Ook de Amerikaanse technologie-investeringen als percentage van het bruto binnenlands product (bbp) hebben hun piek uit de jaren negentig overschreden. Dat bewijst niet wanneer een daling komt, maar het laat wel zien dat beleggers en bedrijven uitzonderlijk optimistische aannames maken over de toekomstige opbrengst van AI.
De beschikbare bronnen onderbouwen daarnaast niet de bewering dat de S&P 500 op 7.798,99 punten sloot en in 2026 14 procent won. Die cijfers zijn daarom niet als vaststaand feit in deze analyse opgenomen.
Een Amerikaanse uitverkoop van technologieaandelen zou niet beperkt blijven tot Wall Street. Europese beleggers zijn rechtstreeks blootgesteld aan de zogenoemde Magnificent Seven: Apple, Microsoft, Alphabet, Amazon, Nvidia, Meta en Tesla. Veel van die blootstelling zit indirect in indexfondsen, pensioenproducten en andere beleggingsfondsen.
Daarbij is een belangrijk cijfer verduidelijkt. In berichtgeving wordt soms gesproken over ongeveer €880 miljard aan Europese blootstelling. Het ECB-materiaal dat in de beschikbare bronnen wordt aangehaald, noemt echter ongeveer €440 miljard aan blootstelling van huishoudens in het eurogebied aan de Magnificent Seven. Voor het dubbele bedrag is in de aangeleverde informatie geen onderbouwing te vinden.
Een scherpe daling kan bovendien het vertrouwen van consumenten en bedrijven aantasten. Krediet kan duurder of moeilijker beschikbaar worden, ondernemingen kunnen investeringen uitstellen en werkgevers kunnen voorzichtiger worden met nieuwe aanwervingen. De eurozone zou zo geraakt worden door een Amerikaanse correctie, ook al is zij niet de belangrijkste markt voor de AI-rally.
De bouw van datacenters, chips en rekeninfrastructuur vraagt enorme bedragen. Volgens ramingen is in 2026 bijna $500 miljard aan AI-gerelateerde schuld uitgegeven. Morgan Stanley verwachtte dat het totaal voor het hele jaar kan oplopen tot bijna $570 miljard.
AI-gerelateerde leningen waren bovendien goed voor bijna 15 procent van de uitgifte van bedrijfsobligaties met een investmentgraderating. Dat betekent niet automatisch dat bedrijven hun schulden niet kunnen terugbetalen. Het vergroot wel de gevoeligheid van de markt voor hogere rentes, tegenvallende inkomsten of twijfel over de snelheid waarmee AI-investeringen winst opleveren.
Niet alle risico’s zijn zichtbaar op de klassieke balans van de grootste technologiebedrijven. Leasing, special-purpose vehicles, private kredietfondsen en andere financieringsconstructies kunnen een deel van de kosten en schulden onderbrengen bij andere partijen.
Dat kan nuttig zijn voor de financiering van infrastructuur, maar maakt het ook lastiger om te zien:
De vergelijking met de dotcomperiode is daarom vooral een waarschuwing over mogelijke risico’s die zich door het financiële systeem kunnen verspreiden. Ze bewijst niet dat de huidige financieringsstructuren identiek zijn aan die van toen.
Er is ook een belangrijk verschil met de dotcomzeepbel. De grootste technologiebedrijven van vandaag hebben doorgaans echte omzet, aanzienlijke winsten, kasstromen en sterkere balansen dan veel internetbedrijven rond 2000. Daardoor is een langdurige daling van waarderingen — waarbij winsten de koersen geleidelijk inhalen — waarschijnlijker dan een onmiddellijke instorting van de hele sector.
Dat is geen garantie op een zachte landing. Sterke huidige resultaten nemen het risico niet weg dat kapitaaluitgaven en rentelasten sneller oplopen dan de uiteindelijke inkomsten uit AI-diensten. Als beleggers hun winstverwachtingen verlagen, kunnen aandelenkoersen alsnog hard dalen, zelfs wanneer AI op lange termijn productiviteitswinst oplevert.
De expliciete uitspraak dat een correctie waarschijnlijk is, komt uit de analyse van ECB-economen. De beschikbare bronnen laten niet zien dat de Federal Reserve zelf al deze specifieke cijfers — zoals een CAPE van 41, de verhouding tussen technologie-investeringen en het bbp of het bedrag aan AI-schuld — als één samenhangende waarschuwing heeft gepubliceerd.
De Fed heeft eerder wel gewezen op verhoogde druk op activawaarderingen: koers-winstverhoudingen van beursgenoteerde bedrijven bevonden zich aan de bovenkant van hun historische bandbreedte, mede door verwachtingen van sterke winstgroei bij technologiebedrijven en een hoge risicobereidheid onder beleggers. Tegelijk stelde Fed-personeel dat veel technologiebedrijven relatief lage schulden en voldoende capaciteit hebben om extra financiering op te nemen.
Volgens de ECB hebben centrale banken en overheden nu minder beleidsruimte dan tijdens de dotcomcrisis. Een nieuwe correctie zou daardoor moeilijker kunnen worden gedempt met forse renteverlagingen of omvangrijke begrotingssteun.
De conclusie is dan ook genuanceerder dan “AI is een hype”. De technologie kan de economie ingrijpend veranderen en toch aanleiding geven tot een pijnlijke beurscorrectie. De combinatie van hoge verwachtingen, geconcentreerde aandelenposities, zware investeringen en snel groeiende schuld maakt vooral de financiële gevolgen van een tegenvaller groter — voor de Verenigde Staten én voor Europa.