Ars Technica meldde de nieuwe beperking op 28 juli 2026 na tests met verschillende opdrachten . OpenAI heeft de wijziging niet officieel aangekondigd. Ook reageerde een woordvoerder niet op vragen van media . Volgens beschikbare berichtgeving geldt de beperking wereldwijd voor ChatGPT-modellen .
Wie ChatGPT vraagt om letterlijk “in de stijl van” een specifieke schrijver te schrijven, krijgt nu doorgaans een weigering. De chatbot kan nog steeds helpen met fictie, genres en verteltechnieken, maar probeert niet langer de kenmerkende stem van een bij naam genoemde auteur te reproduceren.
In tests weigerde ChatGPT verzoeken rond onder anderen:
Bij een verzoek om een opening te schrijven zoals Stephen King zou ChatGPT hebben geantwoord: “Ik kan zeker schrijven met de kenmerkende elementen van sfeervolle, personagegedreven horror en de dreiging van een kleine stad — maar ik zorg ervoor dat het resultaat van mijzelf is” .
Een audit van technologiepublicatie No Latency uit juli 2026 stelde vast dat ChatGPT verzoeken om levende auteurs na te doen afwees, maar opdrachten met namen van overleden schrijvers zoals William Shakespeare en Jane Austen soms wel uitvoerde . Andere tests rapporteerden juist weigeringen bij zowel levende als overleden auteurs .
Die tegenstrijdige resultaten wijzen erop dat de handhaving nog niet volledig eenduidig is. De beperking lijkt in sommige situaties vooral gericht op levende auteurs en hun nalatenschappen, maar er is geen openbare, gedetailleerde regel van OpenAI die dit onderscheid bevestigt .
In plaats van een specifieke auteur te kopiëren, stelt ChatGPT voor om te werken met algemene ambachtelijke kenmerken. Denk aan:
Een opdracht als “schrijf een hoofdstuk in de stijl van Stephen King” wordt bijvoorbeeld omgebogen naar een verhaal met “sfeervolle, personagegedreven horror en de dreiging van een kleine stad”, terwijl de tekst een eigen vorm en stem moet houden .
Gebruikers kunnen ook rechtstreeks een gewenste sfeer, structuur of techniek beschrijven zonder een auteur te noemen. Die route blijft grotendeels beschikbaar . Het praktische verschil is dus vooral dat de naam van de schrijver niet langer als snelkoppeling naar een herkenbare stijl kan worden gebruikt.
De wijziging komt op een moment waarop de copyrightdiscussie rond generatieve AI steeds verder escaleert.
Op 14 juni 2026 werden in totaal 24 copyrightzaken tegen AI-bedrijven bijgehouden . Andere trackers telden in juli inmiddels meer dan 100 actieve zaken, afhankelijk van de gehanteerde definitie en welke procedures worden meegeteld . OpenAI geldt daarbij als het AI-bedrijf dat het vaakst in copyrightzaken wordt genoemd .
Op 3 april 2025 besloot een Amerikaanse rechterlijke panel dat verschillende copyrightzaken tegen OpenAI en Microsoft voor de voorbereidende fase moesten worden samengevoegd voor één rechtbank in het Southern District of New York . Deze zogenoemde multidistrict litigation (MDL) staat onder toezicht van de Amerikaanse districtsrechter Sidney H. Stein en draagt de naam In re OpenAI, Inc., MDL-nummer 3143 .
Tot de betrokken procedures behoren onder meer:
De Authors Guild zegt in haar collectieve zaak meer dan 17.000 auteurs te vertegenwoordigen .
Op 27 oktober 2025 wees rechter Stein het verzoek van OpenAI af om belangrijke onderdelen van de geconsolideerde auteurszaak te laten vallen . Volgens de rechter hadden de auteurs voldoende aannemelijk gemaakt dat door ChatGPT gegenereerde tekst mogelijk inbreuk kan maken op hun auteursrechten. Claims over directe copyrightinbreuk mogen daarom doorgaan .
Dat besluit betekent niet dat de auteurs de zaak definitief hebben gewonnen. De rechtbank heeft nog geen definitief oordeel geveld over de bredere vraag of het trainen van AI-modellen met auteursrechtelijk beschermd materiaal onder “fair use” valt. Dat centrale punt ligt nog op tafel .
Vooralsnog heeft OpenAI geen openbare aankondiging over de beperking gepubliceerd. Het bedrijf reageerde evenmin op mediavragen over de nieuwe weigeringen .
Wel bevat het openbare Model Spec van OpenAI algemene richtlijnen over intellectueel eigendom. Daarin staat dat assistenten intellectuele-eigendomsrechten moeten respecteren en geen content mogen genereren die inbreuk maakt op rechten van derden . Het document noemt geen expliciete regel over levende auteurs of over het gebruik van de naam van een schrijver als stijlverzoek .
De nieuwe reactie van ChatGPT lijkt daarmee een praktische toepassing van een bestaande, algemene beleidslijn — mogelijk aangescherpt onder de druk van de lopende rechtszaken. OpenAI heeft die koppeling zelf echter niet publiekelijk bevestigd.
Voor de meeste gebruikers verandert er praktisch weinig. Je kunt ChatGPT nog steeds vragen om een beklemmend horrorverhaal, een ouderwetse detectivepuzzel of een romanfragment met langzaam opgebouwde spanning. Alleen de naam van de auteur die als voorbeeld dient, moet je weglaten .
Voor schrijvers en andere makers is de wijziging belangrijker. AI-bedrijven lijken steeds duidelijker een grens te trekken rond herkenbare stijl en persoonlijke stem — precies het gebied waar het auteursrecht niet altijd een eenvoudige definitie voor heeft. Of chatbots als Claude en Gemini dezelfde grens gaan hanteren, is nog niet duidelijk .