Uit de beschikbare bronnen bleek niet van specifieke wekelijkse EPFR-gegevens over geldstromen. Op basis van het marktverhaal is het echter aannemelijk dat wereldwijde aandelenfondsen een bescheiden instroom zagen na de gematigde CPI-publicatie op 12 augustus, omdat deze data de kans op een agressief hawkish Fed verkleinde. Deze instroom werd echter getemperd door de olieprijsstijging en het aanhoudende geopolitieke risico, waardoor een deel van het kapitaal in goud, cash en energiesectoren bleef in plaats van in brede aandelenblootstelling.
Het macro-economische beeld van mid-augustus 2026 werd gekenmerkt door een tweestrijd: een gematigde binnenlandse inflatie (CPI +0,1%, PPI 0,0%) die pleitte voor een rentepauze van de Fed, versus een enorme externe olieprijsschok (Brent +11% in een week, bijna $89) die de inflatieverwachtingen opnieuw aanwakkerde, de 10-jaars rente boven de 4,70% stuwde, de dollar aantrekkelijk hield en de kans op een renteverhoging door de Fed bijna fifty-fifty maakte. Wereldwijde aandelen profiteerden van de gematigde CPI, maar konden niet overtuigend stijgen omdat de oplopende rente en geopolitieke onzekerheid het risicoappetiet in toom hielden. Goud bleef op een hoog niveau, als dubbele afdekking tegen zowel inflatie als geopolitieke risico's.