De aanpak bestaat uit noodmaatregelen op korte termijn en een langer vervangingsprogramma:
De tanker bij SPM-2 is daarom relevant: het beeld kan erop wijzen dat de beschadigde boei of de vervangende installatie wordt getest of gebruikt. Eén schip naast de laadboei bewijst echter niet dat de doorvoer duurzaam is, dat alle systemen succesvol in bedrijf zijn genomen of dat de terminal beschermd is tegen nieuwe aanvallen.
CPC hervatte op 27 juli kortstondig de ontvangst van ruwe olie en het laden van tankers, na een onderbreking van ongeveer een week. Volgens berichtgeving laadden twee tankers olie van Tengizchevroil bij de terminal in Novorossiejsk. Het Kazachse ministerie van Energie meldde dat de pijpleidingactiviteiten waren hervat.
Die heropening bleek geen blijvend veiligheidssignaal. Op 19 juli werden tijdens het laden twee tankers — de ASIA en NISSOS IOS — aangevallen, waarna CPC de laadactiviteiten opschortte. De ASIA vloog in brand. CPC zei dat onder zijn medewerkers en contractanten geen gewonden waren gevallen en dat er geen olielek was ontstaan.
Daarna volgden nieuwe aanvallen. Op 30 juli werd opnieuw een schip aangevallen tijdens het laden bij SPM-3, waarna CPC het laden opnieuw stillegde. Volgens bronnen die door Reuters werden aangehaald, lagen de CPC-ladingen in juli daardoor meer dan 20 procent onder het geplande niveau, op ongeveer 1,2 tot 1,3 miljoen vaten per dag.
De verstoring bereikte ook de olievelden van Kazachstan. Toen CPC tijdelijk geen ruwe olie meer accepteerde, waren de opslagtanks bij de terminal volgens berichten vol. Producenten hadden daardoor minder ruimte om olie aan het exportsysteem toe te voegen. De dagelijkse olieproductie van Kazachstan daalde tijdens de sluiting vervolgens met meer dan de helft, voordat de uitvoer werd hervat.
De belangrijkste vraag is inmiddels niet alleen of CPC zijn laadboeien kan repareren of vervangen. Het gaat er ook om of tankers de terminal veilig kunnen bereiken, laden en weer verlaten.
De Suezmax-tanker Skiros, die door een Griekse onderneming wordt geëxploiteerd, zou op 16 augustus bij Novorossiejsk zijn aangevallen nadat het schip bij de CPC-terminal had geladen. Dat incident wijst erop dat de dreiging mogelijk verder reikt dan de laadboei zelf en ook na vertrek van een tanker kan voortduren.
Dat onderscheid is belangrijk. Een herstelde SPM-2 zou de fysieke laadcapaciteit vergroten, maar neemt het operationele risico van droneaanvallen op de terminal en op schepen die de terminal bedienen niet weg. CPC heeft de activiteiten eerder hervat onder voorwaarden die afhangen van de veiligheidssituatie en bevestigde nominaties van tankers, maar daarmee is niet aangetoond dat de route permanent veilig is.
CPC is de belangrijkste exportroute voor olie uit Kazachstan. Via de pijpleiding stroomt ruwe olie van grote productieprojecten, waaronder Tengizchevroil en andere olievelden, naar de Zwarte Zee. Vanuit de terminal wordt de olie per tanker naar internationale markten vervoerd.
Wanneer de route normaal functioneert, kunnen producenten ruwe olie in de pijpleiding blijven pompen en tankers voor de export laden. Wanneer dat niet lukt, lopen de opslagtanks snel vol, krijgen producenten te maken met productiebeperkingen en nemen de internationale verschepingen af. Het tekort van meer dan 20 procent op de geplande CPC-ladingen in juli laat de omvang van de verstoring zien. De gemelde halvering van de dagelijkse productie in Kazachstan maakt duidelijk dat een langdurige stilstand veel verder zou gaan dan alleen een probleem voor de scheepvaart.
Voor de oliemarkt zou een duurzame herstart een belangrijke stroom CPC Blend terugbrengen en een bron van onzekerheid rond de aanvoer via de Zwarte Zee verminderen. Voor Kazachstan zou betrouwbare werking helpen om productiebeperkingen af te bouwen en de olie-export te herstellen.
De voorzichtige conclusie luidt daarom: CPC lijkt SPM-2 mogelijk weer in gebruik te nemen, maar de veiligheidssituatie maakt stabiele activiteiten op volledige capaciteit nog onzeker.