Die hardnekkige condensstrepen kunnen per saldo voor opwarming zorgen. Vooral 's nachts kunnen ze de uitgaande infrarode warmtestraling van de aarde tegenhouden.
Het gaat hierbij om een effect van vliegtuigverkeer dat losstaat van de CO2-uitstoot. Condensstrepen zijn geen aanwijzing voor het doelbewust verspreiden van chemicaliën in de atmosfeer: voor zogenoemde ‘chemtrails’ bestaat geen geloofwaardig bewijs.
Operation Blue Skies richt zich vooral op vluchten in winteravonden en -nachten, omdat het vermijden van condensstrepen dan naar verwachting de grootste klimaatwaarde heeft. De modellen gebruiken verschillende informatiebronnen:
Daarmee proberen de onderzoekers gebieden te voorspellen waar de lucht oververzadigd is met ijs. In zulke zogenoemde ice-supersaturated regions is de kans groter dat een condensstreep lang blijft bestaan.
Als een risicogebied wordt voorspeld, kunnen luchtverkeersleiders van NATS geselecteerde vliegtuigen een hoogtewijziging van maximaal ongeveer 2.000 voet aanbieden. Het is dus niet de bedoeling om al het verkeer om te leiden, maar om gericht een klein deel van de vluchten aan te passen.
Een stijging of daling kost mogelijk extra brandstof. Daardoor kan de aanpassing meer CO2-uitstoot veroorzaken. De proef moet daarom niet alleen meten of condensstrepen worden vermeden, maar ook wat de totale klimaatbalans is.
Onderzoekers willen onder meer vaststellen:
Dat laatste is essentieel. Het is nog geen bewijs dat zulke manoeuvres per saldo klimaatwinst opleveren. Juist die vraag vormt de kern van het experiment.
De Britse steun loopt via het Aerospace Technology Institute-programma van het Department for Transport. In het consortium zitten Google, luchtverkeersdienst NATS, Contrails.org, Imperial College London, de University of Cambridge en het Met Office. Het Met Office werkt daarbij als onderaannemer van Contrails.org.
Google en Contrails.org hebben eerder instrumenten ontwikkeld die door satellieten waargenomen condensstrepen aan individuele vluchten koppelen en voorspellingen over condensstrepen maken. Ook zijn er eerdere demonstraties geweest met vluchtplanning en tijdelijke hoogteaanpassingen.
Het onderscheid van Blue Skies is de schaal en de aansturing: de proef verschuift van experimenten door afzonderlijke luchtvaartmaatschappijen naar luchtverkeersleiding boven een drukke oceaancorridor.
Satellietbeelden en vluchtgegevens moeten laten zien of de voorspelde risicogebieden en de gegeven instructies overeenkomen met wat er in de atmosfeer gebeurt. Onderzoekers van de betrokken universiteiten leveren onafhankelijke wetenschappelijke controle.
Het programma zegt dat de methoden en resultaten gepubliceerd zullen worden. Dat is relevant, omdat er nog onzekerheid bestaat over de voorspelling van condensstrepen, de manier waarop hun klimaateffect wordt berekend en de brandstofkosten van uitwijkmanoeuvres.
Als de aanpak werkt, kan de luchtvaart op relatief korte termijn een deel van haar niet-CO2-klimaateffect aanpakken, zonder te wachten op volledige vlootvernieuwing of nieuwe brandstoffen. Het blijft echter een aanvulling en geen vervanging voor CO2-reductie: condensstreepvermijding neemt de uitstoot door brandstofverbruik niet weg en kan niet alle condensstrepen voorkomen.
De betrokkenheid van Google roept ook een bredere vraag op over de energie die AI zelf gebruikt. Google meldde dat het elektriciteitsverbruik van zijn datacenters in 2024 met 27% steeg door de groeiende vraag naar AI. Tegelijkertijd stelde het bedrijf dat de energiegerelateerde uitstoot van die datacenters met 12% daalde door de inkoop van schone energie en efficiëntieverbeteringen.
Een systeem dat condensstrepen voorkomt, zou uiteindelijk een veel groter klimaateffect kunnen hebben dan de elektriciteit die nodig is om de voorspellingen te maken. Maar een transparante, volledige vergelijking over de hele levenscyclus is nog niet publiek aangetoond.
De sterkste toets zou daarom bestaan uit publicatie van de energie en marginale uitstoot van de modelberekeningen, de gemeten veranderingen in brandstofverbruik, de daadwerkelijk verminderde condensstrepen, de gebruikte klimaatmaatstaf en tijdshorizon, en een onafhankelijke beoordeling.
Tot die gegevens beschikbaar zijn, is de mogelijke klimaatwinst van Operation Blue Skies veelbelovend, maar nog onbewezen.
Die hardnekkige condensstrepen kunnen per saldo voor opwarming zorgen. Vooral 's nachts kunnen ze de uitgaande infrarode warmtestraling van de aarde tegenhouden.
Het gaat hierbij om een effect van vliegtuigverkeer dat losstaat van de CO2-uitstoot. Condensstrepen zijn geen aanwijzing voor het doelbewust verspreiden van chemicaliën in de atmosfeer: voor zogenoemde ‘chemtrails’ bestaat geen geloofwaardig bewijs.
Operation Blue Skies richt zich vooral op vluchten in winteravonden en -nachten, omdat het vermijden van condensstrepen dan naar verwachting de grootste klimaatwaarde heeft. De modellen gebruiken verschillende informatiebronnen:
Daarmee proberen de onderzoekers gebieden te voorspellen waar de lucht oververzadigd is met ijs. In zulke zogenoemde ice-supersaturated regions is de kans groter dat een condensstreep lang blijft bestaan.
Als een risicogebied wordt voorspeld, kunnen luchtverkeersleiders van NATS geselecteerde vliegtuigen een hoogtewijziging van maximaal ongeveer 2.000 voet aanbieden. Het is dus niet de bedoeling om al het verkeer om te leiden, maar om gericht een klein deel van de vluchten aan te passen.
Een stijging of daling kost mogelijk extra brandstof. Daardoor kan de aanpassing meer CO2-uitstoot veroorzaken. De proef moet daarom niet alleen meten of condensstrepen worden vermeden, maar ook wat de totale klimaatbalans is.
Onderzoekers willen onder meer vaststellen:
Dat laatste is essentieel. Het is nog geen bewijs dat zulke manoeuvres per saldo klimaatwinst opleveren. Juist die vraag vormt de kern van het experiment.
De Britse steun loopt via het Aerospace Technology Institute-programma van het Department for Transport. In het consortium zitten Google, luchtverkeersdienst NATS, Contrails.org, Imperial College London, de University of Cambridge en het Met Office. Het Met Office werkt daarbij als onderaannemer van Contrails.org.
Google en Contrails.org hebben eerder instrumenten ontwikkeld die door satellieten waargenomen condensstrepen aan individuele vluchten koppelen en voorspellingen over condensstrepen maken. Ook zijn er eerdere demonstraties geweest met vluchtplanning en tijdelijke hoogteaanpassingen.
Het onderscheid van Blue Skies is de schaal en de aansturing: de proef verschuift van experimenten door afzonderlijke luchtvaartmaatschappijen naar luchtverkeersleiding boven een drukke oceaancorridor.
Satellietbeelden en vluchtgegevens moeten laten zien of de voorspelde risicogebieden en de gegeven instructies overeenkomen met wat er in de atmosfeer gebeurt. Onderzoekers van de betrokken universiteiten leveren onafhankelijke wetenschappelijke controle.
Het programma zegt dat de methoden en resultaten gepubliceerd zullen worden. Dat is relevant, omdat er nog onzekerheid bestaat over de voorspelling van condensstrepen, de manier waarop hun klimaateffect wordt berekend en de brandstofkosten van uitwijkmanoeuvres.
Als de aanpak werkt, kan de luchtvaart op relatief korte termijn een deel van haar niet-CO2-klimaateffect aanpakken, zonder te wachten op volledige vlootvernieuwing of nieuwe brandstoffen. Het blijft echter een aanvulling en geen vervanging voor CO2-reductie: condensstreepvermijding neemt de uitstoot door brandstofverbruik niet weg en kan niet alle condensstrepen voorkomen.
De betrokkenheid van Google roept ook een bredere vraag op over de energie die AI zelf gebruikt. Google meldde dat het elektriciteitsverbruik van zijn datacenters in 2024 met 27% steeg door de groeiende vraag naar AI. Tegelijkertijd stelde het bedrijf dat de energiegerelateerde uitstoot van die datacenters met 12% daalde door de inkoop van schone energie en efficiëntieverbeteringen.
Een systeem dat condensstrepen voorkomt, zou uiteindelijk een veel groter klimaateffect kunnen hebben dan de elektriciteit die nodig is om de voorspellingen te maken. Maar een transparante, volledige vergelijking over de hele levenscyclus is nog niet publiek aangetoond.
De sterkste toets zou daarom bestaan uit publicatie van de energie en marginale uitstoot van de modelberekeningen, de gemeten veranderingen in brandstofverbruik, de daadwerkelijk verminderde condensstrepen, de gebruikte klimaatmaatstaf en tijdshorizon, en een onafhankelijke beoordeling.
Tot die gegevens beschikbaar zijn, is de mogelijke klimaatwinst van Operation Blue Skies veelbelovend, maar nog onbewezen.