Frankrijk was een van de duidelijkste landbouw-hotspots. Volgens de Europese droogtemonitor breidden waarschuwingstoestanden zich er sterk uit doordat de schaarse neerslag aanhield.
Analisten meldden dat de Franse maïsproductie mogelijk met de helft kan dalen. Daarmee zou 2026 de kleinste Franse maïsoogst sinds 1976 kunnen opleveren. De Europese Commissie verlaagde eind juli de verwachting voor de EU-maïsoogst van 2026/27 naar 51,9 miljoen ton, het laagste niveau sinds 2007.
Ook Franse groentetelers meldden grote verliezen ten opzichte van een gebruikelijk seizoen:
Dit zijn schattingen van telers en vertegenwoordigers uit de sector, geen definitieve landelijke oogstcontrole door de overheid.
In getroffen gebieden voerde Frankrijk waterbeperkingen in. Beweringen dat grondwaterlagen in het hele land waren uitgeput, vragen echter om gegevens per regio en stroomgebied. De beschikbare bronnen tonen ernstige waterstress aan, maar geen uniforme nationale toestand van het grondwater.
De Franse groentesector is in berichtgeving omschreven als een sector in een “historische crisis”. De beschikbare informatie bewijst echter niet dat de Franse overheid formeel een landelijke crisis heeft uitgeroepen met de specifieke titel “diepe crisis”.
Italië behoorde tot de gebieden met kritieke droogte. De autoriteit voor het stroomgebied van de Po gaf een waarschuwing voor droogte van de hoogste ernst, terwijl de waterstanden in Alpenmeren daalden.
Dat is belangrijk omdat het stroomgebied van de Po van groot belang is voor landbouw, transport, ecosystemen en andere activiteiten die water nodig hebben. Het vaak genoemde bedrag van meer dan €3 miljard aan landbouwschade in Italië moet wel voorzichtig worden geïnterpreteerd: de beschikbare bronnen presenteren dit niet als een definitief, onafhankelijk gecontroleerd overheidscijfer.
Eind juli verslechterden de droogteomstandigheden in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Britse supermarkten, cafés en restaurants kochten naar verluidt sla en broccoli uit Spanje, terwijl het normaal gesproken het hoogtepunt van het binnenlandse teeltseizoen was. Groothandelsprijzen lagen volgens berichtgeving ruim 60% hoger voor tomaten, 90% hoger voor ijsbergsla en meer dan 40% hoger voor aardappelen.
De Engelse erwtenoogst zou met een derde zijn gedaald. Door uitzonderlijk warm en droog weer begon de Britse graanoogst bovendien zo vroeg als in minstens twintig jaar niet was gebeurd. De beschikbare bronnen bevestigen niet de sterkere bewering dat 2026 definitief de slechtste Britse graanoogst sinds 1984 was. Ook is niet vastgesteld dat een steunpakket van £65 miljoen een nieuwe, specifiek voor de droogte van 2026 ingevoerde maatregel was.
De volgorde van de gebeurtenissen speelde een grote rol. Het neerslagtekort vormde de basis van de droogte: het verstoorde de waterbalans en verlaagde het bodemvocht en de rivierafvoer. De hittegolven vergrootten vervolgens de schade doordat ze de verdamping en de waterbehoefte van planten opdreven. Tegelijkertijd kregen gewassen minder tijd om zich normaal te ontwikkelen.
Door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde maakte een door hitte versterkte droogte waarschijnlijker en ernstiger, blijkt uit onderzoeken naar de rol van klimaatverandering. Volgens een analyse zou een droogte die in West-Europa als extreem werd aangemerkt, in een wereld vóór de klimaatcrisis als matig zijn beschouwd.
El Niño moet niet worden voorgesteld als de bewezen hoofdoorzaak van de Europese droogte in 2026. De beschikbare bronnen noemen het als een mogelijke achtergrondfactor, naast veranderingen in de straalstroom en uitzonderlijk warme oceanen. Ze tonen niet aan dat El Niño deze specifieke Europese crisis heeft veroorzaakt.
De eerste economische effecten kwamen naar voren in de vorm van lagere landbouwproductie, kwaliteitsverlies, beperkingen voor irrigatie en hogere kosten voor boeren en verzekeringen. Europese afnemers moesten meer producten, zoals maïs en groenten, importeren. Het mogelijke Franse tekort aan maïs kan de behoefte aan import in de EU verder vergroten.
Import kan lokale tekorten opvangen, maar biedt geen volledige bescherming wanneer hitte en waterstress meerdere productiegebieden tegelijk treffen. Een reeks slechte seizoenen zou de binnenlandse buffers van Europa verkleinen, de blootstelling aan mondiale grondstoffenprijzen vergroten en de levensvatbaarheid van landbouwbedrijven verder onder druk zetten.
Een raming van Triodos, aangehaald door France 24, schatte dat de droogte het bruto binnenlands product van de EU in 2026 met 1% zou kunnen verlagen: ongeveer €180 miljard. Dat is een modelmatige prognose en geen gemeten eindbedrag of gecontroleerde rekening van de droogteschade.
Voor de hittegolf in juni alleen werd eerder geschat dat 9 miljoen ton graan verloren ging en boeren €2 miljard aan inkomsten misliepen. Ook dat was een tussentijdse raming, opgesteld terwijl het seizoen nog bezig was.
Door droge vegetatie en extreme hitte ontstonden omstandigheden waarin uitzonderlijke bosbranden zich snel konden uitbreiden. Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Commissie koppelde de verslechterende droogte en recordhitte aan extreem lage rivierstanden en een buitengewoon hoog brandrisico.
De hitte legde ook een zware last op de volksgezondheid. In berichtgeving wordt gesproken over duizenden extra of verwachte hittegerelateerde sterfgevallen. De beschikbare gegevens leveren echter geen betrouwbaar definitief cijfer op voor het aantal sterfgevallen dat in heel Europa rechtstreeks aan de crisis van 2026 kan worden toegeschreven.
De belangrijkste conclusie is niet dat Europa op het punt staat zonder voedsel te zitten. Het risico is dat herhaalde warme en droge seizoenen de veiligheidsmarge van de landbouw geleidelijk uithollen:
Vooral het Middellandse Zeegebied loopt op lange termijn een groot risico op lagere landbouwopbrengsten. Droogtebeoordelingen wijzen onder de huidige klimaatomstandigheden op aanzienlijke potentiële opbrengstdalingen.
De ervaring van Europa in 2026 laat daarmee zien hoe schokken zich opstapelen: een tekort aan regen kan de crisis beginnen, extreme hitte kan de schade vergroten en lage waterstanden kunnen de gevolgen van het land naar voedselmarkten, transport, energie en de volksgezondheid verspreiden.