De gerapporteerde winst per aandeel kwam uit op $1,61 en het nettoresultaat op $2,507 miljard . De kerncijfers over het kwartaal waren daarmee sterk genoeg om zorgen over de pijplijn na de mislukte Wainua-studie tijdelijk naar de achtergrond te drukken.
Over de eerste zes maanden van het jaar rapporteerde AstraZeneca:
De divisies Oncologie en Zeldzame ziekten waren de belangrijkste groeiers. Zij compenseerden de terugval in de biofarmaceutische activiteiten, waar AstraZeneca onder meer last had van het verlies van exclusiviteit voor Farxiga in de Verenigde Staten en van volumegerichte inkoop in China .
De kankerportfolio was opnieuw een van de duidelijkste pluspunten. Vooral Imfinzi en Enhertu droegen bij aan de vraag en de omzetgroei . Enhertu wordt samen met Daiichi Sankyo ontwikkeld en verkocht; de hogere opbrengsten uit dergelijke samenwerkingen droegen ook bij aan de stijging van de alliantie-omzet .
AstraZeneca meldde daarnaast een belangrijke vooruitgang in zijn eigen oncologiepijplijn. Het volledig eigen antilichaam-geneesmiddelconjugaat — een zogenoemde ADC, waarbij een antilichaam een kankerdodend middel gericht naar tumorcellen brengt — sonesitatug vedotin (soniV) behaalde een overlevingsresultaat in een studie naar maagkanker. Het management schat de potentiële piekverkoop op $3 tot $5 miljard .
Voor AstraZeneca is dat meer dan alleen een positief onderzoeksresultaat. Het bedrijf wil aantonen dat de groei niet uitsluitend afhankelijk is van enkele bestaande blockbuster-medicijnen. Volgens het management biedt de brede oncologiepijplijn ruimte om tegenvallers in andere therapeutische gebieden op te vangen .
De grootste schaduw over de resultaten is de mislukte fase III-studie met Wainua (eplontersen), een middel dat AstraZeneca samen met Ionis Pharmaceuticals ontwikkelt.
Op 9 juli maakten de bedrijven bekend dat de CARDIO-TTRansform-studie bij patiënten met transthyretine-gemedieerde amyloïde cardiomyopathie — kortweg ATTR-CM, een zeldzame aandoening waarbij afwijkend eiwit zich in het hart ophoopt — het primaire werkzaamheidseindpunt niet had gehaald .
Dat eindpunt was een samengestelde maatstaf van cardiovasculaire sterfte en terugkerende cardiovasculaire gebeurtenissen. Wainua werd over het algemeen goed verdragen, maar leverde bovenop de bestaande standaardbehandeling geen statistisch significant voordeel op ten opzichte van placebo .
Het nieuws zorgde voor een scherpe reactie op het aandeel en bracht de waarde van AstraZeneca's pijplijn buiten de oncologie nadrukkelijker in beeld . Toch verwachten de meeste analisten geen ontwrichtende financiële impact. Wainua werd niet gezien als een van AstraZeneca's grootste toekomstige producten; schattingen wijzen erop dat de mislukte studie ongeveer 2% tot 4% van sommige waarderingsmodellen heeft verwijderd .
De boodschap van het management tijdens de kwartaalbespreking was dan ook dat de pijplijn voldoende gediversifieerd is. De positieve ADC-resultaten in de oncologie werden daarbij aangehaald als tegenwicht voor de Wainua-tegenslag .
AstraZeneca handhaafde zijn doel om in 2030 een jaaromzet van $80 miljard te behalen. Die ambitie werd in 2024 vastgesteld . CFO Aradhana Sarin zei dat het bedrijf volgens haar “heel duidelijk op schema” ligt om dat doel te halen .
De strategie steunt op meerdere pijlers:
2026 geldt tegelijk als een overgangsjaar. Het verlies van marktexclusiviteit voor oudere geneesmiddelen zet druk op de omzet, terwijl Amerikaanse prijsregulering en generieke concurrentie de vooruitzichten kunnen beïnvloeden . AstraZeneca rekent daarom voor heel 2026 nog altijd op een omzetgroei van middelhoog tot hoog enkelcijferig bij constante wisselkoersen en een groei van de kernwinst per aandeel met een laag dubbelcijferig percentage .
Topman Pascal Soriot benadrukte na de resultaten dat de Wainua-misser de langetermijnberekening volgens hem niet fundamenteel verandert. AstraZeneca verwacht bovendien meer dan twintig belangrijke onderzoeksresultaten in de komende achttien maanden .
AstraZeneca leverde in het tweede kwartaal een duidelijke winstmeevaller, terwijl de omzet ongeveer aan de verwachting voldeed. De oncologieactiviteiten — met Imfinzi, Enhertu en een veelbelovende eigen ADC-kandidaat — blijven het groeiverhaal dragen. De mislukte Wainua-studie is een reële pijplijntegenvaller, maar lijkt volgens de beschikbare analisteninschattingen geen bedreiging voor de financiële basis van het bedrijf.
De ambitie van $80 miljard omzet in 2030 blijft daarom overeind. De uitdaging is wel groter geworden: AstraZeneca zal de komende jaren moeten bewijzen dat nieuwe geneesmiddelen het verlies van exclusiviteit op oudere producten daadwerkelijk kunnen compenseren.