President Vladimir Poetin heeft erkend dat aanvallen op energie-infrastructuur meerdere raffinaderijen hebben beschadigd en de productie van benzine en diesel tijdelijk hebben verlaagd. Volgens hem veroorzaken de aanvallen problemen en tekorten, maar zijn die niet kritiek. In een andere verklaring stelde hij dat de economie en de belangrijkste sectoren stabiel blijven, ondanks pogingen om de brandstof- en energiesector te destabiliseren.
Die boodschap weerspiegelt de politieke uitdaging voor het Kremlin: de dagelijkse gevolgen van de oorlog zijn zichtbaar, terwijl de officiële lijn benadrukt dat de economie veerkrachtig blijft. Juist voor verkiezingen kunnen lege tankstations, lange wachtrijen en beperkingen op brandstofaankopen moeilijk weg te verklaren zijn als een tijdelijk incident.
Naast de brandstofproblemen neemt de financiële druk toe. De geplande federale uitgaven en het begrotingstekort voor 2026 liggen inmiddels boven eerdere ramingen. Een recente schatting zette het federale tekort op 6,5 biljoen roebel, omgerekend ongeveer 79 miljard dollar tegen de gebruikte wisselkoers. Ook de regionale overheden hebben het moeilijker door lagere inkomsten uit winstbelastingen en stijgende sociale uitgaven.
De vaak genoemde bewering dat Russische regio’s 3,3 biljoen dollar schuld hebben, wordt niet door de beschikbare gegevens ondersteund. Waarschijnlijk gaat het om een fout in valuta of eenheid. De bronnen spreken over 3,3 biljoen roebel aan regionale schulden. Daarnaast wordt voor 2026 een gezamenlijk regionaal begrotingstekort van 1,9 biljoen roebel genoemd. Moskou probeert de druk te verlichten met het kwijtschelden van federale leningen en het uitstellen van aflossingen.
Dat beleid voorkomt een onmiddellijke financiële crisis, maar lost het onderliggende probleem niet op. Een deel van de kosten van de oorlog, sociale steun en steun aan militairen en hun families komt bij de regio’s terecht, terwijl hun inkomstenbasis verzwakt.
De oorlogseconomie zorgde eerder voor sterke groei in bepaalde industriële sectoren, vooral door hoge overheids- en defensie-uitgaven. Dat momentum neemt nu af. Volgens Rosstat kromp het Russische bbp in het eerste kwartaal van 2026 met 0,2% op jaarbasis. In het tweede kwartaal volgde een groei van 1,3%. Dat beeld past bij een economie die vrijwel stagneert, al lopen de prognoses uiteen en is er geen reden om één exacte jaarverwachting als definitief te beschouwen.
De combinatie van hoge defensie-uitgaven, een krap monetair beleid, sancties en aanvallen op infrastructuur beperkt bovendien investeringen en economische bewegingsruimte. De overheid kan groei blijven ondersteunen met uitgaven, maar dat vergroot tegelijkertijd de druk op de begroting.
Tegen deze achtergrond ontsloeg de staatsontwikkelingsbank VEB.RF haar hoofdeconoom Andrei Klepach. Reuters meldde, op basis van twee bronnen die bekend waren met de zaak, dat Klepach had gezegd dat Rusland economisch en technologisch achteropraakte bij het Westen en China en steeds meer schade ondervond van de oorlog. Andere berichtgeving schreef hem de waarschuwing toe dat Rusland een langdurige uitputtingsoorlog niet kan winnen en afstevent op een ernstige sociale crisis.
VEB.RF bevestigde dat Klepach niet langer hoofdeconoom was, maar gaf publiekelijk geen reden voor zijn vertrek. Volgens berichtgeving van onder meer The Bell hield zijn ontslag verband met de eerdere toespraak, die pas later breed onder de aandacht kwam.
De timing wijst sterk op het afdwingen van een uniforme boodschap. Klepachs analyse botste rechtstreeks met het Kremlinverhaal dat Rusland de economische druk kan weerstaan en uiteindelijk zal zegevieren. Dat bewijst niet dat brandstoftekorten, regionale schulden of verkiezingszorgen elk afzonderlijk tot zijn ontslag hebben geleid. De meest verdedigbare conclusie is dat openlijke afwijking van het officiële verhaal over de oorlogseconomie niet langer werd geaccepteerd.
Het Kremlin moet vóór de verkiezingen de indruk van alledaagse stabiliteit bewaren, terwijl het tegelijk de oorlogsinspanningen wil blijven financieren. Een nieuwe mobilisatie na de verkiezingen zou de tekorten aan militair personeel kunnen verminderen, maar kan ook de arbeidsmarkt verder belasten en de zorgen van huishoudens vergroten.
De beschikbare bronnen bevestigen niet dat Poetin persoonlijk vreest voor de uitslag van de Doema-verkiezingen of al heeft besloten tot een nieuwe mobilisatie. Wel laten ze zien waarom de binnenlandse situatie politiek gevoelig is geworden: brandstoftekorten, regionale begrotingsproblemen en zwakke groei leggen de kosten van de oorlog steeds duidelijker bloot.