De gemiddelde temperatuur van de Middellandse Zee kwam in juli uit op 27 °C, een record voor die maand. Een meetboei op zee bij Mallorca registreerde begin augustus bovendien 33 °C.
Mariene hittegolven kunnen soorten beschadigen of doden die de structuur van leefgebieden vormen, zoals koralen, sponzen en grote wieren. Wanneer deze soorten op grote schaal verdwijnen, verliezen andere dieren schuilplaatsen en voedsel. Dat kan doorwerken in de hele voedselketen, van ongewervelde dieren en vissen tot zeevogels en zeezoogdieren.
Aanhoudend warm water kan bestaande leefgebieden bovendien ongeschikt maken voor sommige soorten. Populaties kunnen naar het noorden trekken, terwijl soorten die goed tegen warmte kunnen zich uitbreiden. Zo veranderen mariene gemeenschappen en kunnen ook visserij, aquacultuur en de beschikbaarheid van vis en schaaldieren als voedsel onder druk komen te staan.
De onderzoekers wijzen onder meer op een ongebruikelijke toename van octopussen rond het Verenigd Koninkrijk. Ook zouden dolfijnen vaker kwallen eten, nu prooidieren zoals makreel schaarser worden. Meer kwallen en perioden met weinig zuurstof in het water kunnen daarnaast het kusttoerisme hinderen, bijvoorbeeld door bij te dragen aan het sluiten van stranden.
Warmer zeewater kan de temperatuur en luchtvochtigheid aan de kust verhogen, vooral ’s nachts. Daardoor neemt de hittestress op het land toe. Warm water verdampt ook sneller en brengt meer vocht in de atmosfeer. Wanneer weersystemen dat vocht vervolgens activeren, kan dat bijdragen aan zwaardere regenval.
Er zijn ook rechtstreekse gezondheidsrisico’s. Langdurig warm zeewater kan de kans op watergedragen infecties, zoals vibriosis, vergroten. Tegelijkertijd kan de verstoring van mariene ecosystemen gevolgen hebben voor economieën en voedselsystemen die afhankelijk zijn van gezonde kustwateren.
WWA waarschuwt dat een extra 1,4 °C mondiale opwarming mariene hitte-extremen zoals deze intenser en frequenter zou maken. De beschikbare bevindingen geven geen nauwkeurige temperatuurprognose per Europese regio voor dat scenario. De duidelijke conclusie gaat daarom vooral over de richting van het risico: verdere opwarming zou de druk op ecosystemen, visserij, voedselvoorziening, toerisme en de gezondheid van kustgemeenschappen vergroten.
De onderzoekers combineren hun aanbevelingen voor klimaatbeleid met maatregelen voor aanpassing. Een snelle vermindering van de uitstoot van fossiele brandstoffen en het beperken van verdere mondiale opwarming zijn volgens hen essentieel om de kans op en de ernst van toekomstige mariene hittegolven te verkleinen. Tegelijkertijd moeten kustgemeenschappen en mariene sectoren zich voorbereiden op veranderende ecosystemen, verschuivende visbestanden, hitte, infectieziekten en zwaardere regenval.
De kernboodschap is daarmee helder: menselijke opwarming heeft in 2026 een aanzienlijke hoeveelheid extra warmte aan de Europese zeeën toegevoegd. Het temperatuurrecord is niet alleen een oceanografisch gegeven, maar ook een waarschuwing voor de ecologische en maatschappelijke gevolgen van verder opwarmend zeewater.