Vanaf het record in juni was de Nikkei dinsdagmiddag 14,5% gedaald. Een zwakkere yen, die Japanse exporteurs doorgaans ondersteunt, kon de daling niet stoppen omdat vooral de hoog gewaardeerde chipbedrijven werden verkocht .
De bredere Topix verloor 2,52% en eindigde op 3.963,59 punten . Andere marktberichten meldden een daling van ongeveer 2,3% tot circa 3.973 punten . Het verschil tussen de Nikkei en de Topix is belangrijk: de Nikkei is prijsgewogen en reageert daardoor relatief sterk op bewegingen in enkele dure aandelen.
De verkoopgolf concentreerde zich op de halfgeleiderbedrijven die een grote invloed hebben op de Nikkei 225 . Advantest daalde meer dan 8% en Tokyo Electron verloor ruim 9% . Kioxia zakte volgens een afzonderlijk marktbericht zelfs 18%, terwijl SoftBank meer dan 6% verloor .
Daardoor was de daling van de Nikkei niet alleen een brede reactie op economisch nieuws. De samenstelling van de index versterkte het effect: een relatief kleine groep dure chip- en AI-aandelen trok de Japanse graadmeter extra hard omlaag.
In het weekend van 25 en 26 juli meldde The Wall Street Journal dat Nvidia gesprekken voerde over een financiële waarborg van ongeveer 250 miljard dollar voor OpenAI. Daarmee zou de maker van ChatGPT een datacenterproject van 10 gigawatt kunnen leasen dat wordt ontwikkeld door de energie-dochter van SoftBank .
Nvidia zou daarnaast betrokken zijn bij financiering voor ongeveer 350 miljard dollar aan chip aankopen door OpenAI. Samen maken de gemelde transacties deel uit van een bredere reeks AI-deals met een waarde van meer dan 750 miljard dollar .
Dat wakkerde de discussie over ‘circulaire AI-financiering’ opnieuw aan. De kern van die zorg: een chipproducent helpt een klant financieel, waarna die klant met dat geld opnieuw chips van dezelfde producent koopt. Volgens sceptische beleggers kan zo kunstmatige vraag ontstaan, zonder dat de uiteindelijke inkomsten van AI-diensten hoog genoeg zijn om de investeringen te dragen . Bloomberg wees eerder in 2026 al op dit type constructie als een risico voor de AI-boom .
Nvidia verloor op maandag 27 juli ongeveer 5% in New York . Een dag later verspreidde de twijfel zich verder door de Aziatische markten.
Een dag voor de nieuwe verkoopgolf berichtte The Information dat een staatsgesteund bedrijf uit Shanghai was begonnen met de massaproductie van immersie-machines voor deep-ultravioletlithografie, oftewel DUV. Dit zijn belangrijke machines voor de productie van halfgeleiders; de markt wordt al lange tijd gedomineerd door de Nederlandse fabrikant ASML .
Volgens het bericht zouden de eerste machines dit jaar worden geleverd aan Chinese chipproducenten als SMIC, Hua Hong en CXMT . De ontwikkeling betekent niet automatisch dat Chinese apparatuur technisch op hetzelfde niveau staat als de systemen van ASML, maar beleggers zagen er wel een teken in dat China zijn afhankelijkheid van buitenlandse technologie probeert te verkleinen.
ASML verloor ongeveer 6,8%. Ook Amerikaanse producenten van chipapparatuur, waaronder Applied Materials, Lam Research en KLA, kwamen scherp onder druk te staan . In Azië vergrootte het nieuws de vrees dat producenten van westerse en Japanse apparatuur op termijn marktaandeel of prijszettingsmacht kunnen verliezen .
De geheugensector stond al onder druk voordat de Aziatische handel op 28 juli begon. SanDisk verloor op maandag 11% en ook Micron ging fors omlaag. De Philadelphia Semiconductor Index daalde die dag 4,2% .
In Zuid-Korea zette de verkoopgolf door. SK Hynix verloor ongeveer 11% en Samsung Electronics meer dan 8% . Beleggers vreesden dat de Chinese geheugenchipproducent CXMT zijn productie opvoert terwijl een overschot aan NAND-geheugen de prijzen al onder druk zet .
Een groter aanbod is vooral problematisch wanneer de vraag naar datacenters, smartphones en andere elektronische toepassingen minder snel groeit dan verwacht. Dan kunnen producenten wel meer chips leveren, maar tegen lagere prijzen en met kleinere marges.
Een Bloomberg-index van Aziatische halfgeleideraandelen daalde dinsdag tot 7,5% . Ook Nasdaq 100-futures stonden vóór de opening van de Amerikaanse markt 1% lager .
Achter de afzonderlijke nieuwsberichten zat dezelfde fundamentele twijfel: kunnen de enorme kapitaaluitgaven voor AI-datacenters voldoende rendement opleveren? Beleggers keken niet alleen naar de verkoop van chips, maar ook naar de financiering achter die verkoop en naar de uiteindelijke inkomsten van bedrijven die de datacenters gebruiken .
De gemelde Nvidia-OpenAI-constructie maakte de financieringsvraag zichtbaar. De Chinese DUV-doorbraak zette vraagtekens bij de toekomstige machtspositie van chipapparatuurproducenten. En de zorgen over NAND-oversupply suggereerden dat het aanbod in delen van de sector mogelijk sneller groeit dan de echte vraag. Samen vormden die factoren de katalysator voor een wereldwijde herwaardering van chip- en AI-aandelen .