De oliemarkt reageerde onmiddellijk. De risicopremie die was ontstaan door weken van aanvallen liep snel terug. Brentolie daalde volgens berichten met ongeveer 4% naar 92,80 dollar per vat . Later zakte de prijs verder richting 87 dollar toen de pauze in de gevechten stand leek te houden .
Aandelenbeleggers zagen daarin twee positieve signalen: minder kans op een groter conflict in het Midden-Oosten en minder risico op verstoringen van de aanvoer via de Straat van Hormuz. De Dow Jones Industrial Average steeg met ongeveer 260 punten, goed voor circa 0,6 à 0,7%, en boekte daarmee de tweede opeenvolgende winst .
Ook de futures op de S&P 500 en de Nasdaq liepen in de vroege handel stevig op: respectievelijk ongeveer 1% en 1,6% . De winst was aanvankelijk breed gedragen, met bijna alle sectoren in de plus . Mike Waltz, de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, zei dat president Donald Trump de militaire actie had opgeschort om ruimte te maken voor diplomatie .
Toch bleef de situatie onzeker. De Houthi’s vielen olie-installaties in Saudi-Arabië aan en Oekraïne trof in hetzelfde weekend een Iraans commercieel schip in de Kaspische Zee . Voor de markten overheerste die maandag echter vooral de opluchting.
Dinsdag sloeg de stemming om. De brede rally maakte plaats voor een wereldwijde verkoopgolf in halfgeleiders, waarmee de kwetsbaarheid van de AI-rally zichtbaar werd.
De iShares Semiconductor ETF, beter bekend als SOXX, verloor in de voorbeurshandel meer dan 3%. Nasdaq-futures draaiden naar beneden en Nvidia daalde ongeveer 5% . In Azië was de schade nog groter: de Zuid-Koreaanse KOSPI zakte naar het laagste niveau in drie maanden .
De zorgen draaiden niet alleen om hoge waarderingen. Beleggers begonnen ook kritischer te kijken naar de enorme kapitaalbehoefte van de AI-sector: chips, datacenters en energie-infrastructuur kosten samen honderden miljarden dollars.
Volgens berichtgeving van The Wall Street Journal was Nvidia in gesprek over financieringsgaranties van ongeveer 250 miljard dollar voor een datacenterproject in Ohio . Dat bedrag maakte de fundamentele vraag concreet: leveren de investeringen in AI-infrastructuur uiteindelijk voldoende rendement op?
Daar kwam de toenemende Chinese concurrentie op de markt voor AI-chips bij . Het resultaat was een opvallende scheiding tussen sectoren en regio’s. De Dow hield relatief goed stand dankzij de lagere olieprijs en steun uit defensievere sectoren, terwijl de Nasdaq en Aziatische beurzen — waar chipbedrijven zwaar wegen — terrein verloren .
De bewegingen op de markten waren een duidelijk voorbeeld van cross-assetdynamiek: verschillende beleggingscategorieën reageren tegelijk, maar niet noodzakelijk op dezelfde manier.
Olie bleef dinsdag dalen doordat de wapenstilstand voorlopig standhield. Toch leidde die daling niet tot een brede stijging van obligaties. De rendementen op Amerikaanse staatsobligaties bleven overwegend stabiel. Dat suggereerde dat beleggers de goedkopere olie niet zagen als een sterke genoegse daling van de inflatiedruk om hun verwachtingen voor het beleid van de Federal Reserve aan te passen .
De Amerikaanse dollar stond breder genomen onder druk, mede door de afgenomen geopolitieke risico’s en de positionering in aanloop naar het rentebesluit .
Aziatische markten werden het hardst geraakt door de verkoopgolf in chips. Amerikaanse en Europese aandelen hielden beter stand, omdat lagere olieprijzen ook sectoren als industrie en basismaterialen hielpen . De combinatie van een stijgende Dow en een dalende Nasdaq wees daarom eerder op een sectorale rotatie dan op een algemene paniekuitverkoop. Tegelijk maakte de beweging duidelijk hoe gevoelig technologieaandelen zijn geworden voor twijfel over kapitaaluitgaven.
Naast de chipuitverkoop hing er een andere onzekerheid boven de markt: het rentebesluit van de Federal Reserve op 29 juli.
Volgens meerdere marktinschattingen was een kans van 38% op een renteverhoging ingeprijsd. Dat was opvallend hoog voor een vergadering waarvan veel beleggers eerder verwachtten dat de centrale bank geduldig zou blijven . Saxo Bank omschreef de vergadering als “live”, omdat handelaren rekening hielden met een onverwachte, mogelijk strengere boodschap .
Een hogere rente is vooral ongunstig voor groeiaandelen. Hun waardering is sterk gebaseerd op toekomstige winsten, en die worden minder aantrekkelijk wanneer de rente stijgt. Dat maakte technologie- en chipbedrijven extra kwetsbaar.
De achtergrond was al niet probleemloos. De S&P 500 en de Nasdaq waren de periode ingegaan na twee opeenvolgende weken van verlies . Het resultatenseizoen voor het tweede kwartaal gaf bovendien gemengde signalen. Sommige sectoren begonnen sterk, maar chipbedrijven bleven onder druk staan .
Daarmee kwam de kernvraag van de AI-rally steeds nadrukkelijker op tafel: kunnen honderden miljarden aan investeringen in chips en datacenters voldoende rendement opleveren, of is de markt te ver vooruitgelopen?
De week van 27 tot en met 31 juli gold als een van de drukste weken van het resultatenseizoen en als een van de belangrijkste Fed-weken van 2026 . De uitkomsten waren cruciaal voor de AI-handel, omdat juist de grootste technologiebedrijven met hun investeringen de vraag naar chips en datacenters aanjagen .
Alphabet had al cijfers gepubliceerd die beleggers teleurstelden, wat het sentiment voorafgaand aan de rest van de week verzwakte . Op de agenda stonden onder meer:
De tegenstelling was scherp. Een lagere olieprijs en ontspanning tussen de VS en Iran waren gunstig voor de brede economie en niet-technologische sectoren. Maar twijfel over AI-kapitaaluitgaven, Chinese concurrentie en een mogelijk strenger rentebeleid raakte precies de sector die de beursrally had geleid.
De daaropvolgende bedrijfsresultaten en het Fed-besluit zouden daarom helpen bepalen of de chipuitverkoop slechts een tijdelijke sectorale correctie was — of het begin van een veel bredere terugtrekking uit de AI-handel .