Deze looptijden zijn belangrijk voor de valutamarkt. De tienjaarsrente weerspiegelt onder meer verwachtingen voor economische groei en inflatie op middellange tot lange termijn. De dertigjaarsrente geeft daarnaast een beeld van de langlopende financieringsbehoefte van de Amerikaanse overheid en de risicopremie die beleggers daarvoor verlangen.
De kans op een renteverhoging in september nam af: De Amerikaanse economie verloor in juli onverwacht 23.000 banen. Vervolgens daalden de detailhandelsverkopen in juli met 0,6%, na een stijging van 0,2% in juni. Ook gematigde inflatiecijfers temperden de verwachtingen voor een strakker monetair beleid.
Beleggers schatten de kans op een renteverhoging tijdens de Fed-vergadering in september nog op ongeveer 31%. Voor een verhoging vóór december lag die kans rond 69%.
Valutaverhoudingen verschoven: De euro liep op naar een hoogste punt in twee maanden en noteerde dicht bij 1,161 dollar. Het Britse pond stond vlak bij een piek in drie maanden. De dollar verloor daarnaast terrein tegenover de Zwitserse frank, terwijl de yen rond ¥160 per dollar bleef en de markt vooruitkeek naar de volgende vergadering van de Bank of Japan.
Long-dollarposities werden afgewikkeld: Veel beleggers hadden dollars gekocht in de verwachting dat de Fed de rente langer hoog zou houden of verder zou verhogen. Toen die verwachting afnam, verkochten zij die posities. De zorgen over de kracht van de Amerikaanse economie versterkten deze beweging.
Op korte termijn bleef de teneur voor de dollar bearish tot voorzichtig: de markt rekende op een minder agressieve reactie van de Fed op de zwakkere economische cijfers. Toch was het beeld niet uitsluitend negatief voor de Amerikaanse munt. Onzekerheid over de inflatie, de uiteindelijke beleidsreactie van de Fed, de wereldwijde groei en de financieringsbehoefte van de Amerikaanse overheid kan de markten volatiel houden.
Ook hogere obligatierentes vormen niet automatisch een steun voor de dollar. Op 18 augustus wonnen onder meer de Australische en Nieuw-Zeelandse dollar terrein, ondanks stijgende Treasury-rentes. Dat wijst erop dat beleggers hun blootstelling aan de Amerikaanse munt breder aan het heroverwegen waren.
De spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran voegden een geopolitieke laag toe aan de bewegingen op de valutamarkt.
Bij een escalatie, bijvoorbeeld wanneer aanvallen de energievoorziening of scheepvaart in het Midden-Oosten bedreigen, kunnen olieprijzen stijgen. Dat vergroot de inflatierisico’s en kan de vraag naar veilige havens — waaronder soms de dollar — tijdelijk doen toenemen.
Bij tekenen van ontspanning, zoals de verwachting van een memorandum van overeenstemming tussen de VS en Iran, daalden eerder de olieprijsfutures en de inflatiecompensatie op korte termijn. Daarmee verzwakte ook een belangrijk argument voor verdere renteverhogingen door de Fed.
Geopolitiek werkte dus twee kanten op: escalatie kan olie en de vraag naar veilige activa opstuwen, terwijl de-escalatie de inflatieverwachtingen kan verlagen en de noodzaak van een hogere Amerikaanse rente kan verminderen.
De notulen van het Federal Open Market Committee, het rentecomité van de Fed, kunnen meer inzicht geven in de interne discussie over inflatie en economische groei. Beleggers letten vooral op drie vragen:
Een duidelijk aanhoudend inflatieprobleem zou de rentes en de dollar kunnen steunen. Als uit de notulen daarentegen blijkt dat de meerderheid vooral bezorgd is over afnemende groei of een afzwakkende inflatiedruk, zou dat de lagere verwachtingen voor een renteverhoging in september bevestigen.