De peiling van Reuters van augustus 2026 maakt het beeld glashelder: 57 van de 69 ondervraagde economen (83%) verwachten een verhoging met 25 basispunten in september, waarmee de depositorente op 2,50% uitkomt . Dat percentage is gestaag gestegen van 72% voorafgaand aan de juli-vergadering en ongeveer 65% in juni . De peiling laat ook zien dat 80% van de economen verwacht dat dit niveau tot het einde van het jaar wordt gehandhaafd, en 63% denkt dat de rente tot ten minste het derde kwartaal van 2027 op 2,50% blijft staan .
De cyclus begon op 11 juni 2026, toen de ECB de depositorente verhoogde van 2,00% naar 2,25% . De verwachte verhoging in september is de tweede en naar verwachting laatste stap. Met slechts twee aanpassingen van een kwart procentpunt in ongeveer drie maanden, zou dit de kortste verkrappingscyclus van de ECB zijn sinds 2011 .
De korte duur weerspiegelt het karakter van deze cyclus: het is geen grootschalige campagne om een oververhitte economie af te koelen, maar een gerichte "verzekeringsrente" om te voorkomen dat een door energie gedreven inflatiepiek zich verankert. Zoals een analyse van Reuters het verwoordde: "Er is een opwaarts risico voor inflatie, maar ook een neerwaarts risico voor de groei. Nog één verhoging in september en dan is het klaar" .
De energieschok heeft geleid tot aanzienlijke opwaartse bijstellingen van de inflatieverwachtingen voor de eurozone. De projecties van het Eurosysteem van juni 2026 gingen uit van een gemiddelde inflatie van 3,0% in 2026, met een piek van 3,4% in de tweede helft van het jaar, waarbij de energie-inflatie tot begin 2027 boven de 3% blijft . Ook de Europese Commissie verhoogde haar inflatievoorspelling voor 2026 naar 3,0%, daarbij specifiek verwijzend naar de olieprijsstijging na de verstoring van de Straat van Hormoez .
ECB-bestuurslid Joachim Nagel waarschuwde dat zelfs als de Straat van Hormoez snel heropend zou worden, het maanden zou duren voordat de olietoevoerketens genormaliseerd zijn, wat betekent dat er geen snelle verlichting van de inflatie komt . Deze inschatting vormt de basis voor het besluit van de ECB om nu te handelen, in plaats van het risico te lopen op een hardnekkiger prijsspiraal.
Een cruciaal aspect van dit verhaal is de groeiende divergentie in het beleid van de ECB en de Federal Reserve. Terwijl de ECB de rente weer verhoogde, hield de Fed de rente stabiel op 3,50-3,75% en liet de neiging tot versoepeling varen . Dit verschil – de ECB verhoogt de rente terwijl de Fed afwacht – is een belangrijke factor geworden voor de koers van de euro.
Analisten van Rabobank merkten op dat de divergentie "steeds belangrijker wordt" voor de EUR/USD-koers . De verwachte richting van het renteverschil, en niet alleen het niveau, is de belangrijkste drijfveer voor de euro . Halverwege 2026 bedroeg het verschil in beleidsrente ongeveer 1,4 procentpunt in het voordeel van de dollar, maar een kleiner wordend verwachtingsverschil was ondersteunend voor de Europese munt .
De sluiting van de Straat van Hormoez – waar ruwweg een vijfde van de wereldwijde oliehandel doorheen gaat – was een cruciale trigger. Het conflict tussen de VS en Iran zorgde voor een sterke stijging van de olie- en gasprijzen, waardoor de jaarlijkse inflatie in de eurozone in april opliep tot 3%, gedreven door een stijging van de energieprijzen met 10,9% . Het economisch bulletin van de ECB van mei 2026 waarschuwde dat "als de huidige schok aanhoudt, dit aanzienlijke gevolgen kan hebben voor onze inflatiedoelstelling op de middellange termijn en het economisch vooruitzicht voor het eurogebied" .
De ECB staat voor een lastige afweging: door energie gedreven inflatie aan de ene kant en een verzwakkende economie aan de andere kant. Bronnen melden dat de ECB "de door energie gedreven inflatie afweegt tegen een verzwakkende economie" . Het totale beeld is dat van een centrale bank die voorzichtig optreedt om zowel een inflatiespiraal als een onnodige rem op de economische groei te voorkomen.
Nu de renteverhoging in september algemeen wordt beschouwd als de laatste stap van deze mini-cyclus, is het vooruitzicht een langdurige pauze. Respondenten van de peiling verwachten dat de depositorente ten minste tot halverwege 2027 op 2,50% blijft staan . De ECB heeft aangegeven dat zij een datagebaseerde aanpak zal hanteren, waarbij de intensiteit en duur van de energieschok en eventuele tweede-ronde-effecten op lonen en kernprijzen nauwlettend worden gevolgd .
Voor investeerders en bedrijven is de belangrijkste conclusie dat deze verkrappingscyclus gaat over geopolitiek, niet over economische oververhitting. De acties van de ECB zijn een directe reactie op een externe schok, en de korte duur weerspiegelt de hoop dat de energieprijzen uiteindelijk zullen stabiliseren. Tot die tijd is de centrale bank bereid om resoluut op te treden – zelfs als dat betekent dat er een einde komt aan een periode van drie jaar met renteverlagingen en de start van de kortste verkrappingsoperatie in tien jaar.
De peiling van Reuters van augustus 2026 maakt het beeld glashelder: 57 van de 69 ondervraagde economen (83%) verwachten een verhoging met 25 basispunten in september, waarmee de depositorente op 2,50% uitkomt . Dat percentage is gestaag gestegen van 72% voorafgaand aan de juli-vergadering en ongeveer 65% in juni . De peiling laat ook zien dat 80% van de economen verwacht dat dit niveau tot het einde van het jaar wordt gehandhaafd, en 63% denkt dat de rente tot ten minste het derde kwartaal van 2027 op 2,50% blijft staan .
De cyclus begon op 11 juni 2026, toen de ECB de depositorente verhoogde van 2,00% naar 2,25% . De verwachte verhoging in september is de tweede en naar verwachting laatste stap. Met slechts twee aanpassingen van een kwart procentpunt in ongeveer drie maanden, zou dit de kortste verkrappingscyclus van de ECB zijn sinds 2011 .
De korte duur weerspiegelt het karakter van deze cyclus: het is geen grootschalige campagne om een oververhitte economie af te koelen, maar een gerichte "verzekeringsrente" om te voorkomen dat een door energie gedreven inflatiepiek zich verankert. Zoals een analyse van Reuters het verwoordde: "Er is een opwaarts risico voor inflatie, maar ook een neerwaarts risico voor de groei. Nog één verhoging in september en dan is het klaar" .
De energieschok heeft geleid tot aanzienlijke opwaartse bijstellingen van de inflatieverwachtingen voor de eurozone. De projecties van het Eurosysteem van juni 2026 gingen uit van een gemiddelde inflatie van 3,0% in 2026, met een piek van 3,4% in de tweede helft van het jaar, waarbij de energie-inflatie tot begin 2027 boven de 3% blijft . Ook de Europese Commissie verhoogde haar inflatievoorspelling voor 2026 naar 3,0%, daarbij specifiek verwijzend naar de olieprijsstijging na de verstoring van de Straat van Hormoez .
ECB-bestuurslid Joachim Nagel waarschuwde dat zelfs als de Straat van Hormoez snel heropend zou worden, het maanden zou duren voordat de olietoevoerketens genormaliseerd zijn, wat betekent dat er geen snelle verlichting van de inflatie komt . Deze inschatting vormt de basis voor het besluit van de ECB om nu te handelen, in plaats van het risico te lopen op een hardnekkiger prijsspiraal.
Een cruciaal aspect van dit verhaal is de groeiende divergentie in het beleid van de ECB en de Federal Reserve. Terwijl de ECB de rente weer verhoogde, hield de Fed de rente stabiel op 3,50-3,75% en liet de neiging tot versoepeling varen . Dit verschil – de ECB verhoogt de rente terwijl de Fed afwacht – is een belangrijke factor geworden voor de koers van de euro.
Analisten van Rabobank merkten op dat de divergentie "steeds belangrijker wordt" voor de EUR/USD-koers . De verwachte richting van het renteverschil, en niet alleen het niveau, is de belangrijkste drijfveer voor de euro . Halverwege 2026 bedroeg het verschil in beleidsrente ongeveer 1,4 procentpunt in het voordeel van de dollar, maar een kleiner wordend verwachtingsverschil was ondersteunend voor de Europese munt .
De sluiting van de Straat van Hormoez – waar ruwweg een vijfde van de wereldwijde oliehandel doorheen gaat – was een cruciale trigger. Het conflict tussen de VS en Iran zorgde voor een sterke stijging van de olie- en gasprijzen, waardoor de jaarlijkse inflatie in de eurozone in april opliep tot 3%, gedreven door een stijging van de energieprijzen met 10,9% . Het economisch bulletin van de ECB van mei 2026 waarschuwde dat "als de huidige schok aanhoudt, dit aanzienlijke gevolgen kan hebben voor onze inflatiedoelstelling op de middellange termijn en het economisch vooruitzicht voor het eurogebied" .
De ECB staat voor een lastige afweging: door energie gedreven inflatie aan de ene kant en een verzwakkende economie aan de andere kant. Bronnen melden dat de ECB "de door energie gedreven inflatie afweegt tegen een verzwakkende economie" . Het totale beeld is dat van een centrale bank die voorzichtig optreedt om zowel een inflatiespiraal als een onnodige rem op de economische groei te voorkomen.
Nu de renteverhoging in september algemeen wordt beschouwd als de laatste stap van deze mini-cyclus, is het vooruitzicht een langdurige pauze. Respondenten van de peiling verwachten dat de depositorente ten minste tot halverwege 2027 op 2,50% blijft staan . De ECB heeft aangegeven dat zij een datagebaseerde aanpak zal hanteren, waarbij de intensiteit en duur van de energieschok en eventuele tweede-ronde-effecten op lonen en kernprijzen nauwlettend worden gevolgd .
Voor investeerders en bedrijven is de belangrijkste conclusie dat deze verkrappingscyclus gaat over geopolitiek, niet over economische oververhitting. De acties van de ECB zijn een directe reactie op een externe schok, en de korte duur weerspiegelt de hoop dat de energieprijzen uiteindelijk zullen stabiliseren. Tot die tijd is de centrale bank bereid om resoluut op te treden – zelfs als dat betekent dat er een einde komt aan een periode van drie jaar met renteverlagingen en de start van de kortste verkrappingsoperatie in tien jaar.