Dat ondersteunt de verwachting dat de schaarste tot in 2028 kan doorlopen, maar 2028 is geen vaststaand eindpunt. Het gaat om een industrieprognose, geen gegarandeerde datum waarop het tekort verdwijnt.
Geheugen werd traditioneel vaak verkocht via relatief korte, geregeld jaarlijkse contracten. Door de opmars van AI proberen fabrikanten klanten nu vaker voor drie tot vijf jaar aan zich te binden. Zulke langetermijnovereenkomsten kunnen vooraf afgesproken volumes, prijsformules of prijsbodems bevatten. Soms zijn er ook vooruitbetalingen, garanties of zogenoemde take-or-pay-bepalingen: de klant betaalt dan voor een gereserveerd volume, ook als hij het niet volledig afneemt.
Voor Nvidia betekent dit minder blootstelling aan de spotmarkt en meer zekerheid dat HBM beschikbaar is wanneer nieuwe GPU-platforms worden gelanceerd. Voor SK Hynix en Micron zorgt het voor beter zicht op de toekomstige vraag en voor een stabielere basis om fabrieken en nieuwe productielijnen te financieren.
Er zit wel een risico aan vast. Als de vraag naar AI-infrastructuur later afzwakt of klanten te veel capaciteit reserveren, kunnen afnemers met dure verplichtingen blijven zitten. Een omslag in de cyclus kan dan leiden tot heronderhandelingen, lagere bezettingsgraden en een scherpe prijsdaling.
De samenwerking tussen Nvidia en SK Hynix gaat verder dan een klassieke leveringsafspraak. Door gezamenlijk aan toekomstige generaties geheugen te werken, kunnen de bedrijven hun productplanningen nauwer op elkaar afstemmen. Nieuwe HBM-generaties moeten worden gekwalificeerd, verpakt en beschikbaar gemaakt rond de introductie van Nvidia’s AI-platforms.
Die integratie is belangrijk omdat HBM niet zomaar een standaardonderdeel is dat op het laatste moment kan worden ingekocht. De prestaties van het geheugen, de verpakking en de aansluiting op de GPU moeten gezamenlijk worden getest en geoptimaliseerd.
Micron meldde bij zijn resultaten over het derde fiscale kwartaal van 2026 dat het zestien strategische klantovereenkomsten had gesloten. Die contracten werden in berichtgeving gewaardeerd op ongeveer 22 miljard dollar en zouden doorgaans vijf jaar lopen, met prijsmechanismen die de marges van Micron moeten beschermen.
Dat zijn bredere strategische klantovereenkomsten. Ze vormen op zichzelf geen publiek bevestigde details van een afzonderlijk vijfjarig Nvidia-contract. Wel laten ze zien hoe de verkoop van geheugenchips verandert: grote AI- en cloudklanten proberen capaciteit vroegtijdig vast te leggen, terwijl fabrikanten zekerheid vragen voordat zij miljarden investeren.
Mehrotra beschrijft geheugen inmiddels als een strategische bottleneck voor AI, niet als een onbeduidend of eenvoudig vervangbaar onderdeel. Micron zei dat klanten ongeveer 50 procent meer geheugen vroegen dan het bedrijf kon toezeggen.
Micron rapporteerde recordresultaten over het derde fiscale kwartaal van 2026, met een omzet van 41,46 miljard dollar in het kwartaal dat eindigde op 28 mei 2026. Het bedrijf had eerder ongeveer 150 miljard dollar aangekondigd voor Amerikaanse productie en nog eens 50 miljard dollar voor onderzoek en ontwikkeling. Dat kwam neer op circa 200 miljard dollar.
Later verhoogde Micron de geplande Amerikaanse investering tot meer dan 250 miljard dollar tot en met 2035. Die uitgaven zijn bedoeld om de productiecapaciteit voor geheugen op lange termijn uit te breiden, maar nieuwe fabrieken leveren niet direct grote hoeveelheden HBM op.
Microns eerste fabriek in Idaho, Idaho Fab 1, moet volgens de planning halverwege 2027 de eerste wafers produceren. Een betekenisvolle bijdrage aan het aanbod wordt vooral in 2028 verwacht. Idaho Fab 2 staat gepland voor eind 2028.
Daarom bieden deze projecten geen snelle oplossing voor de huidige krapte in DRAM en HBM.
De afspraken geven Nvidia meer voorspelbaarheid bij de productie van AI-servers en -versnellers. Voor geheugenproducenten verbeteren ze de zichtbaarheid van de omzet, de benutting van fabrieken en mogelijk ook hun onderhandelingspositie over prijzen. Zolang nieuwe productiecapaciteit nog moet worden opgebouwd, zal geavanceerde HBM waarschijnlijk schaars en duur blijven.
De belangrijkste onzekerheid is wat er vanaf 2028 gebeurt. Als het daadwerkelijke verbruik van AI-geheugen snel genoeg blijft groeien, kunnen de nieuwe fabrieken grotendeels worden opgenomen door de markt. Groeit de vraag minder hard dan verwacht, dan kunnen extra productie en afnemende bestellingen juist leiden tot overtollige voorraden en een nieuwe correctie in de doorgaans cyclische geheugensector.