Ongeveer 12,3 miljard dollar van de Ierse betaling hield verband met de terugvordering van 13 miljard euro die voortkwam uit de zaak rond de eerdere Ierse belastingafspraken. Dat bedrag is dus geen normale jaarlijkse belastingafdracht, maar grotendeels een historische nabetaling.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie bevestigde in september 2024 dat Ierland Apple in het verleden onrechtmatige staatssteun had verleend. Ierland moest daarop meer dan 13 miljard euro terugvorderen.
De uitspraak betekende niet dat het uitzonderlijk lage belastingresultaat uit eerdere jaren alsnog werd goedgekeurd. In sommige jaren lag het effectieve tarief volgens de berichtgeving onder 1 procent. Dat Ierland destijds een algemeen statutair tarief van 12,5 procent hanteerde, was op zichzelf geen bewijs dat de specifieke afspraken met Apple rechtmatig waren.
Apple Operations International, de belangrijkste Ierse dochteronderneming van de groep, rapporteerde 12,1 miljard dollar aan belastingbetalingen in het boekjaar 2025. Daarvan hield 1,4 miljard dollar verband met het OESO- en EU-regime voor een wereldwijd minimumtarief van 15 procent.
Op basis van de boekhoudkundige maatstaf kwam het effectieve Ierse tarief voor Apple uit op 13,8 procent. Dat ligt boven het nominale Ierse tarief van 12,5 procent. Dit percentage is niet rechtstreeks te vergelijken met de 17,1 miljard dollar aan contante betalingen, omdat dat laatste bedrag de historische terugbetaling omvat.
Het verschil tussen het aantal werknemers en de geboekte winst is het meest veelzeggende economische signaal. Apple rapporteerde in Ierland ongeveer 6 miljoen dollar winst vóór belasting per werknemer. Het bedrijf had daar 5.575 werknemers, ongeveer 3 procent van zijn wereldwijde personeelsbestand.
In Duitsland bedroeg de winst vóór belasting ongeveer 51.000 dollar per werknemer. Daar werkten 4.089 mensen en betaalde Apple 153 miljoen dollar aan contante belastingen.
Die vergelijking bewijst niet dat Apple de wet heeft overtreden. Ze laat wel zien dat de plaats waar winst op papier wordt geboekt veel sterker kan samenhangen met het bezit en de toewijzing van immateriële activa — zoals intellectueel eigendom — dan met het aantal werknemers of de locatie van consumenten.
Ook Microsofts rapportage wijst op hetzelfde structurele patroon. De Ierse activiteiten van Microsoft boekten ongeveer 47,1 miljard dollar winst vóór belasting, circa 38 procent van de wereldwijde winst vóór belasting, terwijl Ierland slechts ongeveer 3 procent van het personeelsbestand vertegenwoordigde. Het EU-rapport van Microsoft bevestigt bovendien de gebruikte rapportageperiode en het toepasselijke kader.
Voor Ierland is de uitkomst dubbel. Het lage vennootschapsbelastingtarief van 12,5 procent, een Engelstalige beroepsbevolking, toegang tot de Europese interne markt, een uitgebreid verdragennetwerk en de mogelijkheid om activiteiten rond intellectueel eigendom onder te brengen, hebben het land zeer succesvol gemaakt als vestigingsplaats voor multinationals.
Tegelijkertijd verkleint het wereldwijde minimumtarief van 15 procent het belastingvoordeel voor de grootste ondernemingen. De openbare landenrapportage maakt bovendien zichtbaar wanneer een zeer groot deel van de winst in één land wordt geconcentreerd.
Daarin schuilt ook een begrotingsrisico. Apple, Microsoft en Eli Lilly waren samen in 2024 goed voor ongeveer 46 procent van de Ierse opbrengsten uit de vennootschapsbelasting. Ierland ontvangt daardoor uitzonderlijk veel belastinginkomsten, maar is ook kwetsbaar voor reorganisaties, wijzigingen in internationale belastingregels en sterke winstschommelingen bij een klein aantal bedrijven.
Apple verdedigt zijn aanpak vanuit een algemeen belastingprincipe: bedrijfswinst hoort te worden belast waar de activa, functies, risico’s en intellectuele-eigendomsrechten liggen die de winst genereren. Btw en andere verbruiksbelastingen ontstaan daarentegen op de plek waar klanten producten kopen.
De discussie gaat daarom niet over de vraag of dat principe bestaat. De kernvraag is of het bezit van intellectueel eigendom en interne groepsafspraken ervoor zorgen dat een te groot deel van de resterende winst in Ierland terechtkomt, in verhouding tot de werknemers, markten en commerciële activiteiten elders in Europa.
De cijfers betekenen niet dat Apple geen belasting in Ierland betaalt. Ze laten vooral zien dat Apple zowel een zeer grote — deels eenmalige — Ierse belastingbijdrage levert als een model gebruikt waarbij de geografische verdeling van geboekte winst sterk afwijkt van de plek waar de meeste werknemers en klanten zich bevinden.
Ongeveer 12,3 miljard dollar van de Ierse betaling hield verband met de terugvordering van 13 miljard euro die voortkwam uit de zaak rond de eerdere Ierse belastingafspraken. Dat bedrag is dus geen normale jaarlijkse belastingafdracht, maar grotendeels een historische nabetaling.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie bevestigde in september 2024 dat Ierland Apple in het verleden onrechtmatige staatssteun had verleend. Ierland moest daarop meer dan 13 miljard euro terugvorderen.
De uitspraak betekende niet dat het uitzonderlijk lage belastingresultaat uit eerdere jaren alsnog werd goedgekeurd. In sommige jaren lag het effectieve tarief volgens de berichtgeving onder 1 procent. Dat Ierland destijds een algemeen statutair tarief van 12,5 procent hanteerde, was op zichzelf geen bewijs dat de specifieke afspraken met Apple rechtmatig waren.
Apple Operations International, de belangrijkste Ierse dochteronderneming van de groep, rapporteerde 12,1 miljard dollar aan belastingbetalingen in het boekjaar 2025. Daarvan hield 1,4 miljard dollar verband met het OESO- en EU-regime voor een wereldwijd minimumtarief van 15 procent.
Op basis van de boekhoudkundige maatstaf kwam het effectieve Ierse tarief voor Apple uit op 13,8 procent. Dat ligt boven het nominale Ierse tarief van 12,5 procent. Dit percentage is niet rechtstreeks te vergelijken met de 17,1 miljard dollar aan contante betalingen, omdat dat laatste bedrag de historische terugbetaling omvat.
Het verschil tussen het aantal werknemers en de geboekte winst is het meest veelzeggende economische signaal. Apple rapporteerde in Ierland ongeveer 6 miljoen dollar winst vóór belasting per werknemer. Het bedrijf had daar 5.575 werknemers, ongeveer 3 procent van zijn wereldwijde personeelsbestand.
In Duitsland bedroeg de winst vóór belasting ongeveer 51.000 dollar per werknemer. Daar werkten 4.089 mensen en betaalde Apple 153 miljoen dollar aan contante belastingen.
Die vergelijking bewijst niet dat Apple de wet heeft overtreden. Ze laat wel zien dat de plaats waar winst op papier wordt geboekt veel sterker kan samenhangen met het bezit en de toewijzing van immateriële activa — zoals intellectueel eigendom — dan met het aantal werknemers of de locatie van consumenten.
Ook Microsofts rapportage wijst op hetzelfde structurele patroon. De Ierse activiteiten van Microsoft boekten ongeveer 47,1 miljard dollar winst vóór belasting, circa 38 procent van de wereldwijde winst vóór belasting, terwijl Ierland slechts ongeveer 3 procent van het personeelsbestand vertegenwoordigde. Het EU-rapport van Microsoft bevestigt bovendien de gebruikte rapportageperiode en het toepasselijke kader.
Voor Ierland is de uitkomst dubbel. Het lage vennootschapsbelastingtarief van 12,5 procent, een Engelstalige beroepsbevolking, toegang tot de Europese interne markt, een uitgebreid verdragennetwerk en de mogelijkheid om activiteiten rond intellectueel eigendom onder te brengen, hebben het land zeer succesvol gemaakt als vestigingsplaats voor multinationals.
Tegelijkertijd verkleint het wereldwijde minimumtarief van 15 procent het belastingvoordeel voor de grootste ondernemingen. De openbare landenrapportage maakt bovendien zichtbaar wanneer een zeer groot deel van de winst in één land wordt geconcentreerd.
Daarin schuilt ook een begrotingsrisico. Apple, Microsoft en Eli Lilly waren samen in 2024 goed voor ongeveer 46 procent van de Ierse opbrengsten uit de vennootschapsbelasting. Ierland ontvangt daardoor uitzonderlijk veel belastinginkomsten, maar is ook kwetsbaar voor reorganisaties, wijzigingen in internationale belastingregels en sterke winstschommelingen bij een klein aantal bedrijven.
Apple verdedigt zijn aanpak vanuit een algemeen belastingprincipe: bedrijfswinst hoort te worden belast waar de activa, functies, risico’s en intellectuele-eigendomsrechten liggen die de winst genereren. Btw en andere verbruiksbelastingen ontstaan daarentegen op de plek waar klanten producten kopen.
De discussie gaat daarom niet over de vraag of dat principe bestaat. De kernvraag is of het bezit van intellectueel eigendom en interne groepsafspraken ervoor zorgen dat een te groot deel van de resterende winst in Ierland terechtkomt, in verhouding tot de werknemers, markten en commerciële activiteiten elders in Europa.
De cijfers betekenen niet dat Apple geen belasting in Ierland betaalt. Ze laten vooral zien dat Apple zowel een zeer grote — deels eenmalige — Ierse belastingbijdrage levert als een model gebruikt waarbij de geografische verdeling van geboekte winst sterk afwijkt van de plek waar de meeste werknemers en klanten zich bevinden.