Tijdens die gesprekken presenteerde hij Astra, een voorlopig gekozen naam voor een nieuwe modelcategorie naast de GPT-5.6-familie — Sol, Terra en Luna .
De kern van Astra is samenwerking tussen meerdere AI-agenten over een langere periode. In plaats van één model dat een opdracht in één sessie afhandelt, kan Astra verschillende gespecialiseerde subagenten opstarten, hun werk parallel laten uitvoeren, de resultaten samenvoegen en het proces langere tijd voortzetten .
Volgens berichtgeving van The Information is Astra bedoeld om “subagenten parallel op te starten en te coördineren, hun werk te synthetiseren en de samenwerking voort te zetten” bij opdrachten die langdurige inspanning vereisen . Denk aan complexe onderzoeksprojecten, geavanceerde wiskunde en andere problemen die niet in één eenvoudige prompt kunnen worden opgelost.
OpenAI heeft nog geen definitieve beslissing genomen over de naam of positionering. Astra kan uiteindelijk GPT-6 worden, een nieuwe versie binnen de GPT-5.x-reeks — bijvoorbeeld GPT-5.7 — of als een afzonderlijke modelfamilie naast Sol, Terra en Luna verschijnen . De modellen worden al getest en zouden tot de eerste systemen kunnen behoren die onder het nieuwe Amerikaanse AI-kader vóór hun publieke lancering door de federale overheid worden geëvalueerd .
Het idee van meerdere samenwerkende agenten is niet volledig nieuw binnen OpenAI. De GPT-5.6-familie beschikt al over een zogenoemde ultra-modus, die standaard vier agenten parallel kan coördineren voor veeleisende opdrachten .
Astra lijkt die aanpak echter een stap verder te brengen. Waar bestaande systemen vooral meerdere deelopdrachten tegelijk uitvoeren, richt Astra zich op samenwerking die uren, dagen of mogelijk nog langer kan voortduren. De AI-agenten moeten daarbij niet alleen hun eigen deel van het werk doen, maar ook elkaars bevindingen kunnen verwerken en de volgende onderzoeksstappen bepalen.
OpenAI omschrijft multi-agentfunctionaliteit in zijn API-documentatie als een systeem waarbij een model subagenten parallel opstart en coördineert, waarna het hun werk samenvoegt tot een eindantwoord . Astra lijkt deze werkwijze niet alleen als softwarefunctie, maar als een ingebouwde eigenschap van het model zelf te positioneren.
In de testfase zouden al resultaten zijn geboekt op gebieden als wiskunde, natuurkunde, biologie, geneeskunde, scheikunde en cybersecurity . OpenAI zou daarnaast een rapport voorbereiden over de manier waarop Astra tien eerder onopgeloste wiskundige problemen heeft aangepakt .
De demonstratie past in een patroon waarbij OpenAI nieuwe modellen vooraf aan beleidsmakers laat zien. Dat geeft toezichthouders een vroege blik op de mogelijkheden — en geeft het bedrijf tegelijk de kans om mee te praten over de voorwaarden waaronder die modellen worden toegelaten.
De Astra-presentatie staat niet op zichzelf. Op 15 juli 2026 publiceerde OpenAI een beleidsvoorstel voor wat het bedrijf ‘reverse federalism’, ofwel ‘omgekeerd federalisme’, noemt .
In het Amerikaanse federalisme bepalen de federale overheid en de afzonderlijke staten samen de regels. OpenAI stelt hier een omgekeerde volgorde voor: staten zoals Californië, New York en Illinois zouden eerst vergelijkbare veiligheidsregels invoeren. Die regels kunnen vervolgens de basis vormen voor een nationale standaard, terwijl de federale overheid zich richt op technische en nationale veiligheidstests .
Het voorstel noemt onder meer openbaarmaking, het melden van incidenten en onafhankelijke audits als onderdelen waarop staten zich zouden kunnen afstemmen. Chris Lehane, OpenAI’s hoofd internationale betrekkingen, schreef het voorstel. Volgens de redenering van het bedrijf kan een brede, onderlinge afspraak tussen staten druk op het Congres zetten om uiteindelijk één nationaal kader vast te leggen .
OpenAI verwijst daarbij naar wetgeving of voorstellen uit Californië, New York en Illinois als mogelijke voorbeelden, waaronder California SB 53, de New Yorkse RAISE Act en Illinois SB 315 . Critici waarschuwen dat zulke regels ook de grootste AI-bedrijven kunnen bevoordelen, omdat kleinere concurrenten mogelijk minder makkelijk aan complexe toetsings- en rapportageverplichtingen kunnen voldoen. Anthropic voert ondertussen een eigen strategie op staatsniveau om strengere AI-regels te ondersteunen .
Een tweede grote beleidskwestie draait om open-weight-AI-modellen. Bij zulke modellen kunnen gebruikers de modelgewichten downloaden, inspecteren, aanpassen en op eigen infrastructuur draaien. Dat verschilt van gesloten modellen, waarbij de ontwikkelaar de toegang en veiligheidsmaatregelen grotendeels controleert.
Op 24 juli ondertekende een coalitie van 25 bedrijven, aangevoerd door Nvidia, Microsoft, Meta en Palantir, een open brief waarin beleidsmakers worden opgeroepen geen “premature beperkingen” op open-weight-modellen in te voeren . Volgens de ondertekenaars zouden brede verboden concurrentie beperken en gebruikers richting Chinese AI-systemen kunnen duwen.
De discussie speelt tegen de achtergrond van mogelijke Amerikaanse beperkingen op Chinese open-weight-modellen, zoals Kimi K3 van Moonshot. Amerikaanse frontierlabs — bedrijven die de meest geavanceerde AI-systemen ontwikkelen — beschuldigen Chinese partijen ervan modellen te hebben ‘gedistilleerd’: kleinere systemen zouden daarbij zijn verbeterd met kennis of output van Amerikaanse modellen .
Anthropic en Nvidia hebben afzonderlijk gepleit voor gerichte regels die zich richten op concrete risico’s, in plaats van algemene verboden . Daarmee is Silicon Valley verdeeld geraakt. Bedrijven met gesloten modellen, zoals OpenAI en Anthropic, kunnen baat hebben bij extra toezicht op open-weight-systemen. Nvidia, Microsoft en Meta stellen juist dat brede toegang tot open gewichten belangrijk is voor concurrentie, onderzoek en innovatie .
Op dezelfde dag dat Altman aan zijn gesprekken in Washington begon, verscheen een open brief van meer dan duizend werknemers uit de AI-sector. Sommige berichtgeving spreekt van meer dan 1.200 ondertekenaars .
Werknemers van onder meer OpenAI, Anthropic en Google DeepMind riepen regeringen op internationale instrumenten te ontwikkelen om het tempo van AI-ontwikkeling te sturen of waar nodig af te remmen . Hun zorg is dat de concurrentiestrijd tussen bedrijven en landen veiligheidsmaatregelen naar de achtergrond kan drukken.
De oproep maakt duidelijk dat de discussie niet alleen gaat over de vraag wat modellen kunnen, maar ook over hoe snel nieuwe capaciteiten worden uitgerold — en wie daarover beslist.
Met Astra presenteerde Altman meer dan alleen een nieuw product in wording. Hij liet beleidsmakers een systeem zien dat de stap maakt van één AI-model naar een team van samenwerkende agenten. Dat gebeurde na een ernstig veiligheidssignaal, vlak voor een belangrijke Amerikaanse beleidsdeadline en te midden van conflicten over open modellen, staatswetgeving en de snelheid van AI-ontwikkeling.
De naam Astra ligt nog niet vast en er is geen officiële lanceringsdatum bekend. Maar de boodschap uit Washington is helder: OpenAI wil niet alleen de volgende generatie AI bouwen, maar ook invloed uitoefenen op de regels waaronder die generatie de wereld in komt.