Beleggers zien bovendien signalen dat China opschuift van productie op basis van lage kosten naar technologie die commercieel toepasbaar is. AI wordt gekoppeld aan binnenlandse cloudplatforms, apparaten en industriële toepassingen. Halfgeleiders zijn belangrijk voor technologische zelfredzaamheid én voor de groeiende vraag naar AI-geheugen. Batterijen en energieopslag profiteren van de wereldwijde elektrificatie, terwijl robotica aansluit op de behoefte aan automatisering in fabrieken en op de vergrijzing van de beroepsbevolking. Biotechbedrijven kunnen dan weer profiteren van lagere ontwikkelkosten en meer mogelijkheden om licenties internationaal te verkopen.
De exportcijfers leveren een concreet argument voor de optimistische visie. De Chinese uitvoer van hightechproducten bereikte in 2025 5,25 biljoen yuan, 13,2 procent meer dan een jaar eerder. De export van gespecialiseerde apparatuur, hoogwaardige werktuigmachines en industriële robots steeg respectievelijk met 20,6, 21,5 en 48,7 procent.
In juli 2026 nam de Chinese export in dollarwaarde met 23,9 procent toe ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. De sterke wereldwijde vraag naar AI-infrastructuur werd daarbij als een belangrijke aanjager genoemd.
China spreidt zijn export bovendien over meer afzetmarkten. In 2025 steeg de uitvoer naar Afrika met 25,8 procent en die naar de ASEAN-landen, de associatie van Zuidoost-Aziatische landen, met 13,4 procent. Dat wijst op een verdere verschuiving richting opkomende markten, al kan het ook samenhangen met handelsbarrières en de zoektocht naar alternatieve afzetkanalen.
De beursgang van ChangXin Memory Technologies, kortweg CXMT, geldt als een van de duidelijkste signalen van beleggersenthousiasme. De Chinese geheugenchipmaker haalde ongeveer 8,6 miljard dollar op in Shanghai. Het was op dat moment de grootste beursintroductie van Azië in 2026. Op de eerste handelsdag steeg het aandeel met meer dan 500 procent, waardoor de beurswaarde tijdelijk opliep tot ongeveer 539 miljard dollar.
De waardering weerspiegelt verschillende verwachtingen tegelijk. Beleggers rekenen op een door AI gestimuleerde opwaartse cyclus in geheugenchips, op een groeiende binnenlandse vraag naar DRAM en op blijvende politieke steun voor Chinese chipproductie. Investeerders die aan de overheid van Hefei zijn gelieerd, bezitten 36,8 procent van CXMT.
De beurskoers bewijst echter nog niet dat CXMT wereldwijd kan concurreren met gevestigde namen in de geheugensector. Het bedrijf heeft nog altijd te maken met beperkte toegang tot de meest geavanceerde lithografiemachines en met stevige concurrentie van internationale marktleiders. Uiteindelijk zullen productie-efficiëntie, technologie, marges en betrouwbare leveringen zwaarder wegen dan het spektakel van een beursdebuut.
Ook Chinese robotbedrijven zoals Unitree staan symbool voor de nieuwe investeringsgolf. De onderliggende these is aantrekkelijk: China beschikt over componenten, fabriekscapaciteit en toeleveringsketens waarmee het humanoïde en vierpotige robots goedkoper en sneller commercieel inzetbaar zou kunnen maken.
Maar enthousiasme rond productdemonstraties is nog geen bewijs van een winstgevende massamarkt. Voor beleggers blijft het belangrijk om daadwerkelijke orders, productievolumes en marges te onderscheiden van aandacht op sociale media en optimistische verhalen op de kapitaalmarkt. Unitree alleen bewijst evenmin dat er al sprake is van brede buitenlandse kapitaalinstroom in de robotsector.
De belangstelling voor specifieke Chinese technologiebedrijven neemt toe, maar de totale buitenlandse directe investeringen in China laten geen vergelijkbare verbetering zien. De daadwerkelijk gebruikte instroom daalde in 2025 met 9,5 procent tot 747,69 miljard yuan. Tegelijkertijd steeg het aantal nieuw opgerichte ondernemingen met buitenlands kapitaal met 19,1 procent.
Die combinatie wijst op blijvende interesse in gerichte kansen, vooral in geavanceerde productie en bepaalde dienstensectoren, maar ook op voorzichtigheid. Bedrijven wegen de zwakke vraag, geopolitieke spanningen, regelgeving en onzekere rendementen mee voordat ze grote bedragen investeren.
Chinese ondernemingen zelf kijken juist steeds nadrukkelijker naar het buitenland. Hun directe investeringen buiten China stegen in 2025 met 7,1 procent en het aantal buitenlandse overnames nam met bijna 40 procent toe. Daarmee proberen bedrijven nieuwe markten en internationale toeleveringsketens op te bouwen.
Optimistische analisten verwachten dat AI, groene technologie en geavanceerde productie de winsten en export kunnen blijven ondersteunen, ook nu de traditionele vastgoedgedreven groei afzwakt. Vanuit die visie vertegenwoordigt hardtech een langetermijnthema dat niet volledig afhankelijk is van het algemene groeitempo van China.
Sceptici wijzen erop dat hoge waarderingen soms vooral verwachtingen over staatssteun en strategische schaarste weerspiegelen, terwijl de winstgevendheid nog niet is bewezen. Overcapaciteit, hevige prijsconcurrentie, exportbeperkingen en nieuwe handelsbarrières kunnen de rendementen onder druk zetten. De beursgang van CXMT illustreert beide kanten: sterke technologische en politieke steun, maar ook een waardering die veel toekomstige groei veronderstelt.
De grootste zwakte in het macro-economische beeld is de binnenlandse vraag. Huishoudens blijven voorzichtig met uitgaven, de vastgoedsector ondergaat een langdurige aanpassing, deflatoire druk houdt aan en particuliere investeringen zijn zwak. De Wereldbank verwacht dat de Chinese groei in 2026 vertraagt door die beperkingen aan de vraagzijde.
Het Internationaal Monetair Fonds adviseert daarom om het beleid meer te richten op huishoudconsumptie en een ordelijke aanpassing van de vastgoedsector, en minder op inefficiënte investeringen. Het fonds pleit daarnaast voor een ruimer macro-economisch beleid en meer flexibiliteit in de wisselkoers.
De hardtechrally wordt duurzamer als China technologische steun combineert met hogere sociale uitgaven, meer inkomenszekerheid voor huishoudens, een geloofwaardige aanpak van de vastgoedproblemen en voorspelbaardere regels voor private en buitenlandse ondernemingen. Als groei vooral blijft leunen op gesubsidieerde productiecapaciteit en export, kunnen handelsconflicten, lage winstmarges en kapitaalverspilling het optimisme temperen — zelfs wanneer de technologie zelf vooruitgaat.