Acemoglu beschrijft een 'zachte dwangbuis' — een geleidelijke, door elites gestuurde vernauwing van politieke en economische keuzes die het democratisch debat beperkte en de zorgen van de werkende klasse buiten spel zette. Dit uitte zich in:
Deze zachte dwangbuis, zonder openlijke onderdrukking, verstikte de democratische responsiviteit die het liberalisme ooit zijn legitimiteit gaf .
Acemoglu legt een direct verband tussen het disfunctioneren in de AI-wereld en het patroon dat de liberale democratie heeft gebroken. In beide domeinen vervangt elitegestuurde escalatie een breed gedragen en breed voordelige vooruitgang . Het AI-debat, stelt hij, "heeft de neiging om alles te escaleren", gedreven door dezelfde kloof tussen een hoogopgeleide elite en de rest
. In plaats van AI democratisch vorm te geven om werknemers te versterken en het algemeen belang te dienen, wordt de technologie ingezet om bedrijven en overheden machtiger te maken ten koste van werknemers en burgers
. De polarisatie en het verlies van vertrouwen in AI-governance weerspiegelen exact dezelfde dynamiek in het politieke leven
.
Acemoglu's voorgestelde alternatief is 'working-class liberalism', door hemzelf omschreven als een 'Roosevelt-achtig' project . De kernpunten zijn:
Acemoglu presenteert dit niet als een terugkeer naar de sociaaldemocratie van midden 20e eeuw, maar als een nieuwe politieke filosofie die de oorspronkelijke belofte van het liberalisme – brede vrijheid en gedeelde welvaart – opeist voor een postindustriële, door technologie ontwrichte wereld .