Volkswagen heeft al ingestemd met het schrappen van ongeveer 50.000 functies binnen de groep, waaronder bij dochterondernemingen als Audi en Porsche. Daarbovenop wordt nog eens een vergelijkbaar aantal banen genoemd als mogelijke manier om het kostennadeel ten opzichte van concurrenten weg te werken. In theorie zou de totale personeelsreductie daarmee kunnen oplopen tot ongeveer 100.000 functies.
Blume benadrukt dat die extra 50.000 geen vastgestelde doelstelling vormen. Het getal komt voort uit een theoretische berekening: wat zou er gebeuren als Volkswagen zijn overheadkosten terugbrengt naar een niveau dat vergelijkbaar is met dat van concurrenten, zonder de loonkosten te veranderen? In de praktijk kan het besparingspakket ook bestaan uit minder modellen, een kleinere productiecapaciteit en een andere organisatiestructuur.
Volgens Blume liggen de overheadkosten van Volkswagen ruim 30% hoger dan bij vergelijkbare bedrijven. Het concern moet dat structurele kostennadeel verkleinen om concurrerender te worden.
Ook de winstgevendheid vormt een probleem. Blume noemt een operationeel rendement van minder dan 4% — ongeveer 3,8% — in de huidige moeilijke markt nog respectabel, maar op lange termijn onvoldoende om genoeg geld vrij te maken voor nieuwe technologie, producten en fabrieken.
Dat verklaart waarom de directie de herstructurering koppelt aan de toekomstige investeringsruimte van Volkswagen en niet alleen aan tegenvallende kwartaalresultaten. Volgens Reuters daalde de operationele winst in 2025 naar €8,9 miljard. Voor 2026 rekent Volkswagen op een operationele marge van ongeveer 4% tot 5%, na een marge van 2,8% in 2025.
De autofabrikant krijgt meerdere tegenwindfactoren tegelijk te verwerken:
De kern van Blumes boodschap is dat Volkswagen dieper moet snijden in de kosten om ruimte te houden voor investeringen en de concurrentie het hoofd te bieden.
Blume zei dat Volkswagen niet verwacht dat de fabrieken in Emden, Hannover, Zwickau en Neckarsulm in de jaren 2030 een concurrerend hoge bezettingsgraad zullen bereiken.
Dat betekent niet dat sluitingen al definitief zijn besloten. Volgens de beschikbare berichtgeving was er nog geen besluit genomen over specifieke fabrieken. Eerdere herstructureringsvoorstellen hielden wel rekening met de mogelijkheid om vier Duitse locaties te sluiten.
De discussie draait daarom niet alleen om het aantal banen. Als fabrieken langdurig onderbenut blijven, moet Volkswagen ook bepalen waar modellen worden gebouwd, hoeveel productiecapaciteit het concern nodig heeft en of individuele locaties nieuwe opdrachten kunnen krijgen.
Het plan van Volkswagen omvat mogelijk meer dan alleen een kleinere personeelsbezetting. Genoemde maatregelen zijn onder meer:
De families die Volkswagen controleren hebben belanghebbenden bovendien opgeroepen een ingrijpender reorganisatie te steunen. Een definitief plan moet rekening houden met de belangen van de directie, werknemers, vakbonden, de raad van toezicht en de deelstaat Nedersaksen.
De volgende fase bestaat naar verwachting uit gesprekken met werknemers en nieuwe besluiten binnen de bestuursstructuur. Blume zou fabrieken bezoeken die door het saneringsplan worden geraakt. De ondernemingsraad kondigde daarnaast buitengewone personeelsbijeenkomsten aan in augustus, waar werknemers de topman rechtstreeks vragen kunnen stellen.
De bijeenkomsten stonden gepland op 25 augustus in het hoofdkantoor in Wolfsburg en op 26 augustus in Emden en Zwickau.
Ook de raad van toezicht zou op 4 september verder praten over het herstructureringsplan.
Volkswagen kondigt dus niet een definitief programma aan waarbij precies 50.000 extra werknemers worden ontslagen. Blume gebruikt het aantal als maatstaf voor de omvang van de besparingen die volgens hem nodig zijn om het kostennadeel ten opzichte van concurrenten weg te werken.
De mogelijke gevolgen zijn desondanks groot. Samen met de al afgesproken personeelsreducties zou het aantal betrokken functies kunnen oplopen tot ongeveer 100.000. Tegelijkertijd dreigen vier Duitse fabrieken in de jaren 2030 structureel onderbenut te blijven.
Het uiteindelijke aantal ontslagen, de toekomst van afzonderlijke fabrieken en de precieze vorm van de reorganisatie zijn nog afhankelijk van onderhandelingen en besluiten van de raad van toezicht.
Volkswagen heeft al ingestemd met het schrappen van ongeveer 50.000 functies binnen de groep, waaronder bij dochterondernemingen als Audi en Porsche. Daarbovenop wordt nog eens een vergelijkbaar aantal banen genoemd als mogelijke manier om het kostennadeel ten opzichte van concurrenten weg te werken. In theorie zou de totale personeelsreductie daarmee kunnen oplopen tot ongeveer 100.000 functies.
Blume benadrukt dat die extra 50.000 geen vastgestelde doelstelling vormen. Het getal komt voort uit een theoretische berekening: wat zou er gebeuren als Volkswagen zijn overheadkosten terugbrengt naar een niveau dat vergelijkbaar is met dat van concurrenten, zonder de loonkosten te veranderen? In de praktijk kan het besparingspakket ook bestaan uit minder modellen, een kleinere productiecapaciteit en een andere organisatiestructuur.
Volgens Blume liggen de overheadkosten van Volkswagen ruim 30% hoger dan bij vergelijkbare bedrijven. Het concern moet dat structurele kostennadeel verkleinen om concurrerender te worden.
Ook de winstgevendheid vormt een probleem. Blume noemt een operationeel rendement van minder dan 4% — ongeveer 3,8% — in de huidige moeilijke markt nog respectabel, maar op lange termijn onvoldoende om genoeg geld vrij te maken voor nieuwe technologie, producten en fabrieken.
Dat verklaart waarom de directie de herstructurering koppelt aan de toekomstige investeringsruimte van Volkswagen en niet alleen aan tegenvallende kwartaalresultaten. Volgens Reuters daalde de operationele winst in 2025 naar €8,9 miljard. Voor 2026 rekent Volkswagen op een operationele marge van ongeveer 4% tot 5%, na een marge van 2,8% in 2025.
De autofabrikant krijgt meerdere tegenwindfactoren tegelijk te verwerken:
De kern van Blumes boodschap is dat Volkswagen dieper moet snijden in de kosten om ruimte te houden voor investeringen en de concurrentie het hoofd te bieden.
Blume zei dat Volkswagen niet verwacht dat de fabrieken in Emden, Hannover, Zwickau en Neckarsulm in de jaren 2030 een concurrerend hoge bezettingsgraad zullen bereiken.
Dat betekent niet dat sluitingen al definitief zijn besloten. Volgens de beschikbare berichtgeving was er nog geen besluit genomen over specifieke fabrieken. Eerdere herstructureringsvoorstellen hielden wel rekening met de mogelijkheid om vier Duitse locaties te sluiten.
De discussie draait daarom niet alleen om het aantal banen. Als fabrieken langdurig onderbenut blijven, moet Volkswagen ook bepalen waar modellen worden gebouwd, hoeveel productiecapaciteit het concern nodig heeft en of individuele locaties nieuwe opdrachten kunnen krijgen.
Het plan van Volkswagen omvat mogelijk meer dan alleen een kleinere personeelsbezetting. Genoemde maatregelen zijn onder meer:
De families die Volkswagen controleren hebben belanghebbenden bovendien opgeroepen een ingrijpender reorganisatie te steunen. Een definitief plan moet rekening houden met de belangen van de directie, werknemers, vakbonden, de raad van toezicht en de deelstaat Nedersaksen.
De volgende fase bestaat naar verwachting uit gesprekken met werknemers en nieuwe besluiten binnen de bestuursstructuur. Blume zou fabrieken bezoeken die door het saneringsplan worden geraakt. De ondernemingsraad kondigde daarnaast buitengewone personeelsbijeenkomsten aan in augustus, waar werknemers de topman rechtstreeks vragen kunnen stellen.
De bijeenkomsten stonden gepland op 25 augustus in het hoofdkantoor in Wolfsburg en op 26 augustus in Emden en Zwickau.
Ook de raad van toezicht zou op 4 september verder praten over het herstructureringsplan.
Volkswagen kondigt dus niet een definitief programma aan waarbij precies 50.000 extra werknemers worden ontslagen. Blume gebruikt het aantal als maatstaf voor de omvang van de besparingen die volgens hem nodig zijn om het kostennadeel ten opzichte van concurrenten weg te werken.
De mogelijke gevolgen zijn desondanks groot. Samen met de al afgesproken personeelsreducties zou het aantal betrokken functies kunnen oplopen tot ongeveer 100.000. Tegelijkertijd dreigen vier Duitse fabrieken in de jaren 2030 structureel onderbenut te blijven.
Het uiteindelijke aantal ontslagen, de toekomst van afzonderlijke fabrieken en de precieze vorm van de reorganisatie zijn nog afhankelijk van onderhandelingen en besluiten van de raad van toezicht.