Binnen enkele uren na de ondertekening plaatste Iraans parlementslid Ebrahim Rezaei, lid van de Commissie voor Nationale Veiligheid en Buitenlands Beleid van de Majlis, echter een puntige afwijzing op X. Hij bestempelde het akkoord als een 'papieren overeenkomst' die Saudi-Arabië geen veiligheid zou brengen, en stelde dat Riyad zijn beleid moest veranderen in plaats van allianties aan te gaan .
Op 10 augustus sloeg de officiële toon weer om. Woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken Esmaeil Baghaei zei tegen journalisten dat Teheran 'geen reden tot zorg ziet dat dit verdrag tegen Iran is gericht' en noemde het pact een positieve stap richting moslimsolidariteit. Hij voegde eraan toe dat het akkoord bewijst dat landen in het Midden-Oosten beseffen dat 'veiligheid geen handelswaar is die gekocht kan worden van valse veiligheidsmakelaars' .
De meest uitgesproken waarschuwing kwam van Iraanse hardlinerkrant Kayhan op 10 augustus, die een duidelijke rode lijn trok: elk gebruik van het pact tegen pro-Iraanse groeperingen – waaronder de Jemenitische Houthi’s – zou een 'beslissende reactie' op het slagveld uitlokken .
Iraanse staatsmedia gaven het akkoord ook een eigen draai en portretteerden het als een 'alliantie tegen Groot-Israël' en een verschuiving weg van de door de VS gedomineerde veiligheidsarchitectuur in de regio .
Over het geheel genomen bagatelliseerde de officiële Iraanse lijn het pact als niet-bedreigend, terwijl hardliners fel kritisch waren en analisten opmerkten dat velen in Iran geloven dat de alliantie ook Teheran op het oog heeft .
Het Gezamenlijke Defensieakkoord van Mekka bouwt voort op een bilateraal Saoedi-Pakistaans pact dat minder dan een jaar eerder werd gesloten, en breidt dit nu uit met Turkije . De kernelementen zijn:
Ankara en Islamabad verduidelijkten in openbare verklaringen dat het pact niet tegen Iran of enig ander land is gericht.