De onderliggende cijfers wakkeren het conflict aan. Verscheep vandaag 10.000 ton staal naar de EU, dan bedraagt de CO2-rekening ongeveer €66.000. Wacht tot de heffing in 2034 op volle sterkte is, en dezelfde zending zou, bij de huidige CO2-prijzen, meer dan €2,6 miljoen kosten . Brussel ziet die ontwikkeling als noodzakelijk klimaatbeleid; Washington ziet een enorme toekomstige belasting op zijn industriële export.
CBAM trad op 1 januari 2026 in de definitieve fase, en dekt cement, ijzer en staal, aluminium, meststoffen, elektriciteit en waterstof . Het raamwerkakkoord van augustus 2025 bevatte een vage toezegging van de EU om "te werken aan het bieden van extra flexibiliteit" rond CBAM, maar die flexibiliteit heeft geen concrete vorm gekregen .
Het EU-VS-raamwerkakkoord van augustus 2025 stelde een Amerikaans tariefplafond van 15% op de meeste EU-goederen in, in ruil voor EU-tariefverlagingen op Amerikaanse industriële en agrarische producten, met een vervalbepaling tot 31 december 2029 . Het akkoord moest het slepende metaalconflict oplossen — maar dat is niet gebeurd.
Na het akkoord voegden de VS in augustus 2025 407 productcategorieën toe aan de Section 232-heffingen op staal- en aluminiumderivaten . In april 2026 scherpte Washington de heffingen op aluminium en koper verder aan via een nieuwe presidentiële proclamatie, waarbij heffingen werden toegepast op de volledige douanewaarde van geïmporteerde producten, ongeacht het metaalgehalte .
In april 2026 leidden Duitsland en Frankrijk een groep EU-lidstaten die een Amerikaans voorstel om het metaalconflict te beslechten verwierpen, wat nieuwe onzekerheid wierp over de uitvoering van het hele raamwerk . De eigen handelschef van de EU, Maroš Šefčovič, reisde in april 2026 naar Washington om de patstelling te doorbreken, maar faalde . In augustus 2026 verlengden beide partijen de opschorting van vergeldingsheffingen als een tijdelijk staakt-het-vuren, maar de onderliggende onderhandelingen blijven vastzitten .
In een significante escalatie publiceerde de regering-Trump in augustus 2026 een rapport van het Witte Huis waarin de EU — samen met meer dan 40 andere economieën, waaronder Zuid-Korea, Japan, Taiwan, Mexico en Canada — wordt beschuldigd van deel uitmaken van een omleidingsnetwerk ter waarde van 75 miljard dollar dat China gebruikt om Amerikaanse heffingen te ontwijken . Het rapport draagt de titel "The Great Transshipment Scam" . De kernbeschuldiging is dat Chinees staal, aluminium en andere goederen via deze rechtsgebieden worden geleid en met een verkeerde oorsprongsverklaring naar de VS worden geëxporteerd, waarbij de 30–50%-heffingen worden omzeild.
Deze beschuldiging ondermijnt direct de onderhandelingspositie van de EU. De VS stelt dat de EU niet tegelijkertijd de afschaffing van Section 232-heffingen kan eisen terwijl ze fungeert als doorvoerroute voor het Chinese overcapaciteit dat die heffingen juist moeten blokkeren. De EU heeft de beschuldiging verworpen, maar de timing — samen met het CBAM-geschil — versterkt in Washington het beeld dat Brussel geen betrouwbare handelspartner is.
De tariefescalaties veroorzaken meetbare en ernstige schade:
Het beschikbare bewijs bevestigt geen specifiek VS-EU-geschil over dalende handelsstromen met Brazilië in augustus 2026. De invalshoek van Brazilië lijkt deel uit te maken van de bredere wereldwijde verstoring van de staalhandel: naarmate de Amerikaanse en EU-markten meer beperkt worden, worden staalzendingen omgeleid naar derde markten, waaronder Zuid-Amerika. De Braziliaanse staalexport naar de EU steeg in mei 2026 met 47,4% vergeleken met een jaar eerder, hoewel ze over de periode januari tot en met mei als geheel daalden . In de zoekresultaten werd geen direct VS-EU-conflict over de Braziliaanse handel specifiek gevonden.
Het naamgevingsconflict over CBAM, de bijna-instorting van het raamwerkakkoord over metaal, de nieuwe beschuldiging van Chinese omleiding en de reële ineenstorting van de staalhandelsstromen versterken elkaar allemaal — en creëren een klimaat waarin Washington Brussel ziet als een land dat klimaatbeleid gebruikt als handelswapen, en Brussel Washington ziet als een land dat zich terugtrekt uit een akkoord dat het nog maar een jaar geleden tekende.
De onderliggende cijfers wakkeren het conflict aan. Verscheep vandaag 10.000 ton staal naar de EU, dan bedraagt de CO2-rekening ongeveer €66.000. Wacht tot de heffing in 2034 op volle sterkte is, en dezelfde zending zou, bij de huidige CO2-prijzen, meer dan €2,6 miljoen kosten . Brussel ziet die ontwikkeling als noodzakelijk klimaatbeleid; Washington ziet een enorme toekomstige belasting op zijn industriële export.
CBAM trad op 1 januari 2026 in de definitieve fase, en dekt cement, ijzer en staal, aluminium, meststoffen, elektriciteit en waterstof . Het raamwerkakkoord van augustus 2025 bevatte een vage toezegging van de EU om "te werken aan het bieden van extra flexibiliteit" rond CBAM, maar die flexibiliteit heeft geen concrete vorm gekregen .
Het EU-VS-raamwerkakkoord van augustus 2025 stelde een Amerikaans tariefplafond van 15% op de meeste EU-goederen in, in ruil voor EU-tariefverlagingen op Amerikaanse industriële en agrarische producten, met een vervalbepaling tot 31 december 2029 . Het akkoord moest het slepende metaalconflict oplossen — maar dat is niet gebeurd.
Na het akkoord voegden de VS in augustus 2025 407 productcategorieën toe aan de Section 232-heffingen op staal- en aluminiumderivaten . In april 2026 scherpte Washington de heffingen op aluminium en koper verder aan via een nieuwe presidentiële proclamatie, waarbij heffingen werden toegepast op de volledige douanewaarde van geïmporteerde producten, ongeacht het metaalgehalte .
In april 2026 leidden Duitsland en Frankrijk een groep EU-lidstaten die een Amerikaans voorstel om het metaalconflict te beslechten verwierpen, wat nieuwe onzekerheid wierp over de uitvoering van het hele raamwerk . De eigen handelschef van de EU, Maroš Šefčovič, reisde in april 2026 naar Washington om de patstelling te doorbreken, maar faalde . In augustus 2026 verlengden beide partijen de opschorting van vergeldingsheffingen als een tijdelijk staakt-het-vuren, maar de onderliggende onderhandelingen blijven vastzitten .
In een significante escalatie publiceerde de regering-Trump in augustus 2026 een rapport van het Witte Huis waarin de EU — samen met meer dan 40 andere economieën, waaronder Zuid-Korea, Japan, Taiwan, Mexico en Canada — wordt beschuldigd van deel uitmaken van een omleidingsnetwerk ter waarde van 75 miljard dollar dat China gebruikt om Amerikaanse heffingen te ontwijken . Het rapport draagt de titel "The Great Transshipment Scam" . De kernbeschuldiging is dat Chinees staal, aluminium en andere goederen via deze rechtsgebieden worden geleid en met een verkeerde oorsprongsverklaring naar de VS worden geëxporteerd, waarbij de 30–50%-heffingen worden omzeild.
Deze beschuldiging ondermijnt direct de onderhandelingspositie van de EU. De VS stelt dat de EU niet tegelijkertijd de afschaffing van Section 232-heffingen kan eisen terwijl ze fungeert als doorvoerroute voor het Chinese overcapaciteit dat die heffingen juist moeten blokkeren. De EU heeft de beschuldiging verworpen, maar de timing — samen met het CBAM-geschil — versterkt in Washington het beeld dat Brussel geen betrouwbare handelspartner is.
De tariefescalaties veroorzaken meetbare en ernstige schade:
Het beschikbare bewijs bevestigt geen specifiek VS-EU-geschil over dalende handelsstromen met Brazilië in augustus 2026. De invalshoek van Brazilië lijkt deel uit te maken van de bredere wereldwijde verstoring van de staalhandel: naarmate de Amerikaanse en EU-markten meer beperkt worden, worden staalzendingen omgeleid naar derde markten, waaronder Zuid-Amerika. De Braziliaanse staalexport naar de EU steeg in mei 2026 met 47,4% vergeleken met een jaar eerder, hoewel ze over de periode januari tot en met mei als geheel daalden . In de zoekresultaten werd geen direct VS-EU-conflict over de Braziliaanse handel specifiek gevonden.
Het naamgevingsconflict over CBAM, de bijna-instorting van het raamwerkakkoord over metaal, de nieuwe beschuldiging van Chinese omleiding en de reële ineenstorting van de staalhandelsstromen versterken elkaar allemaal — en creëren een klimaat waarin Washington Brussel ziet als een land dat klimaatbeleid gebruikt als handelswapen, en Brussel Washington ziet als een land dat zich terugtrekt uit een akkoord dat het nog maar een jaar geleden tekende.