Het belang van deze ontwikkeling zit in de gelijktijdigheid: meerdere grote exporteurs verloren op hetzelfde moment capaciteit of toegang tot de markt. Daardoor was er minder ruimte om een regionale verstoring met extra leveringen elders op te vangen.
Naast de exportcijfers wees Vortexa op een sterke afname van de fysieke olievoorraden. De hoeveelheid ruwe olie die zich op tankers bevond, daalde in vier weken met ongeveer 175 miljoen vaten. Dat is gemiddeld circa 6,25 miljoen vaten per dag. Ook de voorraden in opslagtanks met een drijvend dak namen af, met ongeveer 81 miljoen vaten.
Dat is een belangrijk onderscheid met alleen een stijgende olieprijs. Prijzen kunnen reageren op verwachtingen en sentiment, maar een snelle daling van olie op zee en in opslag wijst erop dat daadwerkelijk beschikbare vaten uit het systeem verdwijnen. De beschikbare Vortexa-informatie ondersteunt daarmee een daling van ongeveer 6,25 miljoen vaten per dag, niet de formulering van meer dan 7 miljoen vaten per dag.
Een tijdelijke verbetering van het scheepvaartverkeer halverwege juli bleek geen bewijs voor een blijvende normalisering. Volgens de IEA bleef een akkoord dat de Straat van Hormuz opnieuw zou openen en vrije doorvaart door de Straat Bab el-Mandeb zou garanderen, uit. Nieuwe vijandelijkheden en maritieme verstoringen ondermijnden het herstel van de aanvoer.
Daarmee bleef de markt kwetsbaar voor nieuwe vertragingen. Hormuz is een cruciale route voor olietransport uit de Perzische Golf; Bab el-Mandeb verbindt de Rode Zee met de Golf van Aden en is eveneens belangrijk voor internationale scheepvaart.
Het door Vortexa gerapporteerde exportniveau van Iran bedroeg ongeveer 294.000 vaten per dag, tegenover een gemiddelde van bijna 1,7 miljoen vaten per dag in 2025. Dat cijfer illustreert hoe groot de Iraanse terugval volgens de marktvolgers was.
De specifieke omschrijving van een Amerikaans-Iraans memorandum van overeenstemming uit juni en de genoemde vergelijking konden echter niet onafhankelijk worden bevestigd met een primaire bron in het geraadpleegde materiaal. Daarom moet deze Iraanse exportvergelijking worden gezien als informatie uit marktmonitoring, niet als een officieel productiestatistiek.
De IEA kwam onafhankelijk van Vortexa tot een vergelijkbaar beeld. De wereldwijde olieproductie steeg in juli met 2,4 miljoen vaten per dag tot 101,5 miljoen vaten per dag, maar lag nog altijd 6,3 miljoen vaten per dag onder het niveau van een jaar eerder. Tegelijkertijd was volgens de IEA 8,3 miljoen vaten per dag aan productie in de Golfregio stilgelegd.
Voor heel 2026 verlaagde de IEA zijn raming: het mondiale aanbod zou gemiddeld met 4,3 miljoen vaten per dag dalen tot ongeveer 102 miljoen vaten per dag. Voor het derde kwartaal werd een wereldwijd tekort van 1,8 miljoen vaten per dag verwacht.
Brent noteerde rond 90 tot 92 dollar per vat en was daarmee al fors gestegen. Toch beschreef Reuters de markt als een markt die slechts geleidelijk rekening begon te houden met een langdurige verstoring. Een deel van de eerdere paniekpremie was alweer verdwenen.
De onderliggende boodschap van Vortexa was daarom niet simpelweg dat olie duurder moest worden. Het punt was dat een gelijktijdige daling van export, olie op zee en voorraden aan land, gecombineerd met een verwacht tekort, normaal gesproken zou moeten leiden tot een grotere en langdurigere risicopremie dan de zomerhandel liet zien.
Een analyse van Windward van 17 augustus identificeerde ongeveer twintig schepen bij de ankerplaats Koh-e-Mubarak nabij Hormuz die betrokken zouden zijn bij vermoedelijke sanctieontwijking en overdrachten tussen schepen. Acht van die schepen stonden op een sanctielijst van het Amerikaanse Office of Foreign Assets Control (OFAC).
Dat wijst erop dat een deel van de Iraanse olie niet vrij en soepel op de open markt beschikbaar was, maar vastzat in omslachtige, verhulde of risicovollere handelskanalen.
Niet alle signalen waren bullish voor olie. Hogere Amerikaanse ruwe-olievoorraden konden de opwaartse druk temperen. Dalende voorraden van middeldistillaten, zoals diesel, wezen juist op een krapper wordende markt.
Ook een zwakkere groei van de Chinese vraag kon het tekort kleiner maken, zeker nu de overstap naar elektrische voertuigen de vraag naar olie kan drukken. De IEA voorspelde voor 2026 een daling van de wereldwijde vraag met 1,6 miljoen vaten per dag. De these van Vortexa hing dus af van de vraag of de verstoringen langer zouden aanhouden dan de vraaguitval die door hogere prijzen wordt veroorzaakt.
Kort samengevat: Vortexa zag een ongebruikelijke combinatie van exportverlies, snel dalende fysieke voorraden en aanhoudende transportproblemen. Een blijvende normalisering van Hormuz en Bab el-Mandeb, extra aanbod buiten de Golf of een sterkere terugval van de Chinese vraag zou de waarschuwing verzwakken. Nieuwe verstoringen in de Golf of aan de Zwarte Zee zouden haar juist kracht bijzetten.