Maar de industriële ambities botsen met de Zuid-Koreaanse arbeidswetgeving. Die begrenst de werkweek op 52 uur. Voor de chipsector is daardoor een bekend dilemma opnieuw actueel: moet een ingenieur op een cruciaal moment stoppen omdat de werktijd erop zit, of moet de wet ruimte maken voor uitzonderlijke situaties?
Een opiniestuk van de South China Morning Post schetst dat dilemma aan de hand van een anonieme ingenieur in Hwaseong, een belangrijk centrum van de Zuid-Koreaanse chipindustrie. Na middernacht ziet zij op haar scherm een defectpatroon verschijnen. Als het probleem meteen wordt gevonden, kan dat volgens het verhaal een week aan wafers — dunne siliciumschijven waarop chips worden geproduceerd — besparen. Toch moet ze naar huis: de wet schrijft dat voor .
Het voorbeeld is illustratief, niet het verslag van een met naam genoemde werknemer. De onderliggende vraag is wel breder: als één inzicht in combinatie met AI een probleem kan oplossen dat vroeger weken werk van een heel team vergde, zegt het aantal gewerkte uren dan nog iets zinnigs over de economische waarde van dat werk?
De discussie is opvallend omdat de Democratische Partij van Korea eerder juist terughoudend was over uitzonderingen voor chiponderzoek. Inmiddels onderzoeken regering en regeringspartij of de 52-urige limiet in speciale ‘megazones’ tijdelijk of gedeeltelijk kan worden versoepeld .
Een van de voorstellen is een zogenoemde white-collar exemption. Die zou bepaalde hoogbetaalde managers en R&D-medewerkers buiten de normale regels kunnen plaatsen. Volgens een besproken variant gaat het om personeel in de hoogste 3 procent van de inkomensverdeling, dat met individuele instemming niet alleen van de 52-urige limiet maar ook van sommige regels rond rust, feestdagen en toeslagen zou worden uitgesloten .
Daarnaast wordt gekeken naar soepelere regels voor tijdelijke en gedetacheerde werknemers en naar flexibele arbeidsregelingen voor de hele speciale zone .
De oppositie wil nog verder gaan. Parlementariër Koh Dong-jin van de People Power Party, een voormalige topman van Samsung Electronics, diende op 31 juli een wetsvoorstel in om alle werknemers in de halfgeleider-R&D in Zuid-Korea van de 52-urige limiet vrij te stellen .
De chipindustrie voert vooral twee argumenten aan:
Dat betekent niet automatisch dat langere werkdagen innovatie opleveren. Het bedrijfsargument is dat sommige technische processen moeilijk exact te plannen zijn en dat een verplichte onderbreking op een kritiek moment tijd en rendement kan kosten. Tegenstanders antwoorden dat betere planning, ploegendiensten en voldoende personeel alternatieven kunnen bieden zonder wettelijke bescherming af te breken.
Vakbonden en maatschappelijke organisaties noemen de deregulering uitbuiting en waarschuwen dat de megazones veranderen in een ‘arbeidslaboratorium’ . Hun zorg is dat een formele uitzondering in de praktijk druk kan creëren om vrijwillig akkoord te gaan met langere werkdagen — vooral in een sector waar carrière, salaris en toegang tot prestigieuze projecten sterk samenhangen.
Ook het regionale karakter roept vragen op. Een uitzondering die alleen in Honam geldt, kan leiden tot ongelijke behandeling tussen werknemers in verschillende delen van het land. Een landelijke regeling voor alle chiponderzoekers zou dat probleem oplossen, maar tegelijk de reikwijdte van de versoepeling aanzienlijk vergroten .
Zuid-Korea probeert met historische investeringen tegelijk drie doelen te bereiken: zijn chipproductie uitbreiden, economische activiteit buiten de regio Seoul stimuleren en een voorsprong opbouwen in AI . Daarvoor heeft het land niet alleen fabrieken en datacenters nodig, maar ook voldoende gespecialiseerde ingenieurs.
Precies daar ontstaat de spanning. De industrie wil dat de wet rekening houdt met werk waarvan de waarde niet gelijkmatig over de dag is verdeeld. Arbeidsorganisaties vrezen dat ‘flexibiliteit’ uiteindelijk vooral betekent dat werknemers langer beschikbaar moeten zijn.
Het debat gaat daarom niet alleen over de vraag of ingenieurs soms langer mogen doorwerken. Het gaat over een fundamentelere keuze: wil Zuid-Korea AI-concurrentiekracht meten in extra uren, of in betere organisatie, technologie en resultaten — zonder de bescherming van werknemers op te offeren?