Mandiants AVDH en Palo Alto Networks’ NOVA gebruiken gespecialiseerde AI agenten om code in kaart te brengen, kwetsbaarheidshypotheses te formuleren, bevindingen te toetsen en exploits te valideren. De verdediging draait niet langer alleen om patches: Palo Alto Networks zet met netwerkgebaseerde ‘virtuele patches’ t...
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: How are Mandiant’s Agentic Vulnerability Discovery Harness (AVDH) and Palo Alto Networks’ Frontier AI Critical Defense Program using chains. Article summary: Mandiant and Palo Alto Networks are applying frontier AI to reverse the attackers’ speed advantage: use coordinated agents to discover and validate flaws at machine scale, then pair disclosure and remediation with compen. Topic tags: general, general web, user generated, government, academic. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, water
De cyberveiligheidswedloop draait steeds meer om snelheid. Geavanceerde AI-modellen kunnen beveiligingsteams helpen om enorme codebases te doorzoeken, ongebruikelijke aanvalsroutes te vinden en te testen of vermoedelijke kwetsbaarheden daadwerkelijk misbruikbaar zijn. Maar dezelfde versnelling kan ook de tijd verkorten die aanvallers nodig hebben om een kwetsbaarheid om te zetten in een werkende aanval. Soms is die periode korter dan de tijd die nodig is om een conventionele patch te maken en uit te rollen.
Mandiants Agentic Vulnerability Discovery Harness (AVDH) en Palo Alto Networks’ NOVA laten twee onderdelen zien van een nieuw defensiemodel: agentgestuurde ontdekking en validatie, gevolgd door snelle afscherming.
AVDH wordt niet gepresenteerd als één volledig autonome scanner. Het is een workflow met meerdere AI-agenten die Mandiant inzet tijdens beveiligingsonderzoeken, incidentrespons en vergelijkbare onderzoeken. Volgens de Google Threat Intelligence Group kan het systeem omgevingen met tientallen miljoenen regels code analyseren, duizenden analysepijplijnen uitvoeren en tienduizenden bevindingen opleveren.
De workflow begint met het opbouwen van context. Een verkennende agent brengt de codebase in kaart, bepaalt waarvoor de software bedoeld is, bestudeert beschikbare documentatie en wijst onderdelen aan die nader onderzoek verdienen. Gespecialiseerde agenten kunnen daarna onder meer authenticatie, autorisatie en routering onderzoeken.
Vervolgens worden de observaties samengebracht in een dreigingsmodel. Een belangrijk controlepunt: een menselijke consultant beoordeelt dat model voordat de rest van de pijplijn verdergaat. Daardoor krijgen de volgende agenten een beveiligingsspecifieke kaart van de applicatie, in plaats van zonder context door de broncode te zoeken.
In de ontdekkingsfase analyseren agenten vervolgens toegangspunten, gegevensstromen en de omliggende code. Ze formuleren meerdere hypothesen over mogelijke kwetsbaarheden, onderzoeken die afzonderlijk en proberen elkaars conclusies te weerleggen. Het bewijs wordt samengevoegd tot kandidaatbevindingen. Consultants bootsen proof-of-concept-exploits na voordat een fout als bevestigd wordt aangemerkt.
Die opzet is belangrijk omdat dekking en beoordeling van elkaar worden gescheiden. De ene agent kan breed zoeken, een andere kan een aanvalspad uitwerken en een derde kan proberen het resultaat te ontkrachten. Menselijke validatie blijft een laatste controle tegen fout-positieven en onjuiste aannames over de werking van de software.
Google zegt dat AVDH ongeveer tien maanden intern is gebruikt en tientallen toewijsbare kwetsbaarheden heeft gevonden in veelgebruikte webextensies en open-sourceprojecten. Dat werk heeft geleid tot 12 toegekende CVE’s; ongeveer een dozijn andere kwetsbaarheden bevindt zich volgens het bedrijf nog in een actief openbaarmakingsproces.
Tijdens een incidentresponsonderzoek naar gestolen bedrijfsrepositories hielp het systeem volgens externe berichtgeving in twee dagen meer dan 100 geverifieerde kwetsbaarheden met een hoge ernstgraad te identificeren.
Deze cijfers laten zien welke schaal AI-ondersteunde code-analyse kan bereiken, maar moeten voorzichtig worden gelezen. Het gaat om operationele resultaten die door Mandiant en berichtgeving daarover zijn gemeld, niet om een onafhankelijk gecontroleerde vergelijking met traditionele beveiligingstests. Ook mogen de bevindingen niet automatisch worden omschreven als actieve zero-day-exploits: een nieuw ontdekte of eerder niet gemelde kwetsbaarheid wordt niet noodzakelijkerwijs al in het wild misbruikt.
Unit 42 van Palo Alto Networks omschrijft NOVA — de Network and Open-Source Vulnerability Analyzer — als een autonoom systeem voor het ontdekken, valideren en rapporteren van kwetsbaarheden. Het systeem gebruikt eigen agentharnassen en meerdere geavanceerde AI-modellen.
In de door het bedrijf gerapporteerde test analyseerde NOVA 3.915 open-sourceprojecten in twee maanden en vond het 14.090 eerder onbekende kwetsbaarheden. Unit 42 zegt dat 99,4% daarvan niet eerder was gemeld en dat ongeveer 40% als hoog of kritiek werd beoordeeld.
De betekenis van NOVA zit niet alleen in het aantal bevindingen. Volgens berichtgeving over de resultaten ging het vaak om semantische of logische fouten, en niet om de geheugenfouten waarop traditionele geautomatiseerde analyse zich doorgaans richt. Het kan bijvoorbeeld gaan om fouten in toegangscontrole, padverwerking, server-side requestgedrag of bescherming tegen code-injectie. Om zulke problemen te herkennen is inzicht nodig in het beoogde gedrag van een applicatie.
Ook hier zijn de belangrijkste cijfers afkomstig van de leverancier. ‘Eerder onbekend’ betekent op zichzelf niet dat elke bevinding een praktisch exploiteerbare zero-day is. Bovendien kunnen ernstclassificaties afhangen van het gebruikte beoordelingskader. De meest verdedigbare conclusie is dat multi-modelsystemen met AI-agenten grote aantallen beveiligingskandidaten kunnen blootleggen die in conventionele beoordelingsprocessen minder snel aan bod komen.
Sneller kwetsbaarheden vinden kan de defensieve capaciteit vergroten, maar het probleem wordt groter als organisaties nog altijd afhankelijk zijn van trage herstelcycli. CERT-EU noemt een geschatte gemiddelde tijd tot exploitatie van min zeven dagen. Dat betekent dat aanvallen gemiddeld al kunnen beginnen voordat een patch breed beschikbaar is.
Die ontwikkeling verandert de rol van patchen. Een permanente oplossing in de code blijft noodzakelijk, maar is mogelijk niet langer de eerste of enige nuttige verdedigingsactie. Beveiligingsteams moeten de blootstelling ook verminderen terwijl ontwikkelaars de oorzaak onderzoeken, testen, gecoördineerde openbaarmaking voorbereiden en een gefaseerde uitrol uitvoeren.
Het Frontier AI Critical Defense Program van Palo Alto Networks is opgezet om AI-laboratoria, software- en open-sourceorganisaties en sectoren zoals operationele technologie en de zorg rond dit probleem te laten samenwerken. Het voorgestelde antwoord bestaat uit netwerkgebaseerde ‘virtuele patches’ die exploitverkeer of misbruik van protocollen blokkeren voordat een permanente softwarefix beschikbaar is.
Palo Alto zegt dat de eigen Advanced Virtual Patching-bescherming binnen enkele uren kan worden uitgerold, tegenover een door het bedrijf genoemd industriegemiddelde van 55 dagen voor een conventionele patch.
Een virtuele patch moet worden gezien als een compenserende beveiligingsmaatregel, niet als vervanging van een reparatie in de kwetsbare code. De werking hangt ervan af of het beveiligingsteam het exploitatiepad correct kan identificeren en of de netwerkcontrole dat pad kan blokkeren zonder legitieme activiteit te verstoren. De dekking kan bovendien beperkt zijn wanneer aanvallen via vertrouwde kanalen of versleuteld verkeer verlopen, lokale rechten verhogen of gedrag vertonen dat moeilijk van normaal gebruik te onderscheiden is.
Mogelijk — maar niet simpelweg door een AI-scanner toe te voegen.
Een sterkere defensieve architectuur verbindt meerdere stappen tot één operationele lus:
Dat is de strategische les van AVDH en NOVA: het voordeel komt uit orkestratie, niet uit modeluitvoer alleen. AI kan ontdekking en validatie versnellen, maar verdedigers hebben nog steeds betrouwbaar bewijs, zorgvuldige prioritering, een veerkrachtige architectuur en uitrolsystemen nodig die in hetzelfde tempo kunnen handelen.
Aanvallers kunnen vergelijkbare modellen gebruiken, terwijl virtuele patches tijdelijk zijn en afhankelijk blijven van hun dekking. Het realistische doel is daarom niet om het risico op zero-days volledig uit te bannen. Het doel is om de defensieve lus — van ontdekking naar afscherming en herstel — sneller en betrouwbaarder te maken dan de route van aanvallers van vondst naar exploitatie.
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
Mandiants AVDH en Palo Alto Networks’ NOVA gebruiken gespecialiseerde AI agenten om code in kaart te brengen, kwetsbaarheidshypotheses te formuleren, bevindingen te toetsen en exploits te valideren.
Mandiants AVDH en Palo Alto Networks’ NOVA gebruiken gespecialiseerde AI agenten om code in kaart te brengen, kwetsbaarheidshypotheses te formuleren, bevindingen te toetsen en exploits te valideren. De verdediging draait niet langer alleen om patches: Palo Alto Networks zet met netwerkgebaseerde ‘virtuele patches’ tijdelijke blokkades in terwijl permanente softwarefixes worden ontwikkeld.
Defenders kunnen alleen een operationeel voordeel terugwinnen als ontdekking, menselijke validatie, melding, afscherming en herstel sneller op elkaar aansluiten dan aanvallers kwetsbaarheden kunnen misbruiken.