Het Ethereum aanbod steeg in de zeven dagen tot 29 augustus 2026 met 20.125,33 ETH tot ongeveer 121,99 miljoen ETH. Validators ontvingen 20.515,08 nieuw uitgegeven ETH, tegenover slechts 389,76 ETH die via EIP 1559 werd verbrand.
Gepubliceerd doorBewerkt met GPT-5.6 LunaAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 1.5
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: How did Ethereum’s circulating supply change during the week ending August 29, 2026, what were the respective amounts of validator issuance. Article summary: Ethereum’s circulating supply rose by 20,125.33 ETH in the seven days through August 29, reaching roughly 121.99 million ETH. Validator issuance was 20,515.08 ETH while EIP-1559 burned only 389.76 ETH, so issuance exceed. Topic tags: general, documentation, general web, user generated, news. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, waterm
Het totale aanbod van Ethereum steeg in de zeven dagen tot en met 29 augustus 2026 met 20.125,33 ETH. Daarmee kwam het uit op ongeveer 121,99 miljoen ETH. In dezelfde periode werd 20.515,08 ETH uitgegeven aan validators, terwijl slechts 389,76 ETH via EIP-1559 werd verbrand. De uitgifte lag daarmee ongeveer 53 keer hoger dan de hoeveelheid die uit circulatie verdween. 6
In verhouding tot het totale aanbod is de stijging beperkt: ongeveer 0,016% in één week. Toch is het cijfer een duidelijke momentopname van Ethereum’s huidige monetaire dynamiek. Bij lage transactiekosten kan de nieuwe ETH die naar validators gaat de hoeveelheid verbrande ETH ruimschoots overtreffen.
Het aanbod van ETH wordt bepaald door twee tegengestelde geldstromen. Validators ontvangen nieuw gecreëerde ETH als beloning voor het beveiligen van het proof-of-stake-netwerk. Tegelijkertijd wordt de zogenoemde base fee van transacties permanent vernietigd via EIP-1559. De nettowijziging is het verschil tussen die uitgifte en de burn. 7
Voor de gemeten week ziet de berekening er als volgt uit:
De burn hangt samen met de vraag naar blockspace, oftewel de beperkte ruimte in Ethereum-blokken. Wanneer veel gebruikers tegelijk transacties willen uitvoeren, lopen de transactiekosten op en wordt er meer ETH verbrand. Bij rustige netwerkactiviteit dalen de kosten en neemt ook de burn af.
Ethereum kan daardoor in drukke periodes deflationair zijn, terwijl het aanbod tijdens rustige periodes juist groeit. De cijfers van deze week wijzen dus op een tijdelijke marktdynamiek en niet op een permanente wijziging van Ethereum’s monetaire beleid.
Met The Merge stapte Ethereum in september 2022 over van proof of work naar proof of stake. Sindsdien wordt er geen nieuwe ETH meer uitgegeven op de execution layer; de beloningen voor validators vormen de belangrijkste bron van nieuwe uitgifte. Volgens Ethereum.org zorgde de overgang voor een sterke daling van de hoeveelheid nieuwe ETH ten opzichte van het tijdperk waarin miners het netwerk beveiligden.
Bij hoge activiteit op het Ethereum-hoofdnetwerk kon de lagere uitgifte worden gecompenseerd door de EIP-1559-burn. Lagere gas fees en minder congestie hebben die burn echter verzwakt. Daardoor wisselt Ethereum tussen inflatoire en deflationaire periodes, in plaats van een vast pad te volgen.
Op langere termijn wijzen meerdere schattingen op een bescheiden groei van het aanbod. In februari 2026 werd gemeld dat er sinds The Merge ongeveer 950.000 ETH was bijgekomen, bij een geannualiseerde netto-inflatie van circa 0,23%. De precieze uitkomst verschilt per dataprovider en meetdatum; het gaat daarom om een schatting en niet om één definitief getal.
Een vergelijkbaar patroon was al zichtbaar in 2024. Toen nam het aanbod volgens gerapporteerde gegevens bijna 72 dagen achter elkaar toe, goed voor ongeveer 50.000 ETH. De lage base fees waren destijds een belangrijke factor.
De Dencun-upgrade introduceerde blobtransacties via EIP-4844. Daardoor kregen layer-2-netwerken, zoals rollups, een goedkopere manier om gegevens op Ethereum te publiceren. Dat verlaagde de transactiekosten op layer 2 en verbeterde de schaalbaarheid van het ecosysteem, maar verminderde ook een deel van de fee-druk op het Ethereum-hoofdnetwerk.
Volgens berichtgeving daalden de gemiddelde transactiekosten op Ethereum na Dencun ongeveer vier keer. De lagere kosten droegen bij aan een sterke daling van de hoeveelheid ETH die werd verbrand. Dat levert een belangrijke wisselwerking op: goedkopere layer-2-transacties kunnen het gebruik van Ethereum stimuleren, maar tegelijkertijd de burn verminderen die ETH eerder schaars hielp maken.
Dat betekent niet dat groei op layer 2 Ethereum blijvend inflatoir maakt. Als de vraag naar het hoofdnetwerk opnieuw sterk aantrekt door bijvoorbeeld DeFi, NFT’s of andere activiteiten met hoge transactiekosten, kunnen hogere base fees de burn weer opvoeren. In dat scenario kan de burn de validatoruitgifte opnieuw evenaren of overtreffen. 8
Een voorgestelde oplossing is om een groter deel van de validatorbeloningen te verbranden naarmate meer ETH wordt gestaket. In theorie zou dat de hoeveelheid nieuw uitgegeven ETH die in omloop komt verlagen en het verschil tussen uitgifte en burn verkleinen. 3
Daar staat wel een economisch nadeel tegenover. Een grotere burn kan het rendement voor validators drukken en daarmee de prikkels veranderen om ETH te staken en het netwerk te beveiligen. Het voorstel is daarom geen automatische technische oplossing, maar een keuze binnen Ethereum’s monetaire beleid. De gevolgen voor aanbod, netwerkveiligheid en deelname zouden tegen elkaar moeten worden afgewogen.
Ethereum heeft, anders dan Bitcoin, geen vast uitgifteschema met een harde bovengrens. Bitcoin werkt toe naar een maximum van 21 miljoen munten. Bij Ethereum hangt de nettogroei af van de balans tussen proof-of-stake-uitgifte en de hoeveelheid ETH die via transactiekosten wordt verbrand. 11
Dat maakt het aanbod van Ethereum gevoeliger voor netwerkactiviteit. Veel gebruik kan de burn verhogen en deflationaire periodes veroorzaken, terwijl lage transactiekosten de validatoruitgifte laten voorgaan. De stijging van deze week is daarom vooral een signaal over de huidige vraag naar blockspace — geen bewijs dat ETH definitief afstand heeft gedaan van het deflationaire model.
De belangrijkste indicatoren zijn de gas fees op het hoofdnetwerk, de omvang van de EIP-1559-burn, de deelname van validators en de economische ontwikkeling van layer 2. Een aanhoudend herstel van activiteiten die hoge kosten genereren kan de netto-uitgifte verkleinen of zelfs omkeren. Blijven de kosten laag, dan kan Ethereum licht inflatoir blijven.
Voorlopig is de conclusie helder maar beperkt van omvang: 20.515,08 ETH werd uitgegeven tegenover 389,76 ETH die werd verbrand. Het Ethereum-aanbod groeit dus, maar de richting en omvang van die verandering blijven afhankelijk van de vraag naar het hoofdnetwerk. Een nieuwe opleving van DeFi, NFT’s of andere on-chain activiteit kan de balans opnieuw doen doorslaan.
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
Het Ethereum aanbod steeg in de zeven dagen tot 29 augustus 2026 met 20.125,33 ETH tot ongeveer 121,99 miljoen ETH.
Het Ethereum aanbod steeg in de zeven dagen tot 29 augustus 2026 met 20.125,33 ETH tot ongeveer 121,99 miljoen ETH. Validators ontvingen 20.515,08 nieuw uitgegeven ETH, tegenover slechts 389,76 ETH die via EIP 1559 werd verbrand.
De ontwikkeling laat zien hoe sterk Ethereum’s monetaire beleid meebeweegt met de vraag naar transactieruimte op het netwerk.
Het Ethereum aanbod steeg in de zeven dagen tot 29 augustus 2026 met 20.125,33 ETH tot ongeveer 121,99 miljoen ETH. Validators ontvingen 20.515,08 nieuw uitgegeven ETH, tegenover slechts 389,76 ETH die via EIP 1559 werd verbrand.
Gepubliceerd doorBewerkt met GPT-5.6 LunaAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 1.5
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: How did Ethereum’s circulating supply change during the week ending August 29, 2026, what were the respective amounts of validator issuance. Article summary: Ethereum’s circulating supply rose by 20,125.33 ETH in the seven days through August 29, reaching roughly 121.99 million ETH. Validator issuance was 20,515.08 ETH while EIP-1559 burned only 389.76 ETH, so issuance exceed. Topic tags: general, documentation, general web, user generated, news. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, waterm
Het totale aanbod van Ethereum steeg in de zeven dagen tot en met 29 augustus 2026 met 20.125,33 ETH. Daarmee kwam het uit op ongeveer 121,99 miljoen ETH. In dezelfde periode werd 20.515,08 ETH uitgegeven aan validators, terwijl slechts 389,76 ETH via EIP-1559 werd verbrand. De uitgifte lag daarmee ongeveer 53 keer hoger dan de hoeveelheid die uit circulatie verdween. 6
In verhouding tot het totale aanbod is de stijging beperkt: ongeveer 0,016% in één week. Toch is het cijfer een duidelijke momentopname van Ethereum’s huidige monetaire dynamiek. Bij lage transactiekosten kan de nieuwe ETH die naar validators gaat de hoeveelheid verbrande ETH ruimschoots overtreffen.
Het aanbod van ETH wordt bepaald door twee tegengestelde geldstromen. Validators ontvangen nieuw gecreëerde ETH als beloning voor het beveiligen van het proof-of-stake-netwerk. Tegelijkertijd wordt de zogenoemde base fee van transacties permanent vernietigd via EIP-1559. De nettowijziging is het verschil tussen die uitgifte en de burn. 7
Voor de gemeten week ziet de berekening er als volgt uit:
De burn hangt samen met de vraag naar blockspace, oftewel de beperkte ruimte in Ethereum-blokken. Wanneer veel gebruikers tegelijk transacties willen uitvoeren, lopen de transactiekosten op en wordt er meer ETH verbrand. Bij rustige netwerkactiviteit dalen de kosten en neemt ook de burn af.
Ethereum kan daardoor in drukke periodes deflationair zijn, terwijl het aanbod tijdens rustige periodes juist groeit. De cijfers van deze week wijzen dus op een tijdelijke marktdynamiek en niet op een permanente wijziging van Ethereum’s monetaire beleid.
Met The Merge stapte Ethereum in september 2022 over van proof of work naar proof of stake. Sindsdien wordt er geen nieuwe ETH meer uitgegeven op de execution layer; de beloningen voor validators vormen de belangrijkste bron van nieuwe uitgifte. Volgens Ethereum.org zorgde de overgang voor een sterke daling van de hoeveelheid nieuwe ETH ten opzichte van het tijdperk waarin miners het netwerk beveiligden.
Bij hoge activiteit op het Ethereum-hoofdnetwerk kon de lagere uitgifte worden gecompenseerd door de EIP-1559-burn. Lagere gas fees en minder congestie hebben die burn echter verzwakt. Daardoor wisselt Ethereum tussen inflatoire en deflationaire periodes, in plaats van een vast pad te volgen.
Op langere termijn wijzen meerdere schattingen op een bescheiden groei van het aanbod. In februari 2026 werd gemeld dat er sinds The Merge ongeveer 950.000 ETH was bijgekomen, bij een geannualiseerde netto-inflatie van circa 0,23%. De precieze uitkomst verschilt per dataprovider en meetdatum; het gaat daarom om een schatting en niet om één definitief getal.
Een vergelijkbaar patroon was al zichtbaar in 2024. Toen nam het aanbod volgens gerapporteerde gegevens bijna 72 dagen achter elkaar toe, goed voor ongeveer 50.000 ETH. De lage base fees waren destijds een belangrijke factor.
De Dencun-upgrade introduceerde blobtransacties via EIP-4844. Daardoor kregen layer-2-netwerken, zoals rollups, een goedkopere manier om gegevens op Ethereum te publiceren. Dat verlaagde de transactiekosten op layer 2 en verbeterde de schaalbaarheid van het ecosysteem, maar verminderde ook een deel van de fee-druk op het Ethereum-hoofdnetwerk.
Volgens berichtgeving daalden de gemiddelde transactiekosten op Ethereum na Dencun ongeveer vier keer. De lagere kosten droegen bij aan een sterke daling van de hoeveelheid ETH die werd verbrand. Dat levert een belangrijke wisselwerking op: goedkopere layer-2-transacties kunnen het gebruik van Ethereum stimuleren, maar tegelijkertijd de burn verminderen die ETH eerder schaars hielp maken.
Dat betekent niet dat groei op layer 2 Ethereum blijvend inflatoir maakt. Als de vraag naar het hoofdnetwerk opnieuw sterk aantrekt door bijvoorbeeld DeFi, NFT’s of andere activiteiten met hoge transactiekosten, kunnen hogere base fees de burn weer opvoeren. In dat scenario kan de burn de validatoruitgifte opnieuw evenaren of overtreffen. 8
Een voorgestelde oplossing is om een groter deel van de validatorbeloningen te verbranden naarmate meer ETH wordt gestaket. In theorie zou dat de hoeveelheid nieuw uitgegeven ETH die in omloop komt verlagen en het verschil tussen uitgifte en burn verkleinen. 3
Daar staat wel een economisch nadeel tegenover. Een grotere burn kan het rendement voor validators drukken en daarmee de prikkels veranderen om ETH te staken en het netwerk te beveiligen. Het voorstel is daarom geen automatische technische oplossing, maar een keuze binnen Ethereum’s monetaire beleid. De gevolgen voor aanbod, netwerkveiligheid en deelname zouden tegen elkaar moeten worden afgewogen.
Ethereum heeft, anders dan Bitcoin, geen vast uitgifteschema met een harde bovengrens. Bitcoin werkt toe naar een maximum van 21 miljoen munten. Bij Ethereum hangt de nettogroei af van de balans tussen proof-of-stake-uitgifte en de hoeveelheid ETH die via transactiekosten wordt verbrand. 11
Dat maakt het aanbod van Ethereum gevoeliger voor netwerkactiviteit. Veel gebruik kan de burn verhogen en deflationaire periodes veroorzaken, terwijl lage transactiekosten de validatoruitgifte laten voorgaan. De stijging van deze week is daarom vooral een signaal over de huidige vraag naar blockspace — geen bewijs dat ETH definitief afstand heeft gedaan van het deflationaire model.
De belangrijkste indicatoren zijn de gas fees op het hoofdnetwerk, de omvang van de EIP-1559-burn, de deelname van validators en de economische ontwikkeling van layer 2. Een aanhoudend herstel van activiteiten die hoge kosten genereren kan de netto-uitgifte verkleinen of zelfs omkeren. Blijven de kosten laag, dan kan Ethereum licht inflatoir blijven.
Voorlopig is de conclusie helder maar beperkt van omvang: 20.515,08 ETH werd uitgegeven tegenover 389,76 ETH die werd verbrand. Het Ethereum-aanbod groeit dus, maar de richting en omvang van die verandering blijven afhankelijk van de vraag naar het hoofdnetwerk. Een nieuwe opleving van DeFi, NFT’s of andere on-chain activiteit kan de balans opnieuw doen doorslaan.
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
Het Ethereum aanbod steeg in de zeven dagen tot 29 augustus 2026 met 20.125,33 ETH tot ongeveer 121,99 miljoen ETH.
Het Ethereum aanbod steeg in de zeven dagen tot 29 augustus 2026 met 20.125,33 ETH tot ongeveer 121,99 miljoen ETH. Validators ontvingen 20.515,08 nieuw uitgegeven ETH, tegenover slechts 389,76 ETH die via EIP 1559 werd verbrand.
De ontwikkeling laat zien hoe sterk Ethereum’s monetaire beleid meebeweegt met de vraag naar transactieruimte op het netwerk.