De Multinationale Maritieme Defensiealliantie werd op 30 juli 2026 in Riyad aangekondigd. Aan de oprichtingsbijeenkomst namen vertegenwoordigers van 43 landen deel, van de 51 uitgenodigde partijen.
Saudi-Arabië werd aangewezen als oprichtende en leidende staat. Ook komt het hoofdkwartier van de alliantie in het koninkrijk.
In aan Saudi-Arabië gelieerde berichtgeving werden de volgende 14 landen genoemd:
De berichtgeving is op dit punt niet volledig eensluidend. Al Jazeera noemde de Comoren in plaats van Nigeria, terwijl andere verslagen en de aangeleverde informatie op basis van het Saudische persbureau Nigeria noemen.
Ook is er een verschil tussen het steunen van de oprichtingsverklaring, het ondertekenen van een gezamenlijke verklaring en het formeel afronden van nationale toetredingsprocedures. Een latere update meldde dat 15 landen een verklaring hadden ondertekend, waarvan 13 op dat moment de binnenlandse procedures voor formeel lidmaatschap hadden afgerond.
De coalitie heeft volgens de verklaringen vier hoofddoelen:
De eerste geografische focus ligt op de Straat Bab el-Mandeb, de Rode Zee en de Golf van Aden. Deze wateren vormen een verbonden netwerk dat van groot belang is voor handels- en energietransport.
De alliantie moet deelnemende landen bovendien in staat stellen om informatie, planning en maritieme acties beter op elkaar af te stemmen. Daarmee probeert Riyad een regionale structuur op te bouwen voor langdurige samenwerking, in plaats van uitsluitend te reageren op afzonderlijke incidenten.
Het Saudische kabinet noemde de herhaalde aanvallen op commerciële schepen en tankers een “gevaarlijke escalatie” en een directe bedreiging voor de veiligheid van de scheepvaart. Volgens Riyad waren de aanvallen ook een ernstige schending van het internationaal recht en een openlijke uitdaging van een resolutie van de VN-Veiligheidsraad die respect voor de vrijheid van scheepvaart door de Straat van Hormuz vereist.
Saudi-Arabië sprak in vergelijkbare bewoordingen over aanvallen op tankers van het Emiratische energiebedrijf ADNOC. Op 13 augustus werden twee ADNOC-tankers aangevallen; berichtgeving meldde daarnaast een derde incident met een ADNOC-schip in dezelfde week. Riyad beschreef dergelijke aanvallen als een bedreiging voor de veiligheid van de scheepvaart en de mondiale energievoorziening.
Eerdere incidenten versterkten die veiligheidsanalyse. Op 7 juli werden volgens berichtgeving drie schepen in de buurt van de Straat van Hormuz door Iraanse aanvallen getroffen, waaronder een Saudische en een Qatarese tanker. Saudi-Arabië noemde dat een aanval op de internationale scheepvaart en op de wereldwijde energievoorziening.
De beschikbare bronnen ondersteunen de bredere Saudische juridische en veiligheidspolitieke duiding, waaronder de verwijzing naar VN-Veiligheidsraadresolutie 2817, die de aanvallen van Iran op buurlanden veroordeelde. De bronnen onderbouwen echter niet volledig de specifiekere bewering dat het kabinet op 18 augustus de aanvallen van juli op drie schepen en de incidenten van 13 augustus expliciet aan die resolutie koppelde in precies die bewoordingen. Die nauwere koppeling moet daarom met voorzichtigheid worden gelezen.
De Saudische alliantie ontstond in een periode waarin de Verenigde Staten met Project Freedom een eigen antwoord probeerden te geven op de crisis rond de Straat van Hormuz. Dat Amerikaanse initiatief moest commerciële schepen met steun van maritieme en luchtmachtmiddelen door de zeestraat helpen varen. Kort na de start werd de operatie stilgelegd.
Verschillende berichten schreven die onderbreking toe aan het besluit van Saudi-Arabië om Amerikaanse vliegtuigen geen gebruik te laten maken van Saudische bases en het Saudische luchtruim voor de escortemissie. Latere berichtgeving stelde dat Saudi-Arabië en Koeweit die beperkingen weer ophieven, maar de timing en de vooruitzichten op een duurzame hervatting bleven volgens de geraadpleegde bronnen onzeker.
Daartegenover staat de Saudische alliantie als een ander model: een regionale en multinationale structuur die vanuit Riyad wordt geleid en steunt op eigen lidmaatschaps-, plannings- en commandoprocedures. Het is beter om haar te beschrijven als een regionale alternatieve structuur en vorm van politiek eigenaarschap, niet als een formeel gedocumenteerde vervanging van de Amerikaanse operatie. De bronnen maken niet duidelijk hoe ver duurzame operationele samenwerking tussen de VS en de Golfstaten reikt.
De activering was een poging om een gezamenlijke reactie te institutionaliseren op aanvallen die de commerciële scheepvaart, energieroutes en mondiale toeleveringsketens bedreigen. De betekenis ligt dan ook niet alleen in de aankondiging van 30 juli, maar vooral in de vraag of Riyad een werkbare commandostructuur en gezamenlijke procedures kan opbouwen.
De praktische uitwerking blijft onzeker. De effectiviteit zal afhangen van de snelheid waarmee landen hun nationale toetredingsprocedures afronden, de verdeling van verantwoordelijkheden en het vermogen om brede politieke toezeggingen om te zetten in langdurige operaties op meerdere zeeroutes. Het verschil tussen 43 aanwezige landen en een kleinere groep formele oprichtingssteuners laat zowel het diplomatieke bereik als de institutionele uitdaging van het initiatief zien.