Waarom AI-afbeeldingen steeds moeilijker aan één bron zijn toe te schrijven
Bij ‘attributieverval’ wordt de causale invloed van één trainingsafbeelding op een specifieke AI output zo klein dat die niet meer aantoonbaar is. Daardoor wordt het moeilijker om een gegenereerde afbeelding aan één kunstenaar, foto of bronbestand te koppelen.
Gepubliceerd doorAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 1.5
Bij ‘attributieverval’ wordt de causale invloed van één trainingsafbeelding op een specifieke AI output zo klein dat die niet meer aantoonbaar is.
Daardoor wordt het moeilijker om een gegenereerde afbeelding aan één kunstenaar, foto of bronbestand te koppelen.
De onderzoekers testten dit met een ‘diffusion ensemble’: meerdere kleinere modelonderdelen die op verschillende delen van de dataset waren getraind.
Op datasets van 256 tot meer dan 160.000 afbeeldingen verwijderden zij afzonderlijke beelden, het volledige werk van één kunstenaar en alle foto’s van één persoon.
What did Zheng Dai and David Gifford’s MIT CSAIL study, published in Nature Communications on August 20, 2026, reveal about “attribution decAI-generated editorial hero image for What did Zheng Dai and David Gifford’s MIT CSAIL study, published in Nature Communications on August 20, 2026, reveal about “attribution dec.
AI Prompt
Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: What did Zheng Dai and David Gifford’s MIT CSAIL study, published in Nature Communications on August 20, 2026, reveal about “attribution dec. Article summary: The study found “attribution decay”: as a diffusion image generator is trained on more images, the causal influence of any one training image on a particular output can become too small to detect—and may disappear under . Topic tags: general web, openai, llm, ai, workflow. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts with
openai.com
Een studie van onderzoekers Zheng Dai en David Gifford van MIT’s Computer Science and Artificial Intelligence Laboratory (CSAIL) beschrijft een verschijnsel dat zij ‘attributieverval’ noemen. Naarmate een diffusionmodel op steeds meer afbeeldingen wordt getraind, kan de causale invloed van één specifieke trainingsafbeelding op een bepaalde output zo klein worden dat die niet langer aantoonbaar is — en bij een exacte verwijderingstest zelfs volledig lijkt te verdwijnen.
Dat maakt het lastiger om een gegenereerde afbeelding terug te voeren op één kunstenaar, foto of bronbestand. Maar de bevinding is nadrukkelijk geen bewijs dat modellen nooit kopiëren, en evenmin dat het trainen op auteursrechtelijk beschermd materiaal juridisch is toegestaan.
Studio Global AI
Continue your research
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
What is the short answer to "Waarom AI-afbeeldingen steeds moeilijker aan één bron zijn toe te schrijven"?
Bij ‘attributieverval’ wordt de causale invloed van één trainingsafbeelding op een specifieke AI output zo klein dat die niet meer aantoonbaar is.
What are the key points to validate first?
Bij ‘attributieverval’ wordt de causale invloed van één trainingsafbeelding op een specifieke AI output zo klein dat die niet meer aantoonbaar is. Daardoor wordt het moeilijker om een gegenereerde afbeelding aan één kunstenaar, foto of bronbestand te koppelen.
What should I do next in practice?
De onderzoekers testten dit met een ‘diffusion ensemble’: meerdere kleinere modelonderdelen die op verschillende delen van de dataset waren getraind.
Waarom AI-afbeeldingen steeds moeilijker aan één bron zijn toe te schrijven
Bij ‘attributieverval’ wordt de causale invloed van één trainingsafbeelding op een specifieke AI output zo klein dat die niet meer aantoonbaar is. Daardoor wordt het moeilijker om een gegenereerde afbeelding aan één kunstenaar, foto of bronbestand te koppelen.
Gepubliceerd doorAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 1.5
Bij ‘attributieverval’ wordt de causale invloed van één trainingsafbeelding op een specifieke AI output zo klein dat die niet meer aantoonbaar is.
Daardoor wordt het moeilijker om een gegenereerde afbeelding aan één kunstenaar, foto of bronbestand te koppelen.
De onderzoekers testten dit met een ‘diffusion ensemble’: meerdere kleinere modelonderdelen die op verschillende delen van de dataset waren getraind.
Op datasets van 256 tot meer dan 160.000 afbeeldingen verwijderden zij afzonderlijke beelden, het volledige werk van één kunstenaar en alle foto’s van één persoon.
What did Zheng Dai and David Gifford’s MIT CSAIL study, published in Nature Communications on August 20, 2026, reveal about “attribution decAI-generated editorial hero image for What did Zheng Dai and David Gifford’s MIT CSAIL study, published in Nature Communications on August 20, 2026, reveal about “attribution dec.
AI Prompt
Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: What did Zheng Dai and David Gifford’s MIT CSAIL study, published in Nature Communications on August 20, 2026, reveal about “attribution dec. Article summary: The study found “attribution decay”: as a diffusion image generator is trained on more images, the causal influence of any one training image on a particular output can become too small to detect—and may disappear under . Topic tags: general web, openai, llm, ai, workflow. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts with
openai.com
Een studie van onderzoekers Zheng Dai en David Gifford van MIT’s Computer Science and Artificial Intelligence Laboratory (CSAIL) beschrijft een verschijnsel dat zij ‘attributieverval’ noemen. Naarmate een diffusionmodel op steeds meer afbeeldingen wordt getraind, kan de causale invloed van één specifieke trainingsafbeelding op een bepaalde output zo klein worden dat die niet langer aantoonbaar is — en bij een exacte verwijderingstest zelfs volledig lijkt te verdwijnen.
Dat maakt het lastiger om een gegenereerde afbeelding terug te voeren op één kunstenaar, foto of bronbestand. Maar de bevinding is nadrukkelijk geen bewijs dat modellen nooit kopiëren, en evenmin dat het trainen op auteursrechtelijk beschermd materiaal juridisch is toegestaan.
Studio Global AI
Continue your research
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
What is the short answer to "Waarom AI-afbeeldingen steeds moeilijker aan één bron zijn toe te schrijven"?
Bij ‘attributieverval’ wordt de causale invloed van één trainingsafbeelding op een specifieke AI output zo klein dat die niet meer aantoonbaar is.
What are the key points to validate first?
Bij ‘attributieverval’ wordt de causale invloed van één trainingsafbeelding op een specifieke AI output zo klein dat die niet meer aantoonbaar is. Daardoor wordt het moeilijker om een gegenereerde afbeelding aan één kunstenaar, foto of bronbestand te koppelen.
What should I do next in practice?
De onderzoekers testten dit met een ‘diffusion ensemble’: meerdere kleinere modelonderdelen die op verschillende delen van de dataset waren getraind.
In plaats van de invloed van een afbeelding alleen wiskundig te schatten, bouwden de onderzoekers een zogenoemd diffusion ensemble. Dat bestaat uit meerdere kleinere diffusiononderdelen die op verschillende delen van de dataset zijn getraind.
Vervolgens konden ze een exacte tegenproef uitvoeren: om een bronafbeelding uit het model te verwijderen, schakelden ze alle onderdelen uit die de afbeelding hadden gezien. Zo hoefden ze het volledige model niet opnieuw te trainen en waren ze minder afhankelijk van benaderingen.
De onderzoekers vergeleken deze aanpak met 24 conventionele diffusionmodellen die op dezelfde gegevens waren getraind. Volgens standaardmetingen leverden die modellen resultaten van grofweg vergelijkbare kwaliteit op.
De tests werden uitgevoerd op datasets met tussen de 256 en meer dan 160.000 afbeeldingen. Daarbij verwijderden de onderzoekers achtereenvolgens:
één afzonderlijke afbeelding;
alle werken van één kunstenaar;
alle foto’s van één persoon.
Bij grotere datasets leidde het verwijderen van zo’n bron vaak niet tot een merkbare verandering in de gegenereerde output. Dat afnemende, meetbare effect van afzonderlijke bronnen noemen de auteurs attributieverval.
Wat betekent dit voor auteursrechtzaken rond AI?
De uitkomst kan claims ingewikkelder maken waarin wordt gesteld dat een specifieke output van een systeem dat wordt geassocieerd met bijvoorbeeld Midjourney, OpenAI of Microsoft door één bepaalde afbeelding — of door het volledige oeuvre van een eiser — is veroorzaakt of daarvan is gekopieerd.
Als het verwijderen van dat materiaal in een exacte tegenproef geen verandering in de relevante output oplevert, biedt juist die causale test weinig basis om de output aan die bron toe te schrijven.
Daarmee zijn de bredere juridische vragen echter niet opgelost. De studie bepaalt niet:
of een bedrijf auteursrechtelijk beschermd werk heeft gekopieerd bij het samenstellen van trainingsdata;
of het trainen zelf inbreuk maakt of onder een uitzondering zoals fair use valt;
of een output substantieel overeenkomt met een beschermd werk;
of een model bewust is aangestuurd of ingesteld om een kunstenaar na te bootsen.
Het onderzoek gaat dus over de causale toeschrijving van specifieke outputs, niet over een juridische uitspraak over auteursrecht.
Geen ‘vrijbrief’ voor AI-bedrijven
De bevinding betekent niet dat diffusionmodellen niets kunnen onthouden. In sommige situaties kunnen modellen trainingsvoorbeelden memoriseren of reproduceren. Attributieverval houdt alleen in dat het effect van één afzonderlijke bron bij grotere datasets vaak niet meer meetbaar wordt — niet dat kopiëren nooit plaatsvindt.
Bovendien onderzocht het team diffusiongebaseerde beeldgeneratoren. De resultaten kunnen daarom niet zonder meer worden doorgetrokken naar taalmodellen of andere generatieve architecturen.
Voor rechtszaken kan daardoor aanvullend bewijs nodig zijn, zoals gegevens over de verwerving van trainingsdata, directe overeenkomsten tussen werken, modelgedrag bij gerichte prompts, informatie over de herkomst van beelden en deskundigenrapporten. Dat volgt uit de door de studie aangetoonde moeilijkheid om op grote schaal één specifieke bron aan één output te koppelen.
A diffusion model conditioned on compound bioactivity profiles for generating high-content images
In plaats van de invloed van een afbeelding alleen wiskundig te schatten, bouwden de onderzoekers een zogenoemd diffusion ensemble. Dat bestaat uit meerdere kleinere diffusiononderdelen die op verschillende delen van de dataset zijn getraind.
Vervolgens konden ze een exacte tegenproef uitvoeren: om een bronafbeelding uit het model te verwijderen, schakelden ze alle onderdelen uit die de afbeelding hadden gezien. Zo hoefden ze het volledige model niet opnieuw te trainen en waren ze minder afhankelijk van benaderingen.
De onderzoekers vergeleken deze aanpak met 24 conventionele diffusionmodellen die op dezelfde gegevens waren getraind. Volgens standaardmetingen leverden die modellen resultaten van grofweg vergelijkbare kwaliteit op.
De tests werden uitgevoerd op datasets met tussen de 256 en meer dan 160.000 afbeeldingen. Daarbij verwijderden de onderzoekers achtereenvolgens:
één afzonderlijke afbeelding;
alle werken van één kunstenaar;
alle foto’s van één persoon.
Bij grotere datasets leidde het verwijderen van zo’n bron vaak niet tot een merkbare verandering in de gegenereerde output. Dat afnemende, meetbare effect van afzonderlijke bronnen noemen de auteurs attributieverval.
Wat betekent dit voor auteursrechtzaken rond AI?
De uitkomst kan claims ingewikkelder maken waarin wordt gesteld dat een specifieke output van een systeem dat wordt geassocieerd met bijvoorbeeld Midjourney, OpenAI of Microsoft door één bepaalde afbeelding — of door het volledige oeuvre van een eiser — is veroorzaakt of daarvan is gekopieerd.
Als het verwijderen van dat materiaal in een exacte tegenproef geen verandering in de relevante output oplevert, biedt juist die causale test weinig basis om de output aan die bron toe te schrijven.
Daarmee zijn de bredere juridische vragen echter niet opgelost. De studie bepaalt niet:
of een bedrijf auteursrechtelijk beschermd werk heeft gekopieerd bij het samenstellen van trainingsdata;
of het trainen zelf inbreuk maakt of onder een uitzondering zoals fair use valt;
of een output substantieel overeenkomt met een beschermd werk;
of een model bewust is aangestuurd of ingesteld om een kunstenaar na te bootsen.
Het onderzoek gaat dus over de causale toeschrijving van specifieke outputs, niet over een juridische uitspraak over auteursrecht.
Geen ‘vrijbrief’ voor AI-bedrijven
De bevinding betekent niet dat diffusionmodellen niets kunnen onthouden. In sommige situaties kunnen modellen trainingsvoorbeelden memoriseren of reproduceren. Attributieverval houdt alleen in dat het effect van één afzonderlijke bron bij grotere datasets vaak niet meer meetbaar wordt — niet dat kopiëren nooit plaatsvindt.
Bovendien onderzocht het team diffusiongebaseerde beeldgeneratoren. De resultaten kunnen daarom niet zonder meer worden doorgetrokken naar taalmodellen of andere generatieve architecturen.
Voor rechtszaken kan daardoor aanvullend bewijs nodig zijn, zoals gegevens over de verwerving van trainingsdata, directe overeenkomsten tussen werken, modelgedrag bij gerichte prompts, informatie over de herkomst van beelden en deskundigenrapporten. Dat volgt uit de door de studie aangetoonde moeilijkheid om op grote schaal één specifieke bron aan één output te koppelen.
A diffusion model conditioned on compound bioactivity profiles for generating high-content images