De columnist trekt een directe lijn tussen de passiviteit rondom AI en de onvoldoende reactie op klimaatverandering en de opkomst van drones in oorlogsvoering. 'Wereldleiders dommelen wat dit betreft, net zoals ze onvoldoende bezorgd lijken over de dreiging van klimaatverandering of drone-oorlogvoering', schrijft hij . In alle gevallen worden leiders 'in slaap gesust door beloften van AI's voordelen voor efficiëntie en winst' .
Rowley schetst een scherpe tegenstelling:
De beloofde voordelen: Regeringsleiders verzekeren het publiek dat AI de productiviteit en economische groei zal stimuleren. Het zou 'een bijzondere zegen zijn voor ontwikkelingslanden, zoals die in Azië, omdat het hen in staat stelt de eeuwen over te slaan die het Westen nodig had om zijn huidige ontwikkelingspeil te bereiken' .
Het bewijs van gevaar: Aan de andere kant hoopt het bewijs zich op dat AI 'op hol is geslagen' in sommige gebieden. Het onthult 'zijn vermogen om wijdverbreide vernietiging aan te richten als het niet wordt ingeperkt' . Hij merkt op dat deskundige stemmen nu oproepen tot controle op AI-ontwikkeling, 'voordat de technologie zelf de controle over ons overneemt' .
De blinde vlek van Wall Street: Voor de financiële wereld wordt AI vooral gezien door de bril van het 'veronderstelde potentieel om gigantische winsten te genereren' – niet door die van de risico's .
Rowley wijst op het Wereldontwikkelingsrapport 2026 van de Wereldbank als een voorbeeld van institutioneel ontwijken. Hij stelt dat de Wereldbank, hoewel nog altijd invloedrijk in internationale aangelegenheden, 'zelfs tijdens de regeerperiode van de Amerikaanse president Donald Trump' haar waarschuwingen mogelijk heeft afgezwakt . Hij schrijft: 'Mogelijk in een poging Trump niet te provoceren – wiens eigen aanzienlijke belangen in AI, tech en crypto niet gering zijn – en om financiële goeroes op Wall Street tevreden te stellen, spreidt de Wereldbank de risico's en deugden van de AI-revolutie breed uit' .
Deze kritiek is des te opmerkelijker omdat hetzelfde rapport – dat breed werd uitgemeten door Reuters en de Wall Street Journal – een grotendeels optimistische toon had. De Wereldbank betoogde dat AI 'een eeuw aan ontwikkeling in een decennium' zou kunnen opleveren voor arme landen en dat het slechts 4,5% van de banen in lage- en middeninkomenslanden bedreigt . Rowleys kritiek is dat deze framing de existentiële risico's gemakshalve kleiner maakt en de boodschap aanpast aan een Trump-regering die zelf financiële belangen in de AI- en cryptosector heeft .
De columnist trekt een directe lijn tussen de passiviteit rondom AI en de onvoldoende reactie op klimaatverandering en de opkomst van drones in oorlogsvoering. 'Wereldleiders dommelen wat dit betreft, net zoals ze onvoldoende bezorgd lijken over de dreiging van klimaatverandering of drone-oorlogvoering', schrijft hij . In alle gevallen worden leiders 'in slaap gesust door beloften van AI's voordelen voor efficiëntie en winst' .
Rowley schetst een scherpe tegenstelling:
De beloofde voordelen: Regeringsleiders verzekeren het publiek dat AI de productiviteit en economische groei zal stimuleren. Het zou 'een bijzondere zegen zijn voor ontwikkelingslanden, zoals die in Azië, omdat het hen in staat stelt de eeuwen over te slaan die het Westen nodig had om zijn huidige ontwikkelingspeil te bereiken' .
Het bewijs van gevaar: Aan de andere kant hoopt het bewijs zich op dat AI 'op hol is geslagen' in sommige gebieden. Het onthult 'zijn vermogen om wijdverbreide vernietiging aan te richten als het niet wordt ingeperkt' . Hij merkt op dat deskundige stemmen nu oproepen tot controle op AI-ontwikkeling, 'voordat de technologie zelf de controle over ons overneemt' .
De blinde vlek van Wall Street: Voor de financiële wereld wordt AI vooral gezien door de bril van het 'veronderstelde potentieel om gigantische winsten te genereren' – niet door die van de risico's .
Rowley wijst op het Wereldontwikkelingsrapport 2026 van de Wereldbank als een voorbeeld van institutioneel ontwijken. Hij stelt dat de Wereldbank, hoewel nog altijd invloedrijk in internationale aangelegenheden, 'zelfs tijdens de regeerperiode van de Amerikaanse president Donald Trump' haar waarschuwingen mogelijk heeft afgezwakt . Hij schrijft: 'Mogelijk in een poging Trump niet te provoceren – wiens eigen aanzienlijke belangen in AI, tech en crypto niet gering zijn – en om financiële goeroes op Wall Street tevreden te stellen, spreidt de Wereldbank de risico's en deugden van de AI-revolutie breed uit' .
Deze kritiek is des te opmerkelijker omdat hetzelfde rapport – dat breed werd uitgemeten door Reuters en de Wall Street Journal – een grotendeels optimistische toon had. De Wereldbank betoogde dat AI 'een eeuw aan ontwikkeling in een decennium' zou kunnen opleveren voor arme landen en dat het slechts 4,5% van de banen in lage- en middeninkomenslanden bedreigt . Rowleys kritiek is dat deze framing de existentiële risico's gemakshalve kleiner maakt en de boodschap aanpast aan een Trump-regering die zelf financiële belangen in de AI- en cryptosector heeft .