Beide landen noteren rentes die historisch gezien hoog blijven. Op bbp-gewogen basis ligt de rente in de eurozone rond de 3,3%, een stijging van ongeveer 15 basispunten in de verslagperiode .
1. Recordaanbod van overheidsschuld. Eurolanden zullen naar verwachting in 2026 circa €1,4 biljoen aan bruto schuld uitgeven, met een netto-uitgifte – na aftrek van aflopende leningen – van ruwweg €900–930 miljard . Alleen al in de eerste helft van 2026 haalden Europese overheden een recordbedrag van $504 miljard op via gesyndiceerde obligaties, waarmee zelfs het tempo tijdens de COVID-19-pandemie werd overtroffen
. Deze muur van nieuw aanbod drukt vanzelfsprekend op de obligatiekoersen en drijft de rentes omhoog
. De overheidsschuld van de eurozone zal naar verwachting in 2026 boven de 90% van het bbp uitkomen en in 2027 91,2% bereiken, een niveau dat vergelijkbaar is met de schuldencrisis van 2010–2014
.
2. ECB-verkrapping en kwantitatieve verkrapping (QT). Nadat de rente begin 2026 stabiel was gebleven, verhoogde de Europese Centrale Bank op 11 juni 2026 de belangrijkste rentetarieven met 25 basispunten. De depositorente kwam daarmee op 2,25% – de eerste centrale bank ter wereld die in deze cyclus verkrapte . Tegelijkertijd krimpt de ECB haar balans met naar schatting €384 miljard in 2026 via QT, wat betekent dat ze geen grote koper meer is van overheidsschuld
. De Bank van Spanje merkt op dat de markt nu wordt gekenmerkt door "meer netto-uitgifte plus verminderde vraag van het Eurosysteem", waardoor de particuliere sector een veel groter volume aan obligaties moet absorberen
.
3. Verschuivende beleggersbasis. Grote Europese pensioenfondsen en verzekeraars – traditioneel de grootste houders van eurozone-overheidsobligaties – hebben hun allocaties verminderd. Overheden moeten daarom nieuwe kopers vinden tegen hogere rentes . Amundi, Europa's grootste vermogensbeheerder, benadrukt dat deze structurele verschuiving de absorptie van nieuwe schuld duurder maakt
.
4. Druk op de wereldwijde obligatiemarkt. De renteverhoging van de ECB in juni heeft een bredere wereldwijde herprijzing van vastrentende waarden versterkt. Handelaars schatten de kans op een derde renteverhoging door de ECB in december 2026 op ongeveer 70% . De inflatie zal volgens ECB-voorspellingen in 2026 gemiddeld 2,6% bedragen
, wat de obligatiemarkten onder druk houdt.
De combinatie van hogere rentes en een recordaanbod heeft directe gevolgen voor de overheidsbegrotingen.
Hogere herfinancieringslast. De Franse en Spaanse schatkisten moeten grote hoeveelheden aflopende schuld herfinancieren tegen rentes van 3,4–3,7%, terwijl die een paar jaar geleden nog rond nul of negatief lagen. Voor Frankrijk, met een schuldquote van meer dan 112%, kost elke extra 100 basispunten aan rente miljarden aan jaarlijkse rentelasten .
Druk op de begrotingsruimte. Hogere rentelasten concurreren rechtstreeks met uitgaven aan defensie, infrastructuur en de energietransitie – precies de programma's die de uitgiftestijging veroorzaken . Zowel Amundi als ING waarschuwen dat de rentes mogelijk verder moeten stijgen om voldoende beleggersvraag naar het recordaanbod te trekken
. ING stelt: "onze analyse suggereert dat de rentes mogelijk verder moeten stijgen om voldoende vraag te vinden"
.
Risico op divergentie. Hoewel zowel de Franse als de Spaanse veilingen goed zijn verlopen (bid-to-cover ratios boven de 3), is de spread tussen Franse OAT's en Duitse Bunds volatiel geweest. De Europese Commissie heeft erkend dat de overheidsschuld sneller oploopt dan verwacht . Als de beleggersvraag hapert, kunnen landen met een hogere schuld onevenredig zwaar worden getroffen doordat de markt kritischer wordt.
De veilingen van juli 2026 laten zien dat de kortetermijnvraag weliswaar sterk genoeg is om de markt te blijven bedienen, maar dat de onderliggende druk – recordaanbod, ECB-QT, een verschuivende beleggersbasis en wereldwijde renteherzieningen – structureel is. De leenkosten voor Frankrijk en Spanje zullen naar verwachting hoog blijven, wat de begrotingsruimte uitholt op een moment dat overheden juist flink moeten investeren. De centrale vraag is hoeveel de rentes nog moeten stijgen om de particuliere sector te verleiden de grootste golf aan eurozone-overheidsschuld uit de geschiedenis te absorberen.