Ook andere analyses wijzen op een snel verslechterende balans. Volgens het Centre for European Reform steeg het Chinese handelsoverschot tegenover Duitsland tussen 2024 en 2025 van 12 naar 25 miljard dollar. Het totale Duitse tekort zou daarmee rond 94 miljard dollar liggen .
Dat is een opvallende ontwikkeling voor een economie die lange tijd sterk leunde op export naar China, onder meer van auto’s, machines en industriële technologie.
Op 13 november 2025 stelde de Duitse Bondsdag een onafhankelijke commissie in voor de beoordeling van de veiligheidsrelevante economische betrekkingen tussen Duitsland en China . Het initiatief kwam van de coalitiefracties CDU/CSU en SPD. De motie werd aangenomen met steun van de AfD; Bündnis 90/Die Grünen en Die Linke onthielden zich van stemming .
De commissie telt dertien deskundigen en onderzoekt onder meer:
In de commissie zitten vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties, vakbonden, onderzoeksinstellingen en andere onafhankelijke deskundigen . Daarmee krijgt de eerdere, grotendeels symbolische China-strategie een concreter parlementair vervolg: de commissie moet aanbevelingen formuleren die kunnen leiden tot nieuwe wet- en regelgeving .
De Duitse regering voert een systematische herbeoordeling uit van handelsrelaties die van belang zijn voor de nationale veiligheid . De beperkingen die China oplegde aan de uitvoer van zeldzame aardmetalen maakten volgens de berichtgeving duidelijk hoe snel een cruciale grondstoffenstroom de Duitse industrie kan raken .
Onderzoek van MERICS en de Hinrich Foundation uit mei 2025 wijst op drie risico’s die elkaar versterken. Ten eerste bewegen Chinese bedrijven snel op in de waardeketen, waardoor Duitse ondernemingen hun concurrentievoordeel verliezen. Ten tweede is Duitsland voor sommige kritieke grondstoffen bijna volledig van China afhankelijk. Ten derde kunnen omvangrijke investeringen van Duitse bedrijven in China Peking economische en strategische invloed geven .
Het gaat Berlijn daarom niet alleen om de vraag hoeveel er met China wordt gehandeld, maar ook om de vraag waar China invloed kan uitoefenen als handelsstromen, investeringen of grondstoffenvoorzieningen onder druk komen te staan.
De Franse Hoge Commissaris voor Strategie en Planning, het Haut-Commissariat au Plan, publiceerde op 9 februari 2026 een bijzonder scherpe analyse van de Chinese concurrentiedruk . Daarin wordt de industriële opmars van China omschreven als een ‘stoomwals’ die delen van de Europese industrie dreigt te verpletteren.
Volgens het rapport kan op de Europese binnenlandse markt tot 55% van de industriële productie op middellange termijn worden blootgesteld aan Chinese concurrentie als de huidige trend doorzet . Vooral sectoren als machinebouw, auto’s, chemie en elektronica worden genoemd. De blootstelling zou in Duitsland zelfs rond 70% kunnen liggen, tegenover ongeveer 60% in Italië, 50% in Spanje en 36% in Frankrijk .
Het Franse rapport noemt twee vergaande opties: een algemeen Europees tarief van 30% op Chinese import, of een daling van de euro met 20 tot 30% tegenover de renminbi . Ook stelt de analyse dat Chinese fabrikanten goederen ongeveer vier keer sneller en tegen ongeveer een kwart van de Europese kosten kunnen produceren .
De zorgen zijn niet beperkt tot Duitsland en Frankrijk. De Italiaanse brancheorganisatie UCIMU, die fabrikanten van metaalbewerkingsmachines vertegenwoordigt, riep de EU op 27 juli 2026 op om de handelsbescherming tegen Chinese producenten dringend te versterken .
Volgens UCIMU zijn de Chinese exporten van metaalbewerkingsmachines sterk gestegen, terwijl het Italiaanse aandeel in de wereldexport en de verkoop aan China zijn afgenomen . De organisatie vreest dat Europa zonder strengere maatregelen zijn strategische positie in deze hoogwaardige sector verder verliest.
Eerder, op 26 mei 2026, drongen Frankrijk, Italië en Spanje samen met andere EU-landen aan op snellere en strengere hervormingen van de Europese handelsbescherming tegen goedkope Chinese import .
De EU is inmiddels begonnen met concrete tegenmaatregelen. Sinds 1 juli 2026 bedraagt het tarief op staalimport 50%, terwijl de quota voor tariefvrije invoer zijn gehalveerd. Op dezelfde dag kwam er bovendien een heffing van €3 op elk klein pakket dat de EU binnenkomt. Die maatregel raakt vooral webplatforms zoals Shein en Temu .
De Europese Commissie bespreekt daarnaast een bredere koerswijziging om Europese industrie beter te beschermen tegen de sterke groei van de Chinese uitvoer . De uitdaging voor Brussel is daarbij tweeledig: Europese bedrijven beschermen zonder een volledige handelsoorlog met China uit te lokken.
China verwerpt de Europese en Amerikaanse beschuldigingen dat zijn industrie structureel te veel produceert. Dat debat speelt vooral in sectoren als elektrische auto’s, staal en groene technologie.
Volgens de Chinese officiële lezing wordt de industriële productie gedreven door marktvraag, innovatie en concurrentiekracht, niet door door de staat aangestuurde overproductie. Die tegengestelde interpretaties vormen een terugkerend twistpunt in de handelsdialoog tussen China, de EU en de Verenigde Staten.
Duitsland beweegt van een algemene China-strategie naar een gerichte beoordeling van economische risico’s. Het recordtekort van €87 miljard, de kwetsbaarheid voor grondstoffenbeperkingen en de opmars van Chinese bedrijven in industriële kernsectoren hebben de discussie versneld.
Frankrijk en Italië voeren de druk op Brussel verder op, terwijl de EU al enkele handelsbarrières heeft verhoogd. De inzet is niet langer alleen meer handel met China, maar ook de vraag hoeveel strategische afhankelijkheid Europa zich nog kan veroorloven.