Saudi Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten zijn goed voor bijna 4 biljoen dollar van de bijna 6 biljoen dollar aan buitenlandse toezeggingen binnen Trumps America First investeringsagenda, maar de bedragen... De oorlog verhoogt de kosten voor defensie, bescherming en herstel van infrastructuur, terwijl i...
Gepubliceerd doorBewerkt met GPT-5.6 TerraAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 2
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: How is the US-Israel war with Iran affecting Middle Eastern economies—particularly the Gulf states’ ability to fulfill nearly $4 trillion in. Article summary: The war is turning Gulf investment pledges to the United States from political commitments into fiscal and strategic trade-offs. Disrupted energy exports, higher defence and reconstruction costs, weaker investment inflow. Topic tags: general, news, general web, government, education. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, c
De economische gevolgen van de oorlog met Iran beperken zich niet tot hogere olieprijzen. Voor de Golfstaten komen verstoorde exportroutes en oplopende veiligheidskosten boven op omvangrijke nationale ontwikkelingsplannen — én op bijna 4 biljoen dollar aan toezeggingen voor investeringen in, of economische uitwisseling met, de Verenigde Staten onder president Donald Trumps agenda America First.
Daarmee groeit de afstand tussen grote politieke aankondigingen en de financiële en politieke ruimte om die ook daadwerkelijk uit te voeren. 9
4
Saudi-Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) zijn samen goed voor bijna 4 biljoen dollar van de bijna 6 biljoen dollar aan toezeggingen van buitenlandse overheden die met het America First-investeringsinitiatief worden verbonden, volgens het Peterson Institute for International Economics (PIIE). Maar dit bedrag is geen pot geld die meteen kan worden overgemaakt: de toezeggingen omvatten investeringen én economische uitwisseling, lopen vaak over jaren en verschillen sterk in detailniveau en tijdpad. 7
4
Juist in oorlogstijd wordt dat onderscheid belangrijk. Volgens PIIE roept het conflict niet alleen vragen op over het vermogen van de Golfstaten om hun toezeggingen na te komen, maar ook over hun bereidheid daartoe wanneer middelen elders dringend nodig zijn. 9
De directe druk komt onder meer van:
Voor Saudi-Arabië is deze afweging bijzonder zwaar. De economische strategie van het land leunt op aanhoudende investeringen in binnenlandse transformatieprojecten. Als geld en financiering schaarser worden, kunnen projecten en banen in eigen land voorrang krijgen boven discretionaire buitenlandse investeringen. Dat hoeft geen breuk met Washington te betekenen, maar weerspiegelt de economische realiteit van oorlogsrischten en binnenlandse verplichtingen.
De ramingen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zijn scherp verslechterd nadat het conflict energie-infrastructuur en scheepvaart ontregelde.
In zijn regionale update van april voorspelde het IMF voor 2026 een groei van 1,4% voor de regio Midden-Oosten, Noord-Afrika, Afghanistan en Pakistan, zelfs in een referentiescenario waarin handel en productie halverwege het jaar zouden normaliseren. Dat was 2,3 procentpunt lager dan de prognose van oktober 2025. Het Fonds meldde dat rechtstreeks getroffen olie-exporteurs in de Golf te maken kregen met neerwaartse bijstellingen tot 15 procentpunt.
Latere berichtgeving over de IMF-update van juli zette de groei voor de bredere regio Midden-Oosten en Centraal-Azië in 2026 op slechts 0,7%, 1,2 procentpunt onder de aprilraming. Die vooruitblik ging ervan uit dat de Straat van Hormuz medio juli weer zou opengaan en dat het scheepvaartverkeer in maart 2027 terug zou zijn op het niveau van vóór de oorlog. Dat laat zien hoe afhankelijk het verwachte herstel is van herstelde energiestromen.
De landenschattingen tonen hoe ongelijk de blootstelling is:
Een opleving in 2027 moet daarom voorzichtig worden geïnterpreteerd. Die kan vooral voortkomen uit het herstel van productie en handel na het zwakke jaar 2026, en is niet automatisch een oplossing voor diepere economische kwetsbaarheden.
De Straat van Hormuz staat centraal in de economische schade. Volgens het IMF passeert er ongeveer 25% tot 30% van de mondiale oliehandel en circa 20% van de wereldwijde handel in vloeibaar aardgas (lng). Wanneer scheepvaart wordt geblokkeerd of onveilig is, kunnen exporteurs minder volume verkopen, ook als de referentieprijzen voor energie oplopen.
Daarom verschilt de impact per producent. Landen met alternatieve routes kunnen een deel van hun export behouden. Irak en Koeweit, die maar weinig mogelijkheden hebben om Hormuz te omzeilen, zijn veel kwetsbaarder voor verloren inkomsten bij een sluiting van de zeestraat.
Irak is het duidelijkste voorbeeld. Reuters meldde dat de productie op de belangrijkste zuidelijke olievelden in de eerste fase van de ontwrichting ongeveer 70% daalde, tot 1,3 miljoen vaten per dag, omdat export via Hormuz niet normaal kon plaatsvinden. Toen de opslagcapaciteit volliep, werd de productie nog verder teruggeschroefd.
De gevolgen voor de begroting zijn ernstig, omdat olie de basis vormt van de Iraakse overheidsfinanciën. Het Center on Global Energy Policy van Columbia University berekende dat het IMF voor 2026 uitging van 79 miljard dollar aan Iraakse olie-exportinkomsten, op basis van gemiddelde uitvoer van 3,5 miljoen vaten per dag. Bij de vóór de oorlog veronderstelde prijzen zou elke maand met vrijwel geen export neerkomen op circa 6,6 miljard dollar aan gemiste inkomsten.
Het conflict heeft een bestaand zwak punt blootgelegd: Irak heeft weinig bescherming tegen een onderbreking van de oliestroom die de staatskas vult. Wanneer de voornaamste exportroute stilvalt, worden overheidsinkomsten, productie, import en de mogelijkheid van de staat om uitgaven op peil te houden tegelijk geraakt.
De door het IMF verwachte krimp van 6,8% hangt samen met de verstoorde olieproductie en exportlogistiek, terwijl het verwachte herstel in 2027 ervan uitgaat dat die systemen weer normaal functioneren. Herstel is dus mogelijk, maar lost de structurele afhankelijkheid van olie-inkomsten en het gebrek aan een bredere exportbasis niet vanzelf op.
De investeringstoezeggingen kennen ook een probleem van controleerbaarheid. De enorme bedragen zijn politiek aantrekkelijk, maar door de lange looptijden en het gebrek aan volledig uitgewerkte projectdetails is moeilijk vast te stellen welk deel harde uitvoering is en welk deel brede commerciële ambitie. PIIE omschreef de bredere America First-toezeggingen als omgeven door onzekerheid. 11
4
Die onzekerheid kan een onderhandelingsinstrument worden. De Zuid-Koreaanse toezegging van 350 miljard dollar voor investeringen in de VS raakte verstrengeld met tariefonderhandelingen: Washington dreigde de tarieven op bepaalde Zuid-Koreaanse importproducten te verhogen van 15% naar 25%, onder verwijzing naar vertraging bij de uitvoering van de overeenkomst. Dit is geen rechtstreeks model voor de Golfstaten en bewijst niet dat vergelijkbare maatregelen tegen hen zijn voorzien. Het laat wel zien dat investeringstoezeggingen kunnen worden ingezet in bredere handels- en veiligheidsrelaties.
Voor Golfregeringen stelt de oorlog ook een fundamentele strategische vraag op scherp: biedt een nauwe band met de VS betrouwbare bescherming voor energie-infrastructuur en scheepvaart? Als leiders concluderen dat de veiligheidsrelatie hen onvoldoende beschermt tegen escalatie of vergelding, kunnen zij kiezen voor meer strategische autonomie en meer vrijheid in de inzet van staatsinvesteringsfondsen. Dan worden investeringsbeslissingen minder gevoelig voor politieke druk uit Washington.
De doorslaggevende factor is hoe lang de verstoring aanhoudt. Een duurzaam herstel van de scheepvaart door Hormuz, de energie-export en het vertrouwen van investeerders zou de begrotingsruimte vergroten en een herstel in 2027 ondersteunen. Een langdurig conflict dwingt landen daarentegen tot hardere keuzes tussen defensie, wederopbouw, binnenlandse diversificatie en buitenlandse investeringen.
De toezeggingen van de Golf aan de Verenigde Staten zijn niet verdwenen. Maar de oorlog heeft hun betekenis veranderd: het zijn niet langer alleen diplomatieke aankondigingen of commerciële ambities. De uitvoering hangt nu af van het vermogen van de regio om handelsroutes te herstellen, kritieke infrastructuur te beschermen en de economische weerbaarheid in eigen land te financieren. 9
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
Saudi Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten zijn goed voor bijna 4 biljoen dollar van de bijna 6 biljoen dollar aan buitenlandse toezeggingen binnen Trumps America First investeringsagenda, maar de bedragen...
Saudi Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten zijn goed voor bijna 4 biljoen dollar van de bijna 6 biljoen dollar aan buitenlandse toezeggingen binnen Trumps America First investeringsagenda, maar de bedragen... De oorlog verhoogt de kosten voor defensie, bescherming en herstel van infrastructuur, terwijl investeringen en kredietvoorwaarden verslechteren.
De verstoring van de Straat van Hormuz treft vooral landen die weinig alternatieve exportmogelijkheden hebben.