De zwakke julicijfers volgen op een teleurstellend tweede kwartaal. De Chinese economie groeide tussen april en juni met 4,3% op jaarbasis, tegen 5,0% in het eerste kwartaal. Ook bleef de groei achter bij de marktverwachting van 4,5% en bij de ondergrens van de officiële doelstelling van 4,5% tot 5,0% voor heel 2026.
Juli lijkt daarmee geen incidentele tegenvaller na een versnelling. De cijfers vormen eerder een eerste aanwijzing dat de afzwakking in de tweede helft van het jaar doorzet.
Huishoudens en bedrijven lijken nog altijd weinig bereid om extra geld uit te geven of nieuwe leningen aan te gaan. Het effect van overheidsprogramma’s die consumenten korting bieden bij het inruilen van oude goederen lijkt af te nemen. Ook extreem weer verstoorde in juli delen van de economische activiteit. Die factoren kunnen de maandcijfers deels verklaren, maar niet volledig de bredere terughoudendheid om schulden aan te gaan of nieuwe investeringen te starten.
De nieuwe yuanleningen krompen in juli met 340 miljard yuan — de grootste daling ooit. De groei van de totale uitstaande leningen zakte eveneens naar een recordlaagte. Zowel huishoudens als bedrijven leenden minder. Dat wijst op een vraagprobleem: goedkoper of ruimer krediet helpt beperkt wanneer potentiële leners zelf geen nieuwe schuld willen aangaan.
De zwakke vastgoedmarkt versterkt die voorzichtigheid. Dalende vastgoedactiviteit kan het vermogen van huishoudens, de financiën van lokale overheden en private investeringen onder druk zetten. Zo ontstaat een zichzelf versterkende cirkel: minder vertrouwen leidt tot minder bestedingen en minder leningen.
De officiële inkoopmanagersindex (PMI) voor de industrie daalde in juli naar 49,2, tegenover 50,3 in juni. Een stand onder 50 wijst op krimp ten opzichte van de voorgaande maand. Ook de PMI voor de niet-industriële sector zakte naar 49, wat erop duidt dat de zwakte zich uitstrekte tot diensten en bouwgerelateerde activiteiten.
Vooral de industriële uitkomst is veelzeggend. De sterke buitenlandse vraag vertaalt zich niet in betere omstandigheden voor alle binnenlandse bedrijven. Nieuwe orders namen af, terwijl weersverstoringen en hoge productiekosten extra druk uitoefenden.
De export was het duidelijke lichtpunt. De Chinese uitvoer steeg in juli met 23,9% in dollarwaarde ten opzichte van een jaar eerder en overtrof daarmee de verwachtingen. Vooral de vraag naar hightechproducten, waaronder goederen die verband houden met de wereldwijde investeringsgolf in AI-infrastructuur, hield de exportsector sterk. De invoer nam met 27,5% toe, maar minder snel dan in juni.
Voor Beijing biedt dat op korte termijn belangrijke steun. Exportgroei kan de productie en werkgelegenheid in fabrieken op peil houden terwijl Chinese consumenten voorzichtig blijven. Maar export is geen volwaardige vervanging voor herstel van de binnenlandse consumptie.
Een grotere afhankelijkheid van buitenlandse afzetmarkten brengt bovendien nieuwe risico’s met zich mee. Grote Chinese goederenstromen kunnen klachten over overcapaciteit versterken en leiden tot extra importheffingen of andere handelsbarrières. De huidige vraag naar AI-gerelateerde producten kan sterk blijven, maar blijft afhankelijk van de wereldeconomie en van beleidskeuzes buiten Beijing.
De Chinese regering heeft met twee soorten problemen te maken. Aan de ene kant zijn er tijdelijke factoren, zoals extreem weer en het afnemende effect van consumentensubsidies. Aan de andere kant zijn er hardnekkigere problemen: voorzichtige huishoudens, teruglopende particuliere kredietvraag, een zwakke vastgoedmarkt en beperkte vooruitzichten op de arbeidsmarkt.
Daardoor is een beperkte renteverlaging of andere kredietmaatregel waarschijnlijk minder krachtig. De Chinese centrale bank, de PBoC, heeft extra steun toegezegd. Maar de recorddaling van de kredietverlening laat zien dat het probleem niet alleen ligt bij een gebrek aan liquiditeit in het banksysteem. Beleidsmakers moeten huishoudens en bedrijven er ook van overtuigen dat inkomens, vastgoedwaarden en de toekomstige vraag stabieler worden.
Economen pleiten daarom voor krachtiger begrotingsbeleid. Daarbij denken zij onder meer aan directe steun aan huishoudens, betere sociale bescherming, stabilisering van de vastgoedmarkt en meer leningen door de centrale overheid. Het doel is om bestedingen en vertrouwen rechtstreeks te stimuleren, in plaats van vooral te vertrouwen op goedkoper krediet of hogere export.
De economische cijfers over juli werden gepubliceerd nadat de Chinese binnenlandse aandelenmarkt was gesloten. Sommige marktcommentatoren zagen daarin een poging om een directe reactie op het zwakke rapport te beperken. Dat tijdstip is op zichzelf geen bewijs dat de cijfers zijn gemanipuleerd, maar het onderstreept wel hoe gevoelig de gegevens voor beleidsmakers en beleggers waren.
De timing verandert de economische boodschap niet. China begon de tweede helft van 2026 met een zwakke binnenlandse vraag, krimpende investeringen en een industriële PMI onder de grens van groei. Sterke export koopt tijd, maar maakt het land tegelijkertijd kwetsbaarder voor nieuwe handelsspanningen.
De julicijfers laten een economie zien die door export wordt ondersteund, terwijl de binnenlandse fundamenten kwetsbaar blijven. Een groei van de detailhandelsverkopen van slechts 0,6%, een industriële productiegroei van 4,5%, een investeringskrimp van 6,7% en een stedelijke werkloosheid van 5,2% wijzen allemaal op een moeilijke tweede helft van het jaar.
De cruciale test voor Beijing is of beleidssteun daadwerkelijk leidt tot meer huishoudelijke bestedingen, hogere bedrijfsleningen en stabilisatie van de vastgoedmarkt. Zonder die doorwerking kan export de groei wel dempen, maar waarschijnlijk niet duurzaam de plaats innemen van een gezonde binnenlandse vraag.