Zes maanden na de aanvallen van 28 februari is een wereldwijde recessie uitgebleven. De Amerikaanse economie groeide in het tweede kwartaal met 1,5% op jaarbasis.
Gepubliceerd doorBewerkt met GPT-5.6 LunaAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 1.5
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: How has the global economy performed six months after the United States and Israel launched military operations against Iran on February 28,. Article summary: Six months on, the world economy has avoided the recession many feared, but the result is resilience rather than strength: growth has slowed, energy costs have risen, and the expansion relies heavily on U.S. consumption . Topic tags: general, news, general web, user generated. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts w
Zes maanden nadat de Verenigde Staten en Israël op 28 februari militaire operaties tegen Iran begonnen, blijkt de wereldeconomie beter bestand tegen de schok dan de somberste voorspellingen suggereerden. Van een terugkeer naar normaal is echter geen sprake. Het beeld is er een van tragere groei, hogere energiekosten en een herstel dat steeds sterker wordt gedragen door Amerikaanse consumenten en de investeringscyclus rond kunstmatige intelligentie (AI). 5
17
Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) verwacht in zijn vooruitblik van juli dat de wereldeconomie in 2026 met 3,0% groeit. Dat ligt onder het gemiddelde van 3,5% in 2024 en 2025. Voor 2027 voorziet het IMF een groei van 3,4%, maar de neerwaartse bijstelling voor de korte termijn laat zien dat de energieschok wel degelijk economische schade veroorzaakt.
Ook de inflatievooruitzichten zijn verslechterd. Het IMF verwacht dat de wereldwijde inflatie stijgt van 4,1% in 2025 naar 4,7% in 2026. Daarmee is de eerdere wereldwijde desinflatie—de geleidelijke afname van de inflatie—tot stilstand gekomen.
De combinatie van aanhoudende groei, lagere groeicijfers en hogere inflatie verklaart waarom de economie veerkrachtig oogt, maar niet sterk.
Het reële Amerikaanse bruto binnenlands product (bbp) groeide in het tweede kwartaal met 1,5% op jaarbasis. Dat was minder dan economen hadden verwacht. De import drukte het totale cijfer, waardoor de onderliggende binnenlandse activiteit sterker was dan het headlinecijfer suggereert. 22
De consumentenbestedingen, goed voor meer dan twee derde van de Amerikaanse economische activiteit, groeiden in het kwartaal met 3,2% op jaarbasis. In het eerste kwartaal was dat nog slechts 0,5%. 22
Dat verschil is belangrijk: de Verenigde Staten groeien nog steeds, maar de motor is vooral de binnenlandse vraag en niet een breed gedragen versnelling van de economie.
De bedrijfsinvesteringen in apparatuur namen in het tweede kwartaal toe met 15,2% op jaarbasis. Bedrijven bleven fors investeren in rekenkracht, chips en datacenters voor de verdere uitbouw van AI. 22
Volgens het IMF compenseerde de versnelde vraag in de wereldwijde technologiesector een deel van de gevolgen van de energiecrisis door de oorlog. AI-investeringen ondersteunen bovendien de Amerikaanse bedrijfswinsten en consumentenbestedingen. Ook andere landen breiden hun datacenters en productiecapaciteit voor AI-hardware uit. 17
Die steun is aanzienlijk, maar zorgt ook voor concentratierisico. Als de verwachte opbrengsten van AI-infrastructuur tegenvallen, kan dezelfde sector die nu investeringen, bedrijfswinsten en beurskoersen ondersteunt, juist een bron van verzwakking worden. Het IMF noemt een mogelijke correctie in de marktverwachtingen rond AI als neerwaarts risico.
De markten reageerden aanvankelijk heftig op de aanvallen: de olieprijs schoot omhoog, rentes stegen en aandelen daalden. Eind augustus hadden de belangrijkste Amerikaanse beursindices zich echter krachtig hersteld vanaf hun dieptepunten van eind maart. De Dow Jones stond bijna 19% hoger, de S&P 500 bijna 22% en de Nasdaq 27%. Vooral technologieaandelen profiteerden. 7
Dat herstel laat zien dat beleggers de eerste schok grotendeels achter zich hebben gelaten. Hun aandacht ging vooral uit naar bedrijfswinsten, de vraag naar AI en de mogelijkheid dat de verstoring van de energievoorziening beperkt blijft. Dat betekent niet dat huishoudens en bedrijven een vergelijkbaar herstel ervaren. Brandstof- en transportkosten blijven consumenten raken, terwijl tekorten aan geraffineerde brandstoffen bijzonder ontwrichtend zijn geweest. 1
4
De prijs van Brentolie kwam in april kortstondig boven 120 dollar per vat uit. Eind augustus lag de prijs ongeveer een derde onder die aprilpiek, maar nog altijd bijna 20% boven het niveau van voor de oorlog. 2
8
Daarin zit de centrale tegenstelling van de oliemarkt: alternatieve routes, omgeleide transporten en voorraden hebben het extreemste prijsscenario voorkomen, maar het bevoorradingssysteem blijft ernstig verstoord.
Voor de oorlog stroomden dagelijks ongeveer 18 miljoen vaten ruwe olie en geraffineerde producten door de Straat van Hormuz. Volgens Reuters daalde dat volume in juli naar 4,8 miljoen vaten per dag en kwam het in augustus uit op gemiddeld ongeveer 2 miljoen vaten per dag.
De gevolgen blijven niet beperkt tot ruwe olie. Europese dieselprijzen waren volgens een vergelijking van Reuters sinds het uitbreken van de oorlog met meer dan 70% gestegen; Amerikaanse benzine was 60% duurder. 4
Het Internationaal Energieagentschap (IEA) verwacht dat het wereldwijde olieaanbod in 2026 met 4,3 miljoen vaten per dag—ongeveer 4%—daalt, omdat de blokkade van Hormuz en aanvallen op regionale infrastructuur de uitvoer blijven beperken.
De energieschok maakt het voor centrale banken moeilijker om op de tragere groei te reageren. Een renteverlaging kan de vraag ondersteunen, maar kan de prijsdruk verlengen zolang brandstofkosten en inflatieverwachtingen hoog blijven. Een restrictief beleid kan de inflatie beteugelen, maar dreigt de groeivertraging te verdiepen.
De Amerikaanse inflatie op basis van de persoonlijke consumptieve bestedingen (PCE), de favoriete prijsindicator van de Federal Reserve, viel eind augustus iets hoger uit dan verwacht. De totale PCE-inflatie bedroeg op jaarbasis 3,7%, terwijl de kerninflatie uitkwam op 3,3%. Beide cijfers liggen boven de doelstelling van 2% van de Fed. 18
Beleidsmakers staan daardoor voor een dilemma dat doet denken aan stagflatie: de zwakkere groei pleit voor verlichting, maar de inflatie boven de doelstelling vraagt juist om terughoudendheid.
Strategische reserves, pijpleidingen en alternatieve exportterminals kunnen een tijdelijke onderbreking opvangen. Ze kunnen echter niet volledig voorzien in de capaciteit van een corridor die normaal gesproken ongeveer een vijfde van de wereldwijde olie- en lng-aanvoer vervoert. Overheden slagen erin een deel van de transporten om te leiden, maar hoe langer de beperkingen duren, hoe verder voorraden slinken en hoe duurder de alternatieven worden. 5
Het IEA rapporteerde al een dalende regionale uitvoer en verlaagde ramingen voor het resterende deel van het jaar. Reuters meldde daarnaast dat de wereldwijde olievoorraden sinds het begin van het conflict sterk zijn aangesproken.
Energie-importerende economieën zijn extra kwetsbaar. Hogere prijzen voor olie, gas en geraffineerde brandstoffen verhogen de invoerkosten en verminderen tegelijk de koopkracht van huishoudens en bedrijven. Regeringen in Europa en Azië versnellen daarom investeringen in hernieuwbare energie om hun afhankelijkheid van fossiele brandstoffen uit het buitenland te verkleinen.
Die omschakeling kan de energiezekerheid op lange termijn verbeteren, maar neemt de kosten van een langdurige verstoring op korte termijn niet weg.
De kapitaaluitgaven aan AI helpen de economische activiteit momenteel overeind te houden. De investeringscyclus hangt er echter van af of bedrijven uiteindelijk voldoende rendement behalen op de chips, datacenters en rekeninfrastructuur die nu worden gebouwd. De vooruitzichten van het IMF noemen een herwaardering van de AI-verwachtingen als risico; ze stellen niet vast dat zo’n correctie daadwerkelijk zal plaatsvinden.
De praktische betekenis daarvan is duidelijk: de wereldeconomie leunt op een krachtige maar geconcentreerde bron van vraag, terwijl de energievoorziening ongewoon krap blijft.
De wereldeconomie heeft een recessie weten te vermijden doordat meerdere buffers tegelijk werkten: Amerikaanse consumenten bleven uitgeven, AI-gerelateerde bedrijfsinvesteringen versnelden, de financiële markten herstelden en oliestromen werden deels omgeleid. Die buffers hebben de eerste klap verzacht, maar de oorzaak ervan niet opgelost.
De belangrijkste indicatoren wijzen nu op een smal pad: het Amerikaanse bbp groeit nog, consumenten houden de activiteit op peil, AI stuwt de investeringen en aandelen zijn hersteld—maar de wereldwijde groei vertraagt, de inflatie ligt hoger en de verstoring rond Hormuz put de voorraden uit. Als de doorgang beperkt blijft of de opbrengsten van AI-investeringen tegenvallen, wordt de veerkracht van de afgelopen zes maanden veel moeilijker vol te houden.
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
Zes maanden na de aanvallen van 28 februari is een wereldwijde recessie uitgebleven.
Zes maanden na de aanvallen van 28 februari is een wereldwijde recessie uitgebleven. De Amerikaanse economie groeide in het tweede kwartaal met 1,5% op jaarbasis. De consumentenbestedingen namen met 3,2% toe en bedrijfsinvesteringen in apparatuur sprongen met 15,2% omhoog, mede dankzij de AI boom.
Brentolie staat ondanks de daling vanaf de piek in april nog bijna 20% boven het niveau van voor de oorlog.
Zes maanden na de aanvallen van 28 februari is een wereldwijde recessie uitgebleven. De Amerikaanse economie groeide in het tweede kwartaal met 1,5% op jaarbasis.
Gepubliceerd doorBewerkt met GPT-5.6 LunaAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 1.5
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: How has the global economy performed six months after the United States and Israel launched military operations against Iran on February 28,. Article summary: Six months on, the world economy has avoided the recession many feared, but the result is resilience rather than strength: growth has slowed, energy costs have risen, and the expansion relies heavily on U.S. consumption . Topic tags: general, news, general web, user generated. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts w
Zes maanden nadat de Verenigde Staten en Israël op 28 februari militaire operaties tegen Iran begonnen, blijkt de wereldeconomie beter bestand tegen de schok dan de somberste voorspellingen suggereerden. Van een terugkeer naar normaal is echter geen sprake. Het beeld is er een van tragere groei, hogere energiekosten en een herstel dat steeds sterker wordt gedragen door Amerikaanse consumenten en de investeringscyclus rond kunstmatige intelligentie (AI). 5
17
Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) verwacht in zijn vooruitblik van juli dat de wereldeconomie in 2026 met 3,0% groeit. Dat ligt onder het gemiddelde van 3,5% in 2024 en 2025. Voor 2027 voorziet het IMF een groei van 3,4%, maar de neerwaartse bijstelling voor de korte termijn laat zien dat de energieschok wel degelijk economische schade veroorzaakt.
Ook de inflatievooruitzichten zijn verslechterd. Het IMF verwacht dat de wereldwijde inflatie stijgt van 4,1% in 2025 naar 4,7% in 2026. Daarmee is de eerdere wereldwijde desinflatie—de geleidelijke afname van de inflatie—tot stilstand gekomen.
De combinatie van aanhoudende groei, lagere groeicijfers en hogere inflatie verklaart waarom de economie veerkrachtig oogt, maar niet sterk.
Het reële Amerikaanse bruto binnenlands product (bbp) groeide in het tweede kwartaal met 1,5% op jaarbasis. Dat was minder dan economen hadden verwacht. De import drukte het totale cijfer, waardoor de onderliggende binnenlandse activiteit sterker was dan het headlinecijfer suggereert. 22
De consumentenbestedingen, goed voor meer dan twee derde van de Amerikaanse economische activiteit, groeiden in het kwartaal met 3,2% op jaarbasis. In het eerste kwartaal was dat nog slechts 0,5%. 22
Dat verschil is belangrijk: de Verenigde Staten groeien nog steeds, maar de motor is vooral de binnenlandse vraag en niet een breed gedragen versnelling van de economie.
De bedrijfsinvesteringen in apparatuur namen in het tweede kwartaal toe met 15,2% op jaarbasis. Bedrijven bleven fors investeren in rekenkracht, chips en datacenters voor de verdere uitbouw van AI. 22
Volgens het IMF compenseerde de versnelde vraag in de wereldwijde technologiesector een deel van de gevolgen van de energiecrisis door de oorlog. AI-investeringen ondersteunen bovendien de Amerikaanse bedrijfswinsten en consumentenbestedingen. Ook andere landen breiden hun datacenters en productiecapaciteit voor AI-hardware uit. 17
Die steun is aanzienlijk, maar zorgt ook voor concentratierisico. Als de verwachte opbrengsten van AI-infrastructuur tegenvallen, kan dezelfde sector die nu investeringen, bedrijfswinsten en beurskoersen ondersteunt, juist een bron van verzwakking worden. Het IMF noemt een mogelijke correctie in de marktverwachtingen rond AI als neerwaarts risico.
De markten reageerden aanvankelijk heftig op de aanvallen: de olieprijs schoot omhoog, rentes stegen en aandelen daalden. Eind augustus hadden de belangrijkste Amerikaanse beursindices zich echter krachtig hersteld vanaf hun dieptepunten van eind maart. De Dow Jones stond bijna 19% hoger, de S&P 500 bijna 22% en de Nasdaq 27%. Vooral technologieaandelen profiteerden. 7
Dat herstel laat zien dat beleggers de eerste schok grotendeels achter zich hebben gelaten. Hun aandacht ging vooral uit naar bedrijfswinsten, de vraag naar AI en de mogelijkheid dat de verstoring van de energievoorziening beperkt blijft. Dat betekent niet dat huishoudens en bedrijven een vergelijkbaar herstel ervaren. Brandstof- en transportkosten blijven consumenten raken, terwijl tekorten aan geraffineerde brandstoffen bijzonder ontwrichtend zijn geweest. 1
4
De prijs van Brentolie kwam in april kortstondig boven 120 dollar per vat uit. Eind augustus lag de prijs ongeveer een derde onder die aprilpiek, maar nog altijd bijna 20% boven het niveau van voor de oorlog. 2
8
Daarin zit de centrale tegenstelling van de oliemarkt: alternatieve routes, omgeleide transporten en voorraden hebben het extreemste prijsscenario voorkomen, maar het bevoorradingssysteem blijft ernstig verstoord.
Voor de oorlog stroomden dagelijks ongeveer 18 miljoen vaten ruwe olie en geraffineerde producten door de Straat van Hormuz. Volgens Reuters daalde dat volume in juli naar 4,8 miljoen vaten per dag en kwam het in augustus uit op gemiddeld ongeveer 2 miljoen vaten per dag.
De gevolgen blijven niet beperkt tot ruwe olie. Europese dieselprijzen waren volgens een vergelijking van Reuters sinds het uitbreken van de oorlog met meer dan 70% gestegen; Amerikaanse benzine was 60% duurder. 4
Het Internationaal Energieagentschap (IEA) verwacht dat het wereldwijde olieaanbod in 2026 met 4,3 miljoen vaten per dag—ongeveer 4%—daalt, omdat de blokkade van Hormuz en aanvallen op regionale infrastructuur de uitvoer blijven beperken.
De energieschok maakt het voor centrale banken moeilijker om op de tragere groei te reageren. Een renteverlaging kan de vraag ondersteunen, maar kan de prijsdruk verlengen zolang brandstofkosten en inflatieverwachtingen hoog blijven. Een restrictief beleid kan de inflatie beteugelen, maar dreigt de groeivertraging te verdiepen.
De Amerikaanse inflatie op basis van de persoonlijke consumptieve bestedingen (PCE), de favoriete prijsindicator van de Federal Reserve, viel eind augustus iets hoger uit dan verwacht. De totale PCE-inflatie bedroeg op jaarbasis 3,7%, terwijl de kerninflatie uitkwam op 3,3%. Beide cijfers liggen boven de doelstelling van 2% van de Fed. 18
Beleidsmakers staan daardoor voor een dilemma dat doet denken aan stagflatie: de zwakkere groei pleit voor verlichting, maar de inflatie boven de doelstelling vraagt juist om terughoudendheid.
Strategische reserves, pijpleidingen en alternatieve exportterminals kunnen een tijdelijke onderbreking opvangen. Ze kunnen echter niet volledig voorzien in de capaciteit van een corridor die normaal gesproken ongeveer een vijfde van de wereldwijde olie- en lng-aanvoer vervoert. Overheden slagen erin een deel van de transporten om te leiden, maar hoe langer de beperkingen duren, hoe verder voorraden slinken en hoe duurder de alternatieven worden. 5
Het IEA rapporteerde al een dalende regionale uitvoer en verlaagde ramingen voor het resterende deel van het jaar. Reuters meldde daarnaast dat de wereldwijde olievoorraden sinds het begin van het conflict sterk zijn aangesproken.
Energie-importerende economieën zijn extra kwetsbaar. Hogere prijzen voor olie, gas en geraffineerde brandstoffen verhogen de invoerkosten en verminderen tegelijk de koopkracht van huishoudens en bedrijven. Regeringen in Europa en Azië versnellen daarom investeringen in hernieuwbare energie om hun afhankelijkheid van fossiele brandstoffen uit het buitenland te verkleinen.
Die omschakeling kan de energiezekerheid op lange termijn verbeteren, maar neemt de kosten van een langdurige verstoring op korte termijn niet weg.
De kapitaaluitgaven aan AI helpen de economische activiteit momenteel overeind te houden. De investeringscyclus hangt er echter van af of bedrijven uiteindelijk voldoende rendement behalen op de chips, datacenters en rekeninfrastructuur die nu worden gebouwd. De vooruitzichten van het IMF noemen een herwaardering van de AI-verwachtingen als risico; ze stellen niet vast dat zo’n correctie daadwerkelijk zal plaatsvinden.
De praktische betekenis daarvan is duidelijk: de wereldeconomie leunt op een krachtige maar geconcentreerde bron van vraag, terwijl de energievoorziening ongewoon krap blijft.
De wereldeconomie heeft een recessie weten te vermijden doordat meerdere buffers tegelijk werkten: Amerikaanse consumenten bleven uitgeven, AI-gerelateerde bedrijfsinvesteringen versnelden, de financiële markten herstelden en oliestromen werden deels omgeleid. Die buffers hebben de eerste klap verzacht, maar de oorzaak ervan niet opgelost.
De belangrijkste indicatoren wijzen nu op een smal pad: het Amerikaanse bbp groeit nog, consumenten houden de activiteit op peil, AI stuwt de investeringen en aandelen zijn hersteld—maar de wereldwijde groei vertraagt, de inflatie ligt hoger en de verstoring rond Hormuz put de voorraden uit. Als de doorgang beperkt blijft of de opbrengsten van AI-investeringen tegenvallen, wordt de veerkracht van de afgelopen zes maanden veel moeilijker vol te houden.
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
Zes maanden na de aanvallen van 28 februari is een wereldwijde recessie uitgebleven.
Zes maanden na de aanvallen van 28 februari is een wereldwijde recessie uitgebleven. De Amerikaanse economie groeide in het tweede kwartaal met 1,5% op jaarbasis. De consumentenbestedingen namen met 3,2% toe en bedrijfsinvesteringen in apparatuur sprongen met 15,2% omhoog, mede dankzij de AI boom.
Brentolie staat ondanks de daling vanaf de piek in april nog bijna 20% boven het niveau van voor de oorlog.