fase deze herfst en winter op meer dan 90 procent.
De El Niño van 2026–2027 versterkt snel en NOAA schat de kans op een zeer sterke fase deze herfst en winter op meer dan 90 procent. Een Niño 3.4 afwijking rond +3,0 °C in een weekmeting is geen definitief record: gebruikte datasets, referentieperioden en tijdschalen verschillen.
NOAA verwacht verdere versterking richting eind 2026 of begin 2027, maar geeft nog geen definitieve verklaring af dat alle historische records zijn gebroken.