De 39 sterrenhopen vallen grofweg uiteen in drie groepen:
Juist die middelste positie is belangrijk. De groep is niet simpelweg een variant van de oudste Melkwegsterren of een overblijfsel van GSE. De gegevens wijzen op een afzonderlijk sterrenstelsel dat al vroeg in de geschiedenis van de Melkweg werd opgenomen.
De onderzoekers verbinden deze tussengroep aan Low-energy-Kraken-Heracles, afgekort LKH. Het dwergstelsel zou ongeveer 500 miljoen zonsmassa’s aan sterren hebben bevat. Daarmee was het geen onbeduidende stroom van sterren, maar een belangrijke vroege bouwsteen van de Melkweg.
De ouderdom van de LKH-sterrenhopen geeft bovendien een aanwijzing voor het moment waarop hun oorspronkelijke sterrenstelsel werd opgeslokt: ongeveer 11,8 miljard jaar geleden. Dat was uitzonderlijk vroeg — volgens de gangbare afgeronde omschrijving ongeveer 2 miljard jaar na de oerknal. In het wetenschappelijke voorpublicatieartikel wordt het tijdstip beschreven als circa 1,5 miljard jaar na de oerknal. In beide gevallen gaat het om een periode waarin de Melkweg nog jong was.
De ontdekking schuift de betrouwbaar gereconstrueerde fusiegeschiedenis van de Melkweg ongeveer 1,8 miljard jaar verder terug.
De resultaten wijzen op een gemengd groeimodel. De jonge Melkweg vormde een deel van haar oudste sterrenhopen zelf, maar kreeg ook snel extra massa door andere sterrenstelsels op te nemen. Een fusie als die met LKH kan sterren, sterrenhopen en gas hebben aangevoerd en tegelijk de banen van bestaande sterren hebben verstoord.
Dat betekent niet dat alle vroege sterren van de Melkweg van buiten kwamen. Zowel interne stervorming als hiërarchische samensmelting met kleinere sterrenstelsels waren belangrijk voor de opbouw van onze galaxie.
LKH is zelf niet meer als afzonderlijk sterrenstelsel te zien. De onderzoekers reconstrueerden het uit de sporen die zijn achtergebleven in de sterrenhopen: hun leeftijden, chemische geschiedenis en banen. Dat is de kern van de zogenoemde galactische archeologie.
De methode is vergelijkbaar met het reconstrueren van een verdwenen beschaving aan de hand van losse artefacten. Gewone sterrenresten van een oude fusie zijn na miljarden jaren vaak zo sterk vermengd dat ze moeilijk herkenbaar zijn. Bolvormige sterrenhopen kunnen daarentegen hun oorspronkelijke leeftijd-metaalpatroon langer bewaren.
De betekenis van dit onderzoek sluit aan bij de 2026 Kavli Prize in Astrofysica. Vasily Belokurov, Amina Helmi en Rodrigo Ibata kregen die onderscheiding voor het blootleggen van fossiele bewijzen voor vroegere fusies en voor het aantonen dat de Melkweg door hiërarchische aangroei is opgebouwd.
De LKH-vondst is een concreet nieuw voorbeeld van precies dat soort onderzoek: een verdwenen sterrenstelsel wordt niet rechtstreeks waargenomen, maar teruggevonden in de bewegingen en eigenschappen van zijn overgebleven sterren.
Toekomstige Hubble-waarnemingen van nog niet bestudeerde bolvormige sterrenhopen — vooral exemplaren die door stof in het binnenste van de Melkweg verborgen zijn — kunnen nieuwe, afzonderlijke leeftijd-metaalreeksen opleveren. Daarmee zouden astronomen mogelijk andere volledig uiteengevallen voorlopergalaxieën kunnen identificeren, hun massa’s en fusiedata nauwkeuriger kunnen schatten en nagaan of bepaalde groepen echt bij afzonderlijke fusies horen.