De eerste domino viel in de Verenigde Staten. Amerikaanse halfgeleideraandelen werden op 27 juli stevig verkocht, waarna de verliezen tijdens de Aziatische handel oversloegen naar Tokio en Seoel . Vooral de KOSPI is gevoelig voor de wereldwijde chipcyclus: Samsung Electronics en SK Hynix behoren tot de zwaarst wegende aandelen in de index.
Ook in Japan stonden chip- en AI-gerelateerde namen onder druk. De Nikkei verloor op een bepaald moment meer dan 2.500 punten, waarbij onder meer Kioxia, Tokyo Electron en Advantest de daling aanvoerden .
De tweede katalysator kwam uit Shanghai. ChangXin Memory Technologies (CXMT), een Chinese producent van DRAM-geheugenchips, schoot op de eerste handelsdag met 466 tot 471% omhoog . Daarmee werd opnieuw duidelijk dat China snel terrein probeert te winnen op een markt die lange tijd werd gedomineerd door Samsung, SK Hynix en Micron.
Voor beleggers betekende de beursintroductie meer dan alleen een opvallend koersrecord. Ze voedde de vrees dat de concurrentie in geheugenchips toeneemt en dat de winstmarges van de gevestigde producenten daardoor onder druk kunnen komen. Zuid-Koreaanse geheugenaandelen werden daarop opnieuw lager gewaardeerd .
SK Hynix verloor ongeveer 11%, nadat de in de VS verhandelde ADR's — Amerikaanse certificaten die het aandeel vertegenwoordigen — een recordlaagte bereikten en onder hun introductieprijs zakten . Samsung Electronics daalde 9,15% .
De markt kijkt inmiddels ook naar de manier waarop de AI-infrastructuur wordt betaald. De grote technologiebedrijven die AI-diensten aanbieden — de zogenoemde hyperscalers — investeren honderden miljarden in datacenters, chips en energievoorziening. Beleggers vrezen dat een deel van die investeringen met schulden wordt gefinancierd.
Als de opbrengsten van AI-toepassingen achterblijven bij de verwachtingen, kunnen die bedrijven hun investeringsplannen moeten afremmen. Dat zou vervolgens de vraag naar chips verminderen. Zo ontstaat een mogelijk circulair financieringsrisico: de vraag naar AI-hardware is dan deels afhankelijk van geleend geld en voortdurende investeringen, in plaats van van bewezen kasstromen . Reuters noemde oplopende zorgen over de financiering van AI-infrastructuur een belangrijke factor achter de koersdalingen van 28 juli .
Een eerdere afwikkeling van een hefboom-ETF voor Zuid-Koreaanse halfgeleiders, op 23 juni, liet bovendien zien hoe snel overvolle posities en veelvuldig gebruik van geleend geld een daling kunnen versterken . Volgens analisten markeert dit een nieuwe fase voor de AI-handel: beleggers stellen nu moeilijkere vragen over waarderingen en rendement, in plaats van uitsluitend te vertrouwen op het groeiverhaal rond AI .
De reactie op de cijfers van Samsung maakte de veranderde stemming duidelijk. Het bedrijf voorspelde voor het tweede kwartaal een operationele winst van 89,4 biljoen won, omgerekend 58,4 miljard dollar — bijna negentien keer zoveel als een jaar eerder . Toch daalde het aandeel op dat nieuws bijna 7% .
De boodschap van de markt was helder: veel van de toekomstige AI-groei lijkt al in de koersen verwerkt. Een sterk resultaat is dan niet langer automatisch goed nieuws; het moet de uitzonderlijk hoge verwachtingen ook nog overtreffen.
Hetzelfde patroon was zichtbaar bij Taiwan Semiconductor Manufacturing Company (TSMC). De chipproducent kwam met sterke resultaten, maar die wisten de hoge verwachtingen niet volledig waar te maken. Zorgen over stijgende kosten, hogere investeringen en vermoeidheid rond de jarenlange AI-rally wakkerden een nieuwe verkoopgolf aan .
De Zuid-Koreaanse beurs had eerder dit jaar nog de reputatie van een van de sterkste aandelenmarkten ter wereld. Begin juli belandde de KOSPI echter in een berenmarkt, nadat internationale beleggers kritischer waren geworden over AI-aandelen en de hoge concentratie in de index .
Samsung Electronics en SK Hynix vertegenwoordigen samen meer dan de helft van de totale beurswaarde van de KOSPI . Wanneer beleggers massaal afstand nemen van geheugenchips en AI-infrastructuur, krijgt daardoor niet alleen de technologiesector maar vrijwel de hele index een klap.
Elk kwartaalrapport van een groot technologiebedrijf kan de volatiliteit verder aanwakkeren. Zo leidde Meta's plan om AI-rekenkracht aan klanten te verkopen eerder tot zorgen over overcapaciteit, waarna Aziatische chipaandelen op 2 juli onderuitgingen . De resultaten van TSMC op 16 juli boden evenmin voldoende geruststelling .
De markt kijkt nu naar Nvidia, Apple en andere hyperscalers. Hun cijfers moeten aantonen dat de groei van AI-inkomsten hoog genoeg blijft om een investeringsgolf van meer dan 1 biljoen dollar in de sector te rechtvaardigen . Volgens de Prime Services-desk van Goldman Sachs bouwden hedgefondsen hun blootstelling aan technologie al af in aanloop naar het cijferseizoen .
De val van de Nikkei en de KOSPI op 28 juli was de meest heftige uitbarsting tot dusver van een correctie die al sinds begin juni 2026 in de maak is. Drie risico's kwamen daarbij samen: een nieuwe Chinese concurrent in geheugenchips, waarderingen die weinig ruimte laten voor teleurstellingen en vragen over de financiering van de AI-infrastructuur.
Dat betekent niet automatisch dat de AI-sectorfundamenten zijn verdwenen. Wel is de lat voor bedrijven en beleggers hoger komen te liggen. Sterke omzet- en winstcijfers zullen mogelijk niet volstaan; de markt wil ook bewijs zien dat de enorme investeringen daadwerkelijk duurzame rendementen opleveren. Als de komende Big Tech-resultaten geen overtuigende positieve verrassing brengen, kan de herwaardering van AI- en halfgeleideraandelen verder doorzetten.