De directe aanleiding was een ongekende klap voor de Chinese technologiesector. De STAR 50-index, die grote technologiebedrijven op de beurs van Shanghai volgt, verloor in juli bijna 29% — de slechtste maand sinds de start van de index . Dat kwam nadat de index in de drie voorafgaande maanden nog ongeveer 75% was gestegen .
Tijdens een van de zwaarste handelsdagen daalden Chinese chipbedrijven gezamenlijk meer dan 6%. Aandelen van onder meer Yuanjie Semiconductor Technology en Hua Hong Grace Semiconductor verloren elk minstens 14% . Daarmee werden eerdere koerswinsten bij populaire Chinese bedrijven in kunstmatige intelligentie en halfgeleiders grotendeels weggevaagd. Ook Chinese beleggingsfondsen met grote posities in deze sector werden geraakt .
De binnenlandse uitverkoop stond niet op zichzelf. Een scherpe daling van Amerikaanse halfgeleideraandelen verspreidde zich snel naar Azië. Beleggers begonnen zich af te vragen of de enorme uitgaven aan AI-infrastructuur wel houdbaar zijn. Tegelijkertijd nam de vrees toe dat China snel vooruitgang boekt in de productie van geavanceerde chips .
Berichten dat China was begonnen met massaproductie van zelf ontwikkelde deep-ultravioletmachines — zogenoemde DUV-apparatuur voor de productie van chips — wakkerden die onrust verder aan . De technologiezware Nasdaq 100 daalde scherp en de Philadelphia Semiconductor Index noteerde vier verliesdagen op rij, de langste reeks van het jaar .
De schokgolf trok door de Aziatische markten. De Zuid-Koreaanse Kospi-index zakte op één dag met meer dan 10%, terwijl de belangrijkste indices van Japan en Taiwan ongeveer 4% verloren . Chinese aandelen konden zich evenmin aan de wereldwijde verkoopdruk onttrekken .
Beijing had al geprobeerd de daling rechtstreeks af te remmen. Halverwege juli kochten staatsgelieerde instellingen, in China vaak aangeduid als het „nationale team”, voor ongeveer 60 miljard yuan ($8,86 miljard) aan aandelen op het Chinese vasteland . China Reform Holdings gaf daarbij meer dan 50 miljard yuan uit, vooral aan staatsbedrijven en technologiebedrijven, en beloofde verdere aankopen .
Ook de Chinese beurswaakhond, de China Securities Regulatory Commission (CSRC), belegde een spoedoverleg met marktpartijen. De toezichthouder beloofde „alles in het werk te stellen” om stabiele marktwerking te behouden .
De ingreep bleek echter onvoldoende om het vertrouwen duurzaam te herstellen. In twee weken tijd verdween al circa 10 biljoen yuan ($1,48 biljoen) aan beurswaarde . Staatsaankopen konden gedwongen verkopen afremmen en tijdelijk een bodem onder bepaalde koersen leggen, maar ze konden geen hogere bedrijfswinsten creëren, het vertrouwen van huishoudens repareren of de wereldwijde terugtrekking uit AI-aandelen keren .
De beurscrisis speelde zich af tegen de achtergrond van bredere economische zwakte. Het Chinese bruto binnenlands product groeide in het tweede kwartaal van 2026 met 4,3%. Dat was het laagste tempo in meer dan drie jaar en lag onder de onderkant van de officiële groeidoelstelling van 4,5% tot 5,0% voor het hele jaar .
Zwakke consumentenbestedingen en aanhoudend hoge jeugdwerkloosheid vergrootten de druk . In de officiële verklaring erkende het Politburo dat de economie voor „moeilijkheden en uitdagingen” staat .
De boodschap van 30 juli was zorgvuldig afgewogen. De regering moet een „proactiever” belasting- en uitgavenbeleid voeren en meer steun bieden aan de werkgelegenheid . De directe verwijzing naar het versterken van vertrouwen en veerkracht op de kapitaalmarkten was opvallend, omdat verklaringen van het Politburo zelden expliciet over aandelenmarkten spreken . Ook beloofde de partijleiding verdere hervormingen van de kapitaalmarkt .
Tegelijkertijd kwam er geen aankondiging van een nieuwe grootschalige reddingsoperatie of een omvangrijk stimuleringspakket. De nadruk lag op het beter benutten van bestaand beleid en op „aanvullende” maatregelen die geleidelijk worden ingevoerd .
De eerste marktreactie was voorzichtig positief. Chinese referentie-indexen stegen op vrijdag na de bijeenkomst, geholpen door een herstel van AI-aandelen. De STAR 50-index sprong in één handelssessie met 6% omhoog . Toch bleven de belangrijkste indices op koers voor forse maandverliezen.
De kernvraag is daarom nog niet beantwoord: kan Beijing met woorden en beperkte, gerichte maatregelen duurzaam vertrouwen terugbrengen — terwijl beleggers tegelijk twijfelen aan de houdbaarheid van AI-investeringen en aan de kracht van de Chinese economie?