Het resultaat is belangrijk: alle drie de resterende wetenschappelijke instrumenten van Voyager 2 kunnen nu minstens nog een jaar actief blijven, tot ongeveer halverwege 2027 of mogelijk langer . Zonder deze ingreep zou NASA vóór het einde van 2026 nog een derde instrument hebben moeten uitschakelen. Dan zouden er nog maar twee van de drie resterende instrumenten functioneren .
De kern van de oplossing zat in de verwarmingen aan boord. Sommige daarvan waren ontworpen om complete subsystemen op temperatuur te houden, ook wanneer die systemen niet langer essentieel waren voor de wetenschappelijke missie.
De ingenieurs schakelden daarom twee speciale verwarmingen uit en vervingen de benodigde warmtevoorziening voor kritieke onderdelen door alternatieven die minder stroom gebruiken. Ook werd een digitale bandrecorder uitgeschakeld. Die gecoördineerde omschakeling vond op 9 juli plaats .
Dat leverde genoeg extra vermogen op om een nieuwe uitschakeling van een wetenschappelijk instrument uit te stellen. Voyager-sondes halen hun elektriciteit uit radio-isotopische thermo-elektrische generatoren, zogenoemde RTG’s. Die leveren elk jaar ongeveer 4 watt minder vermogen, waardoor het beschikbare energiebudget voortdurend kleiner wordt .
Voyager 2 heeft in de afgelopen jaren al meerdere instrumenten uitgeschakeld om energie te besparen. De ‘Big Bang’ beschermde de drie instrumenten die volgens NASA de belangrijkste metingen in de heliosfeer en de interstellaire ruimte kunnen blijven leveren:
Samen vormen deze instrumenten het enige netwerk van sensoren dat de interstellaire ruimte rechtstreeks — in situ — onderzoekt. Er is momenteel geen vervangende missie gefinancierd of gepland .
De manoeuvre was een procedure met hoge inzet: de commando’s waren in de praktijk onomkeerbaar en er was geen mogelijkheid om tijdens de uitvoering direct in te grijpen .
Het team besteedde daarom maanden aan modelleren, simuleren en testen voordat het definitieve commando werd verzonden .
Ook Voyager 1 heeft te maken met een steeds kleiner wordende energiereserve. Op 17 april 2026 schakelden JPL-ingenieurs het instrument Low-Energy Charged Particle (LECP) uit. Dat moest de sonde ongeveer een jaar extra speelruimte geven en tijd kopen voor de voorbereiding van een vergelijkbare energiebesparende ingreep .
Het ‘Big Bang’-concept was oorspronkelijk voor beide Voyager-sondes ontwikkeld . Nu de aanpak bij Voyager 2 succesvol is gebleken, wil NASA een soortgelijke herconfiguratie op Voyager 1 uitvoeren .
De precieze datum is nog niet bekendgemaakt. Wel zal het team de procedure waarschijnlijk aanpassen aan de omstandigheden van Voyager 1. De energiemarge van die sonde is kleiner en minder voorspelbaar dan die van Voyager 2, waardoor extra modellering en een andere volgorde van commando’s nodig kunnen zijn .
Als de operatie slaagt, kunnen ook de drie resterende instrumenten van Voyager 1 minstens een jaar langer blijven werken. Daarmee zouden beide historische sondes mogelijk nog dieper de jaren 2030 in wetenschappelijke gegevens naar de aarde kunnen sturen .