De kaart van de genoomtopologie plaatst grote diergroepen in duidelijk verschillende gebieden van de ruimte van chromosoomstructuren. Glazen sponzen, muggen en regenwormen liggen bijvoorbeeld ver uit elkaar, omdat hun chromosoomgeschiedenis verschillende trajecten van fusie en vermenging heeft gevolgd. Hun huidige chromosoomindeling weerspiegelt dus vooral hun eigen evolutionaire route, en niet een netwerk waarin elke verandering eenvoudig terug te draaien is.
Dat betekent niet dat deze dieren geen diepe genetische verwantschappen hebben. Eerder vergelijkend onderzoek vond netwerken van sterk behouden koppelingen tussen genen bij uiteenlopende diergroepen, waaronder bilaterale dieren, neteldieren en sponzen. Zulke behouden koppelingen laten zien dat herkenbare bouwstenen op chromosoomniveau miljoenen jaren kunnen blijven bestaan, ook wanneer hun grotere ordening verandert.
Door hele chromosomen te vergelijken, krijgen onderzoekers informatie die verloren kan gaan wanneer ze genen afzonderlijk bekijken. Behouden blokken van gekoppelde genen helpen onderscheid te maken tussen een zeer oude overerving en een latere, soortspecifieke herschikking van chromosomen.
Onderzoekers kunnen zo nagaan of een overeenkomst tussen twee dierlijke genomen teruggaat op een gedeelde voorouderlijke structuur, of juist het resultaat is van een recentere reorganisatie. Dat is bijzonder waardevol bij dieren die er uiterlijk sterk verschillend uitzien, maar nog delen van dezelfde diepe chromosoomgeschiedenis bewaren.
De kaart kan richting geven aan toekomstig onderzoek in de vergelijkende genomica. Diergroepen waarvan nog weinig soorten op chromosoomniveau zijn onderzocht, of die een opvallende plek innemen in de ruimte van genoomstructuren, kunnen prioriteit krijgen voor verdere sequencing en analyse.
Ook biedt het raamwerk een manier om plausibele richtingen van genoom-evolutie te modelleren. Zulke routes zijn echter geen nauwkeurige voorspellingen voor individuele soorten, maar eerder begrensde mogelijkheden die voortkomen uit de structurele geschiedenis van hun chromosomen.
De bredere conclusie is dat de biodiversiteit van dieren niet alleen zichtbaar is in lichaamskenmerken of afzonderlijke genen. Ook chromosomen bewaren een lange evolutionaire geschiedenis. Door te onderzoeken welke genomische veranderingen wel en niet ongedaan kunnen worden gemaakt, ontstaat een nieuwe manier om die geschiedenis te reconstrueren — over duizenden diersoorten heen.