Burnham was een van de meest uitgesproken politieke leiders die zich tegen het plan keerden. Slechts twee weken na zijn aantreden als premier schreef hij op sociale media: 'Laat me dit heel direct zeggen. Voetbal hoort niet bij investeerders. Het hoort bij de mensen die de tribunes vullen en die week in, week uit langs de lijn staan, in weer en wind' . Hij noemde het WK 'nooit van iemand geweest om te verkopen' en stelde: 'Het WK is geen product. Zodra je er een stukje van hebt verkocht, heb je je ziel verkocht'
.
Op 31 juli escaleerde Burnham zijn kritiek dramatisch. Hij riep Infantino publiekelijk op om af te treden en verklaarde dat hij 'de verkeerde man is om de organisatie te leiden' . Hij was daarmee de eerste leider van een groot land die om het vertrek van Infantino vroeg
.
Volgens het plan zou FIFA een FFE oprichten als een 'gecontroleerde dochteronderneming die de commerciële en evenementenactiviteiten van FIFA bundelt'. Daarin zouden uitzendrechten, ticketverkoop, licenties en sponsorinkomsten in één privaat vehikel worden ondergebracht . De onderneming werd gewaardeerd op 20 miljard dollar
. FIFA zei tot 4,2 miljard dollar op te willen halen bij externe investeerders door het verkopen van minderheidsbelangen. Dat geld zou dan worden herverdeeld onder de 211 aangesloten bonden
. Infantino bood elke aangesloten bond een onmiddellijke betaling van 20 miljoen dollar aan – en tot 66 miljoen dollar extra per bond vóór 2038 – om het plan aan te nemen
.
De ongekende golf van verzet – een combinatie van confederatieopstanden, een dreigende Europese boycot, politieke veroordeling vanuit Downing Street en interne onenigheid binnen FIFA – dwong Infantino om het voorstel op 31 juli 2026 in te trekken . FIFA kwam laat die dag met een verklaring dat het voorstel werd ingetrokken
.
De ineenstorting van het plan liet Infantino politiek verzwakt achter. Confederaties die al lange tijd ontevreden waren over zijn managementstijl, voelden zich nu gesterkt om hervormingen van het bestuur te eisen . Hoewel het voorstel dood is, blijven de vragen die het opriep – over de transparantie van FIFA, de relatie met privaat kapitaal en wie uiteindelijk de eigenaar van het WK is – voorlopig onbeantwoord.