Slechts één dag na het overlopen van de gouverneur, op 13 augustus 2026, maakten de Soedanese autoriteiten bekend dat 21 RSF-commandanten en 270 strijders van de paramilitaire Groepen 55 en 47 zich hadden overgegeven aan de Soedanese strijdkrachten in al-Dabbah . De overgevers leverden 37 gevechtsvoertuigen in. De RSF reageerde niet onmiddellijk op de gebeurtenis . Dit was een van de grootste enkelvoudige overgave-incidenten van de hele oorlog en onderstreepte de toenemende verdeeldheid binnen de gelederen van de paramilitaire organisatie, die al maanden tekenen van spanning vertoonde .
De overlopers en overgaven vonden niet in een vacuüm plaats. Eind juli en begin augustus 2026 boekte het Soedanese leger belangrijke overwinningen op het slagveld. Het heroverde de controle over een cruciale snelweg die de hoofdstad Khartoem verbindt met de regionale hoofdstad van Kordofan, El-Obeid, en sloeg meerdere RSF-aanvallen in de regio Darfur af . Als reactie hierop publiceerde RSF-leider Mohamed Hamdan Daglo ('Hemedti') een videoboodschap waarin hij zijn strijders vertelde dat ze 'ongebreideld' waren en dat hij de teugels liet vieren om zonder beperkingen te vechten. Dit bericht werd door velen geïnterpreteerd als een teken van wanhoop na het verlies van de strategische weg .
De verschrikkelijke menselijke tol van de oorlog bleef oplopen. Halverwege augustus 2026 meldden UNHCR en verschillende humanitaire organisaties dat meer dan 14 miljoen mensen op de vlucht waren geslagen . Hiervan waren ongeveer 11,3 miljoen mensen intern ontheemd, terwijl nog eens miljoenen als vluchteling naar buurlanden als Tsjaad, Egypte en Zuid-Soedan waren gevlucht . De VN omschreef de situatie als de 'ergste humanitaire crisis ter wereld' .
Wat betreft het aantal dodelijke slachtoffers: het meest systematisch bijgehouden aantal kwam van het Armed Conflict Location & Event Data project (ACLED), dat 52.904 gecombineerde burger- en combattantendoden registreerde tot juni 2026 . Het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken (Home Office) verwees in een beleidsnota van juli 2026 naar dit cijfer als de best beschikbare systematische telling, maar merkte op dat totale schattingen van andere bronnen sterk uiteenlopen van 20.000 tot 150.000 als gevolg van extreme onderrapportage . Sommige VN-bronnen hebben een hoger aantal burgerdoden genoemd, rond de 59.000 .
Slechts één dag na het overlopen van de gouverneur, op 13 augustus 2026, maakten de Soedanese autoriteiten bekend dat 21 RSF-commandanten en 270 strijders van de paramilitaire Groepen 55 en 47 zich hadden overgegeven aan de Soedanese strijdkrachten in al-Dabbah . De overgevers leverden 37 gevechtsvoertuigen in. De RSF reageerde niet onmiddellijk op de gebeurtenis . Dit was een van de grootste enkelvoudige overgave-incidenten van de hele oorlog en onderstreepte de toenemende verdeeldheid binnen de gelederen van de paramilitaire organisatie, die al maanden tekenen van spanning vertoonde .
De overlopers en overgaven vonden niet in een vacuüm plaats. Eind juli en begin augustus 2026 boekte het Soedanese leger belangrijke overwinningen op het slagveld. Het heroverde de controle over een cruciale snelweg die de hoofdstad Khartoem verbindt met de regionale hoofdstad van Kordofan, El-Obeid, en sloeg meerdere RSF-aanvallen in de regio Darfur af . Als reactie hierop publiceerde RSF-leider Mohamed Hamdan Daglo ('Hemedti') een videoboodschap waarin hij zijn strijders vertelde dat ze 'ongebreideld' waren en dat hij de teugels liet vieren om zonder beperkingen te vechten. Dit bericht werd door velen geïnterpreteerd als een teken van wanhoop na het verlies van de strategische weg .
De verschrikkelijke menselijke tol van de oorlog bleef oplopen. Halverwege augustus 2026 meldden UNHCR en verschillende humanitaire organisaties dat meer dan 14 miljoen mensen op de vlucht waren geslagen . Hiervan waren ongeveer 11,3 miljoen mensen intern ontheemd, terwijl nog eens miljoenen als vluchteling naar buurlanden als Tsjaad, Egypte en Zuid-Soedan waren gevlucht . De VN omschreef de situatie als de 'ergste humanitaire crisis ter wereld' .
Wat betreft het aantal dodelijke slachtoffers: het meest systematisch bijgehouden aantal kwam van het Armed Conflict Location & Event Data project (ACLED), dat 52.904 gecombineerde burger- en combattantendoden registreerde tot juni 2026 . Het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken (Home Office) verwees in een beleidsnota van juli 2026 naar dit cijfer als de best beschikbare systematische telling, maar merkte op dat totale schattingen van andere bronnen sterk uiteenlopen van 20.000 tot 150.000 als gevolg van extreme onderrapportage . Sommige VN-bronnen hebben een hoger aantal burgerdoden genoemd, rond de 59.000 .