De situatie werd verder verscherpt door de gemelde uitspraak van president Donald Trump op 7 juli dat de regeling “voorbij” was. In combinatie met aanhoudende Amerikaanse aanvallen en de opschorting van Iraanse verplichtingen betekende dit dat het raamwerk escalatie niet langer effectief afremde.
Zonder een formeel en wederzijds gecontroleerd staakt-het-vuren kunnen afzonderlijke aanvallen of incidenten op zee snel uitgroeien tot een bredere regionale confrontatie. Daarbij lopen niet alleen militaire doelen gevaar, maar ook havens, tankers, Amerikaanse strijdkrachten in de regio en door Iran gesteunde gewapende groepen.
De Straat van Hormuz werd daarmee zowel het belangrijkste onderhandelingsmiddel als het grootste directe economische risico. Iran stelde dat het de controle over de zeestraat heeft en dreigde met een meer “offensieve” houding als diplomatie zou mislukken.
Zelfs zonder volledige afsluiting kan dat gevolgen hebben voor de wereldhandel: hogere oorlogsrisicoverzekeringen, minder scheepvaart, vertragingen voor vracht en een geopolitieke risicopremie op de olieprijs. Golfstaten, energie-importeurs en maritieme machten staan voor de lastige opgave commerciële vaarroutes te beschermen zonder stappen te zetten die Teheran als verdere escalatie kan presenteren.
De kansen zijn kleiner, maar niet verdwenen. Een geloofwaardig nieuw onderhandelingsproces zou minimaal nodig hebben:
Juist over die basisvoorwaarden lopen de openbare standpunten van Washington en Teheran sterk uiteen. Daardoor is een snelle terugkeer naar het oorspronkelijke raamwerk onzeker.
Berichten over een verlenging op het laatste moment moeten daarom voorzichtig worden beoordeeld. Zolang de Verenigde Staten en Iran niet gezamenlijk de voorwaarden, looptijd en verplichtingen rond het staakt-het-vuren publiceren, is er geen duidelijk bewijs dat een vervangend akkoord daadwerkelijk in werking is getreden.