Een hoge marktkapitalisatie bewijst op zichzelf niet dat bezitters van een token eigenaar zijn van de onderliggende economische activiteit. Het bewijst evenmin dat zij inkomsten ontvangen of invloed hebben op de kasstromen van het protocol.
Bitwise-CIO Matt Hougan heeft betoogd dat tokens aanzienlijk hoger kunnen worden gewaardeerd wanneer protocollen inkomsten structureel koppelen aan terugkoopprogramma’s, token burns of vergelijkbare mechanismen. De kern is dus niet alleen hoeveel een netwerk verdient, maar ook wat er met die inkomsten gebeurt.
Hyperliquid is een van de duidelijkste voorbeelden van deze nieuwe manier van kijken. Het protocol exploiteert een veelgebruikt on-chain platform voor perpetual futures: termijncontracten zonder vaste expiratiedatum. Volgens Bitwise passeerde Hyperliquid in juni 2026 de grens van 1 miljard dollar aan cumulatieve inkomsten en lag het jaarlijkse tempo rond 800 miljoen dollar.
Daarnaast wordt ongeveer 99% van de daarvoor in aanmerking komende protocolinkomsten gebruikt voor aankopen van HYPE op de open markt.
De beleggingsredenering ziet er dan als volgt uit:
handelsvraag → protocolvergoedingen → tokenaankopen → mogelijke steun voor de tokenprijs
Dat is een ander uitgangspunt dan simpelweg constateren dat HYPE hoog of laag op een marktkapitalisatielijst staat. Tegelijkertijd zijn de genoemde cijfers schattingen uit de sector, geen gecontroleerde jaarrekening en geen garantie dat toekomstige terugkoopprogramma’s ongewijzigd doorgaan.
De verschuiving naar fundamenten heeft een duidelijke beperking: perpetual futures en andere derivaten blijven op korte termijn een grote rol spelen. Met hefboom kunnen beleggers veel grotere posities innemen dan hun eigen kapitaal normaal zou toelaten. De financieringsrente laat zien welke kant van de markt — long of short — betaalt om die positie aan te houden.
Wanneer een overvolle positie tegen de markt in beweegt, kunnen gedwongen liquidaties de beweging versterken. Daardoor kan een token snel stijgen of dalen zonder dat er op hetzelfde moment iets wezenlijks verandert aan gebruikersaantallen, inkomsten of protocolactiviteit. Fundamenten kunnen dus een middellangetermijnwaardering ondersteunen, terwijl financieringsrentes, open interest, liquiditeit en liquidatiegolven de dagelijkse rendementen bepalen.
De beschikbare signalen wijzen vooral naar sectoren waarin inkomsten of gebruik relatief goed meetbaar zijn. Het gaat onder meer om:
Bitwise meldde daarnaast dat de activiteit rond getokeniseerde echte activa en voorspellingsmarkten tijdens de neergang nieuwe hoogtepunten bereikte.
Ook de keuze voor beleggingsproducten verandert. Naast OTC-transacties en derivaten kunnen institutionele partijen via beursgenoteerde bedrijven, ETF’s en andere publieke marktvehikels blootstelling aan crypto opbouwen. In de eerste helft van 2026 stegen cryptogerelateerde aandelen volgens Bitwise met 23%, terwijl cryptoactiva 36% daalden.
Dat verschil suggereert dat beleggers op dat moment meer waarde hechtten aan ondernemingen met herkenbare inkomsten, inkomsten uit reserves of operationele hefboomwerking dan aan een brede blootstelling aan de tokenmarkt. Het bewijst echter niet dat er permanent waarde van tokens naar aandelen verschuift.
Arbitrum is een nuttige illustratie van zowel de belofte als de beperking van deze aanpak. Het netwerk heeft meer dan 2,1 miljard transacties verwerkt en beschikt over substantiële stablecoin- en tokenized-assetactiviteit.
Dat wijst op daadwerkelijk gebruik voor afwikkeling en toepassingen. Maar transacties zijn nog geen inkomsten, inkomsten zijn nog geen winst en protocolinkomsten zijn nog geen rendement voor ARB-bezitters.
ARB is in de kern een governance-token voor Arbitrum One en Arbitrum Nova. Daardoor is de laatste schakel — de vraag hoe economische activiteit waarde creëert voor de token — extra belangrijk. Beleggers kunnen niet zonder meer aannemen dat een druk gebruikt netwerk automatisch een waardevolle token oplevert.
Groeiende stablecoinbalansen kunnen wijzen op meer beschikbare koopkracht op de blockchain en op efficiëntere afwikkeling. Dat maakt stablecoins aantrekkelijk als infrastructuur voor institutionele transacties en voor markten rond tokenized cash en andere echte activa.
Maar een saldo kan ook ongebruikt onderpand zijn. Een grotere stablecoinvoorraad is daarom een indicator van liquiditeit, niet automatisch bewijs van duurzame vraag naar risicovolle cryptoactiva.
Een duidelijker regelgevend kader kan ETF’s en institutionele producten makkelijker maken. Toch blijft de vraag selectief. Grayscale trok onlangs plannen in voor ETF’s die gekoppeld waren aan ADA, DOT en HBAR, terwijl de langdurige marktdaling aanhield.
Ook de bredere marktomgeving werkt tegen. In het tweede kwartaal kromp de totale cryptomarktkapitalisatie met 12,6% tot 2,1 biljoen dollar; de markt beleefde daarmee het derde opeenvolgende kwartaal van dalingen.
Rente, liquiditeit, risicobereidheid en algemene macro-economische stress kunnen op korte termijn zwaarder wegen dan de vooruitzichten van een afzonderlijk protocol.
De aanwijzingen ondersteunen dus een geleidelijke, maar nog onvolledige verandering. Institutionele beleggers kijken vaker naar crypto als een verzameling netwerken en bedrijven met verschillende inkomstenmodellen, in plaats van als een ranglijst van de grootste tokens.
Daarbij horen wel aanzienlijke risico’s. Inkomsten kunnen cyclisch zijn of door subsidies worden opgeblazen. Gebruikers kunnen naar een concurrent vertrekken. Governance-tokens kunnen weinig of geen inkomsten ontvangen. Terugkoop- en burnbeleid kan worden aangepast, terwijl on-chain statistieken soms een vertekend beeld geven.
Daarbovenop komen hefboomrisico, marktliquiditeit, regelgeving, bewaring, smart contracts en de kwaliteit van stablecoinreserves. De conclusie is daarom niet dat crypto een traditionele aandelenmarkt is geworden. Wel ontstaat er een selectiever raamwerk waarin gebruik, inkomsten en tokenwaardecreatie zwaarder tellen dan alleen de plek op CoinMarketCap.