De gemelde verschuiving van Iran van een defensieve naar een „volledig offensieve” houding versterkte de vrees dat de impasse verder zou escaleren. Tegelijkertijd boden berichten over geheime contacten en gesprekken met Oman over het hervatten of reguleren van de scheepvaart door de Straat van Hormuz een mogelijke uitweg. Zonder bevestigd akkoord bleef de risicopremie op de markten echter overeind.
Brentolie noteerde voor de derde dag op rij boven 90 dollar en liep door tot boven 91 dollar toen de hoop op een akkoord tussen de VS en Iran op korte termijn afnam. De Straat van Hormuz bleef de belangrijkste zorg voor beleggers: een nieuwe confrontatie of langdurige verstoring kan de oliestroom bedreigen en de kosten in de wereldeconomie verhogen.
Dat raakt meer dan alleen energiebedrijven. Duurdere brandstof kan de inflatie verder aanjagen, huishoudbudgetten onder druk zetten en de bedrijfskosten verhogen. Voor centrale banken ontstaat daardoor een lastig dilemma: energiegedreven inflatie pleit voor voorzichtigheid met renteverlagingen, terwijl afzwakkende consumptie juist vraagt om de economische groei niet verder te belasten.
De rente op Amerikaanse 30-jarige staatsobligaties bereikte intraday 5,321%, het hoogste niveau sinds medio 2007. Ook de 10-jaarsrente liep op. De stijging had niet alleen met de spanningen in het Midden-Oosten te maken. Beleggers wogen ook de Amerikaanse begrotingsvooruitzichten, een grote hoeveelheid nieuwe schuld en omvangrijke bedrijfsleningen mee, waaronder financiering voor investeringen in kunstmatige intelligentie.
Dat is relevant voor huishoudens en bedrijven, omdat langlopende staatsrentes doorwerken in de financieringskosten van de hele economie. De Amerikaanse 10-jaarsrente geldt als belangrijke maatstaf voor onder meer hypotheken en andere leningen. Een aanhoudende stijging kan lenen duur houden, zelfs als beleggers minder rekening houden met een snelle verhoging van de korte beleidsrente door de Fed.
Ook Japan liet zien dat de druk op staatsobligaties niet beperkt bleef tot de Verenigde Staten. De Japanse 10-jaarsrente steeg na zes opeenvolgende verkoopdagen naar 2,925%, een bijna dertigjarig hoogtepunt, ondanks tegenvallende groeicijfers. Beleggers leken er rekening mee te blijven houden dat de Bank of Japan de rente kan verhogen.
Aziatische aandelen leverden eerdere winsten in toen de bestandstermijn verstreek en Iran een agressievere houding aannam. De brede MSCI Asia-index draaide een eerdere stijging terug, terwijl de prestaties per markt uiteenliepen.
Ook Europese aandelen zakten licht weg. Hogere olieprijzen en stijgende rentes op staatsobligaties in de eurozone wakkerden de inflatiezorgen aan. Energieaandelen presteerden beter, maar de Duitse 10-jaarsrente bereikte het hoogste niveau sinds 2011 en de Franse 10-jaarsrente een piek in zestien jaar. Dat zette bredere aandelenwaarderingen extra onder druk.
Op Wall Street stonden aandelen al onder druk door de combinatie van duurdere olie, hogere langlopende rentes en inflatierisico. De Dow Jones en de S&P 500 daalden elk ongeveer 0,5%; de Nasdaq verloor circa 0,3% in de door marktberichten beschreven sessie.
Het ging daarmee minder om één geopolitieke schok dan om een aanscherping van de financiële voorwaarden. Hogere energiekosten bedreigen winstmarges en koopkracht, terwijl hogere obligatierentes de waarde verlagen die beleggers toekennen aan toekomstige bedrijfswinsten. Dat weegt vooral op bedrijven waarvan de waardering sterk afhankelijk is van groei op langere termijn.
De Amerikaanse dollar zakte tegenover de euro naar het laagste niveau in twee maanden nadat de Amerikaanse winkelverkopen onverwacht waren gedaald. In dit geval woog het signaal van zwakkere economische data zwaarder dan de gebruikelijke steun die geopolitieke spanningen aan de dollar als vluchthaven geven.
Goud profiteerde eerder van de combinatie van onzekerheid rond de Golfregio en inflatiezorgen en bereikte in de betreffende periode een hoogste stand in negen weken. De beweging laat zien dat beleggers met verschillende krachten tegelijk rekening hielden: bescherming tegen geopolitieke risico’s enerzijds en een herziening van de renteverwachtingen en reële rentes anderzijds.
Door het tegenvallende cijfer voor de winkelverkopen schroefden beleggers hun verwachting voor een snelle renteverhoging door de Federal Reserve terug. Dat neemt het inflatierisico niet weg. Een door verstoringen veroorzaakte olieschok kan prijzen opdrijven terwijl consumenten en bedrijven hun uitgaven juist beginnen te verlagen.
Voor beleidsmakers kan dat wijzen op een ongemakkelijke vorm van stagflatie: de vraag koelt af, maar hogere energiekosten houden de inflatie mogelijk hoog. De notulen van de Fed-vergadering kunnen meer duidelijkheid geven over de manier waarop beleidsmakers die tegengestelde risico’s hebben gewogen en of zwakkere consumptie voldoende reden is om het beleid ongewijzigd te laten.
De komende kwartaalresultaten van Home Depot, Target en Walmart kunnen helpen bepalen of de daling van de winkelverkopen wijst op een bredere verzwakking van de consument of op een tijdelijke terugval. Beleggers zullen onder meer letten op:
De bedrijfsresultaten en de notulen van de Fed moeten helpen om twee concurrerende marktverhalen uit elkaar te houden. Het eerste is een inflatieschok die de rente langer hoog houdt. Het tweede is een afzwakkende vraag die de Fed uiteindelijk ruimte geeft om het beleid te versoepelen.
De verlopen bestandstermijn heeft vooral de onzekerheid vergroot; er ontstond geen volledig nieuw en eenduidig marktregime. Olie en langlopende rentes stegen doordat beleggers meer geopolitiek en inflatierisico inprijzen. Aandelen verzwakten omdat die risico’s doorwerken in waarderingen en de financiën van huishoudens. Tegelijkertijd lieten de daling van de dollar en de lagere renteverhogingsverwachtingen zien dat zwakke Amerikaanse economische cijfers minstens zo belangrijk bleven als het nieuws uit Iran.
De volgende doorslaggevende ontwikkeling is de vraag of diplomatie leidt tot een geloofwaardige regeling voor de Straat van Hormuz en een bredere overeenkomst tussen de VS en Iran. Tot die tijd zullen markten waarschijnlijk blijven reageren op de wisselwerking tussen risico’s voor de olieaanvoer, overheidsleningen, inflatieverwachtingen en de veerkracht van de Amerikaanse consument.