Gluonballen zijn een voorspelling van de kwantumchromodynamica (QCD), de theorie die de sterke kernkracht beschrijft. In tegenstelling tot fotonen dragen gluonen zelf de zogenoemde kleurlading. Daardoor kunnen ze met elkaar wisselwerken en, volgens QCD, zonder quarks gebonden toestanden vormen .
Quarks werden in de jaren zestig experimenteel vastgesteld en gluonen werden in de jaren zeventig indirect bevestigd. Een zuivere gluonbal liet zich echter niet eenduidig identificeren. De reden: een gluonbal kan mengen met gewone mesonen — deeltjes die uit een quark en antiquark bestaan — wanneer die dezelfde kwantumgetallen hebben . Daardoor is het lastig om te bepalen welk deel van een gemeten deeltje werkelijk uit gluonen bestaat.
De BESIII-detector staat opgesteld bij de Beijing Electron Positron Collider II (BEPCII). De samenwerking onderzocht ongeveer 10 miljard vervallen van J/ψ-deeltjes, een uitzonderlijk grote dataset. Daardoor konden onderzoekers de vervalreeks J/ψ → γ Kₛ⁰Kₛ⁰η′ uitgebreid analyseren met een zogenoemde partiële-golfanalyse .
Een belangrijk keerpunt kwam in 2024, toen BESIII voor X(2370) de kwantumgetallen J^PC = 0⁻⁺ vaststelde met een statistische significantie van meer dan 11,7 sigma . Simpel gezegd wijst de 0 op geen totale spin, terwijl de overige tekens informatie geven over pariteit en ladingsconjugatie.
Die combinatie is cruciaal: lattice-QCD-berekeningen — numerieke berekeningen van QCD op een rooster — voorspellen precies deze kwantumgetallen voor de lichtste pseudoscalare gluonbal . De meting werd gepubliceerd in Physical Review Letters als een zogenoemde Editor’s Suggestion .
BESIII mat voor X(2370) een massa van 2395 ± 11 (stat.) +26/-94 (syst.) MeV . Die waarde ligt binnen het bereik dat pure-gauge-lattice-QCD voorspelt voor de lichtste gluonbal met 0⁻⁺-kwantumgetallen .
De naam X(2370) verwijst naar een eerdere massaschatt ing; nauwkeurigere analyses komen uit op ongeveer 2395 MeV. Het verschil weerspiegelt de verfijning van de meting, niet een ander deeltje.
Een gluonbal draagt zelf geen quarkflavor. Daarom wordt verwacht dat zo’n toestand niet sterk de voorkeur geeft aan vervalproducten met een bepaalde quarksmaak. Dat gedrag wordt vaak aangeduid als flavorsinglet of flavorblind.
BESIII zag X(2370) in verschillende onafhankelijke eindtoestanden, waaronder π⁺π⁻η′, Kₛ⁰Kₛ⁰η′, Kₛ⁰Kₛ⁰π⁰ en ηπ⁰π⁰ . Dit brede vervalpatroon, zonder duidelijke voorkeur voor vreemde quarks, past bij een gluonbal-dominante toestand .
X(2370) werd in 2011 voor het eerst waargenomen in het verval J/ψ → γπ⁺π⁻η′ . Later volgden waarnemingen in onder meer γK̄Kη′ en, in recentere analyses, γKₛ⁰Kₛ⁰π⁰ en γπ⁰π⁰η .
Dat steeds dezelfde resonantie in verschillende kanalen terugkomt, maakt een toevallige interpretatie als een gewoon quarkoniumdeeltje minder aannemelijk. Samen met de spin-pariteit, massa en productie-eigenschappen vormt dit de kern van het bewijs voor de gluonbalinterpretatie.
Een theoretische analyse met de titel Lightest 0⁻⁺ Glueball as Dominant Constituent of X(2370) concludeerde dat de gluonbalcomponent in X(2370) dominant is en dat bijdragen uit conventionele quarkmodellen ondergeschikt zijn . Dat is preciezer dan zeggen dat elk bestanddeel van het deeltje uitsluitend uit gluonen bestaat: door menging met andere toestanden blijft de samenstelling een belangrijk onderwerp van onderzoek.
De BESIII-samenwerking presenteerde de resultaten tijdens de International Conference on High Energy Physics (ICHEP) in Natal, Brazilië, in augustus 2026. Daarmee kwam ongeveer vijftien jaar experimenteel onderzoek aan X(2370) samen .
X(2370) geldt als kandidaat voor de lichtste pseudoscalare gluonbal. De volgende stap is het in kaart brengen van het volledige gluonbalspectrum. Toekomstige metingen bij BESIII en andere faciliteiten moeten de massa’s en vervalkanalen nauwkeuriger bepalen, de menging met quarkonium verder ontrafelen en nieuwe tests van QCD opleveren .
Na bijna vijftig jaar zoeken is de vraag dus niet langer alleen óf gluonen gebonden toestanden kunnen vormen. De aandacht verschuift naar een preciezere vraag: welke gluonballen bestaan er, en hoe herken je hun gluonkarakter tussen de vele andere deeltjes in de kwantumwereld?