De uitspraken wijzen dus op gedeeld optimisme, maar nog niet op een technische consensus. Het zijn vooral scenario’s die laten zien hoe groot de potentiële markt kan worden als de belangrijkste problemen worden opgelost.
Humanoïde robots zijn de afgelopen jaren steeds wendbaarder geworden. Ze kunnen lopen, rennen, dansen en in zorgvuldig voorbereide demonstraties allerlei indrukwekkende bewegingen uitvoeren. Maar bewegen is iets anders dan betrouwbaar handelen in een onbekende omgeving.
De grootste bottleneck is zogenoemde belichaamde AI: software die een robot in staat stelt de wereld waar te nemen, oorzaak en gevolg te begrijpen, een plan te maken, fouten te herstellen en veilig te handelen. Daarvoor zijn zogenoemde wereldmodellen nodig — modellen die niet alleen taal of beelden herkennen, maar ook begrijpen hoe fysieke objecten en situaties zich gedragen.
Een robot moet bijvoorbeeld kunnen inschatten welke voorwerpen breekbaar zijn, wat er achter een deur staat, hoe een rommelige tafel moet worden aangepakt en wat hij moet doen als een object wegglijdt. Vooral het generaliseren naar omstandigheden die niet in de training voorkwamen blijft moeilijk. Ook nauwkeurige handelingen op millimeterniveau — het laatste stukje van een voorwerp vastpakken, draaien of plaatsen — blijken veel lastiger dan een demonstratie van lopen of springen.
Dat verklaart ook waarom de World Robot Conference nadrukkelijk draaide om de stap van tentoonstellingsmodellen naar echte toepassingen in fabrieken, bedrijven en huishoudens.
Een fundamenteel verschil met ChatGPT is de beschikbaarheid van trainingsdata. Grote taalmodellen konden worden getraind op enorme hoeveelheden tekst van het internet, goed voor biljoenen tokens. Voor fysieke robotica bestaat geen even goedkope, gestandaardiseerde en schaalbare databron met duizenden manieren waarop mensen objecten vastpakken, kracht doseren, fouten maken en daarop reageren.
Simulaties en teleoperatie — waarbij een mens de robot op afstand bestuurt — kunnen helpen. Toch bewijzen ze nog niet dat een robot veilig kan generaliseren tussen verschillende huizen, objecten, lichtomstandigheden, obstakels en menselijk gedrag. Zolang die datakloof bestaat, blijft iedere kalenderinschatting onzeker.
De markt reageerde intussen veel uitbundiger dan Wangs voorzichtige planning. De aandelen van Unitree stegen bij hun beursdebuut in Shanghai met 460 procent ten opzichte van de introductieprijs, een stijging van meer dan vijf keer.
Dat koersverloop weerspiegelt vooral de verwachting dat humanoïde robots kunnen uitgroeien tot een nieuw, platformachtig technologiebedrijf. Het bewijst niet dat de robots al klaar zijn voor zelfstandig huishoudelijk werk. De huidige klantenkring bestaat voor een belangrijk deel uit universiteiten, laboratoria en onderzoeksinstellingen. Dat is een teken van vroege adoptie, maar nog geen bewijs dat er al sprake is van een volwassen product-marktfit.
Ook Unitree heeft erkend dat het bedrijf achterloopt bij toepassingen in de echte wereld. De sector probeert daarom de aandacht te verleggen van virale stunts naar werkzaamheden zoals sorteren, verpakken en huishoudelijke taken.
In berichtgeving over de conferentie werd gemeld dat China in de eerste helft van 2026 meer dan 40.000 humanoïde robots leverde en daarmee 97 procent van de wereldwijde verzendingen voor zijn rekening nam.
Die cijfers moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd. Een andere marktmeting noemt voor dezelfde periode 19.100 humanoïde robots wereldwijd, waarvan Chinese leveranciers eveneens 97 procent zouden hebben geleverd. De twee cijfers kunnen niet rechtstreeks naast elkaar worden gelegd zonder te weten welke categorieën en definities zijn gebruikt — bijvoorbeeld het verschil tussen verzendingen en leveringen.
De richting van de ontwikkeling lijkt wel duidelijk: Chinese fabrikanten domineren de vroege volumes. Morgan Stanley verwachtte bovendien ongeveer 50.000 Chinese verzendingen in heel 2026, tegenover 12.000 in 2025. De precieze marktomvang staat echter niet vast op basis van de beschikbare gegevens.
Daar komt geopolitieke onzekerheid bij. De Amerikaanse Federal Communications Commission (FCC), de telecomtoezichthouder van de Verenigde Staten, heeft nieuwe in het buitenland gemaakte humanoïde en viervoetige robots op een veiligheidslijst geplaatst. Daardoor kunnen nieuwe modellen in de VS worden geweerd of geen noodzakelijke goedkeuring krijgen; de maatregel is volgens de berichtgeving vooral gericht op nieuwe modellen en niet automatisch op iedere robot die al op de Amerikaanse markt is.
De FCC verwees naar risico’s voor nationale veiligheid en toeleveringsketens. Voor Unitree kan dit de toegang tot een belangrijke markt beperken en tegelijk de schaal- en datacyclus bemoeilijken waarop de optimistische groeiverwachtingen zijn gebaseerd.
Er is een reële technische basis voor optimisme. Hardware wordt goedkoper, Chinese fabrikanten beschikken over grote productiecapaciteit en verschillende bedrijfsleiders zien een doorbraak rond 2028 als mogelijk. Maar er is nog geen bewijs dat algemene humanoïde robots tegen die tijd Wangs strenge test halen: ongeveer 80 procent van de opdrachten uitvoeren in een huis dat ze niet kennen.
De beste samenvatting is daarom: geloofwaardige vooruitgang, maar een speculatieve tijdlijn. Twee tot drie jaar is een gunstig scenario, geen vaststaande verwachting. Vijf tot tien jaar weerspiegelt beter de nog onopgeloste problemen rond software, fysieke data, betrouwbaarheid, veiligheid, kosten en regelgeving.
De explosieve beursstart van Unitree prijst vooral de mogelijkheid van een enorme robotica-industrie in. Of een humanoïde robot binnenkort daadwerkelijk zelfstandig het huishouden kan doen, moet nog blijken.