Een dag eerder was Brent nog circa 5 procent gedaald. President Donald Trump had geplande grootschalige aanvallen op Iran afgeblazen, waardoor beleggers kortstondig rekenden op de-escalatie en een mogelijk diplomatiek akkoord . Op 4 augustus bleek die ontspanning echter allerminst zeker. De marktprijs weerspiegelde opnieuw het risico dat de spanningen oplopen en dat olie uit het Midden-Oosten niet vrij kan worden uitgevoerd .
Na een korte onderbreking hervatte het Amerikaanse leger eind juli aanvallen op doelen in Iran. Tegen 4 augustus ging de oliemarkt er daardoor van uit dat een diplomatieke doorbraak nog ver weg was . Iran had eerder gewaarschuwd met „lange en pijnlijke aanvallen” te zullen reageren als de aanvallen worden hervat .
Voor oliehandelaren betekent dat een hogere geopolitieke risicopremie: niet alleen de huidige aanvoer telt, maar ook de kans op verdere verstoring van productie, raffinaderijen en scheepvaart.
De Straat van Hormuz is een van de belangrijkste knelpunten voor de wereldwijde energiehandel. Sinds 4 maart 2026 hebben Iraanse strijdkrachten de doorgang „gesloten” verklaard en schepen bedreigd of aangevallen met drones, ballistische raketten en kleine aanvalboten . Normaal gaat ongeveer 20 procent van de wereldwijde oliehandel door deze zeestraat .
Verzekering voor tankers is nauwelijks beschikbaar of onbetaalbaar geworden, terwijl bemanningen de route mijden . Daardoor ligt de olieproductie in het Midden-Oosten meer dan 11 miljoen vaten per dag lager dan vóór het conflict . Aanvallen op tankers en energie-infrastructuur maken bovendien de uitvoer vanaf de westkust van Saudi-Arabië — een belangrijke alternatieve route — veel moeilijker .
De International Energy Agency (IEA), het Internationaal Energieagentschap, verwacht dat de oliemarkt in het derde kwartaal van 2026 „ernstig onderbevoorraad” blijft . Voor heel 2026 kan de wereldwijde olieproductie met 3,9 miljoen vaten per dag dalen . Producenten in de Golfregio lopen volgens de IEA gezamenlijk meer dan 1 miljard vaten aan productie mis .
Zelfs als de gevechten snel zouden stoppen, blijft de markt naar verwachting tot en met het derde kwartaal met een tekort kampen . De reden is dat productie en transport niet meteen terugkeren naar het oude niveau zodra er een staakt-het-vuren komt.
De Amerikaanse Energy Information Administration (EIA), de Amerikaanse overheidsdienst voor energie-informatie, waarschuwt dat de olievoorraden in de grootste economieën kunnen dalen naar niveaus die sinds ten minste 2003 niet meer zijn gezien . IEA-directeur Fatih Birol zei dat commerciële voorraden snel slinken en dat er nog maar voor enkele weken aan voorraad resteert .
Goldman Sachs schatte dat de wereldwijde olievoorraden in april 2026 met een recordtempo van 11 tot 12 miljoen vaten per dag werden aangesproken . De EIA verwacht dat de voorraden van de OESO-landen tegen december onder 2,3 miljard vaten uitkomen .
Lage voorraden maken de markt extra gevoelig. Een verstoring die normaal tijdelijk zou zijn, kan dan sneller tot hogere prijzen leiden omdat er minder buffer beschikbaar is.
Olie wordt in dollars verhandeld. Als de Amerikaanse munt verzwakt, wordt olie goedkoper voor kopers die met andere valuta betalen. Dat kan de vraag en de prijs ondersteunen. Een zwakkere dollar werd op 4 augustus dan ook genoemd als aanvullende steun voor Brent .
OPEC+, de samenwerking tussen de OPEC-landen en enkele andere olieproducenten, handhaaft zijn productiedoelen om de prijsstabiliteit te ondersteunen in een uiterst volatiele markt . Daardoor komt er niet automatisch extra aanbod beschikbaar om de verstoringen in het Midden-Oosten op te vangen.
Ongeplande storingen bij raffinaderijen in Noord-Europa waren op 4 augustus minder prominent in het nieuws, maar dragen wel bij aan regionale krapte in olieproducten. Raffinaderijen moeten mogelijk vervangende ladingen inkopen, waardoor ook de vraag naar ruwe olie wordt ondersteund.
De EIA meldde dat Brent in mei en juni 2026 gemiddeld rond 106 dollar per vat lag voordat de prijs terugviel . In het basisscenario gaat de dienst ervan uit dat het verkeer door de Straat van Hormuz geleidelijk wordt hervat en dat stilgelegde productie terugkeert. Brent zou dan in het vierde kwartaal gemiddeld rond 89 dollar per vat kunnen uitkomen .
Dat scenario staat of valt echter met de veiligheid van de scheepvaart. De IEA verwacht dat de markt tot en met het derde kwartaal van 2026 onderbevoorraad blijft. Een overschot zou volgens de organisatie pas in het vierde kwartaal of later kunnen ontstaan, en alleen als er een duurzaam bestand komt .
Op langere termijn kan juist een nieuwe overaanbodfase ontstaan. Als een duurzame oplossing ervoor zorgt dat stilgelegde productie snel terugkeert, voorspelt de IEA voor 2027 een sterke opleving van het wereldwijde aanbod tot 110,3 miljoen vaten per dag .
Producenten buiten het conflictgebied profiteren het meest. Amerikaanse schalieproducenten, producenten in de Noordzee, West-Afrika en andere delen van Noord- en Zuid-Amerika ontvangen hoge prijzen terwijl hun productiekosten niet in dezelfde mate stijgen. Hun winstmarges kunnen daardoor uitzonderlijk ruim worden.
Producenten in het Midden-Oosten behoren tot de verliezers. Zij kampen met weggevallen productie en exportinkomsten. Ook de uitvoercapaciteit aan de westkust van Saudi-Arabië wordt zwaar gehinderd door aanvallen op tankers .
Voor alle producenten blijft het risico groot. Een nieuw incident in de Straat van Hormuz of verdere aanvallen op infrastructuur in de Golfregio kan Brent fors hoger zetten. Dat zou de winst van niet-getroffen producenten verder verhogen, maar tegelijk de vraag naar olie onder druk kunnen zetten: brandstof wordt dan zo duur dat consumenten en bedrijven hun verbruik verminderen .
De richting van de Amerikaanse confrontatie met Iran blijft de doorslaggevende factor. Een bestand en een heropening van de Straat van Hormuz zouden Brent waarschijnlijk scherp lager sturen, omdat miljoenen vaten per dag aan stilgelegde productie weer op de markt kunnen komen.
Nieuwe escalatie — vooral wanneer die Saudi-Arabië of andere energie-infrastructuur in de Golfregio raakt — kan de olieprijs daarentegen opnieuw ruim boven 100 dollar per vat brengen. De opleving van 4 augustus laat daarmee vooral zien hoe snel de oliemarkt tussen hoop op diplomatie en vrees voor een nieuw aanbodtekort kan omslaan.