De directe aanleiding was een voorzichtige ontspanning tussen de Verenigde Staten en Iran. Washington pauzeerde de luchtaanvallen op Iran, terwijl Teheran aangaf de vergeldingsaanvallen in het Midden-Oosten te stoppen . Handelaren zagen daarin een mogelijke terugkeer naar het staakt-het-vuren van 17 juni — een akkoord dat op 8 juli was mislukt — en dus een kans op normalisering van het energieverkeer door de Straat van Hormuz .
De conclusie voor Europa is echter minder geruststellend: de prijsdaling was vooral een door sentiment gedreven opluchtingsrally. De fysieke schade aan de energievoorziening is er nog altijd.
Drie factoren versterkten elkaar.
1. De-escalatiesignalen tussen de VS en Iran.
De tijdelijke stopzetting van Amerikaanse aanvallen en het signaal uit Teheran dat vergeldingsacties zouden worden beëindigd, haalden een deel van de geopolitieke risicopremie uit de markt . Dat was de belangrijkste reden voor de scherpe beweging.
2. De gasprijs volgde de olieprijs.
Ook de markt voor ruwe olie kreeg een stevige verkoopgolf te verwerken. Brentolie daalde doordat handelaren rekening hielden met een kleinere kans op verstoringen van energieroutes in het Midden-Oosten . Europese gasprijzen bewogen vervolgens in dezelfde richting.
3. Hoop op heropening van de Straat van Hormuz.
De strategische zeestraat was na het akkoord van 17 juni gedeeltelijk weer toegankelijk geworden, maar raakte na 8 juli opnieuw verstoord. Elk signaal dat de doorvoer kan herstellen, vermindert het risico dat LNG-ladingen Europa niet bereiken . De markt hoopt bovendien dat diplomatieke druk de uitvoer van Qatarees LNG uit de Perzische Golf opnieuw mogelijk maakt .
Daarmee liep vooral de zogenoemde vredespremie terug. Dat betekent niet dat de onderliggende aanbodschade is verdwenen.
De Europese gasopslagen bevinden zich voor deze fase van het vulseizoen op een van de laagste niveaus in jaren. De belangrijkste cijfers:
De Europese Commissie meldde op 1 juli via de Gas Coordination Group dat er op dat moment geen directe zorgen waren over de leveringszekerheid voor de winter van 2026/27. Volgens de groep zou een vullingsgraad van 80% al voldoende zijn om de komende winter door te komen. Tegelijkertijd erkende de Commissie dat de voorraden onder het gemiddelde van de periode vóór de energiecrisis liggen .
Dat onderscheid is belangrijk: er is volgens de Commissie geen onmiddellijke noodsituatie, maar de veiligheidsmarge is wel kleiner dan normaal.
Raketaanvallen op de installatie van Ras Laffan in Qatar beschadigden in maart 2026 productietreinen 4 en 6. Daardoor ging 17% van de Qatarese LNG-exportcapaciteit verloren, goed voor ongeveer 12,8 miljoen ton per jaar. Herstel zou drie tot vijf jaar kunnen duren .
QatarEnergy heeft zich op overmacht — force majeure — beroepen en bereidt volgens berichtgeving een verlenging daarvan tot medio oktober 2026 voor . Dit is geen verstoring die met een kort bestand kan worden opgelost. Europese afnemers krijgen bovendien rechtstreeks met de gevolgen te maken: het Italiaanse energiebedrijf Edison meldde dat QatarEnergy vier extra LNG-ladingen voor de Adriatic LNG-terminal tot begin september achterhield. In totaal gaat het om 21 getroffen ladingen, samen goed voor ongeveer 2,7 miljard kubieke meter aardgas .
Europese kopers moeten voor die schaarse LNG-ladingen concurreren met afnemers in Azië. Daardoor blijft de markt gevoelig voor nieuwe verstoringen, ook als de gevechten tijdelijk afnemen.
Het bestand van 17 juni zorgde aanvankelijk voor een gedeeltelijke heropening van de zeestraat. Nadat op 8 juli nieuwe Amerikaanse en Iraanse aanvallen begonnen, viel die verbetering weer weg . Het scheepvaartverkeer was kortstondig opgelopen tot ongeveer 30 schepen per dag, maar vertraagde daarna opnieuw .
Begin juli werd bovendien een LNG-tanker van QatarEnergy in de zeestraat aangevallen. Qatar besloot daarop de plannen om de LNG-productie snel op te voeren tijdelijk stil te leggen . Een nieuwe volledige sluiting zou bijna 20% van de wereldwijde LNG-stromen die door deze waterweg gaan, kunnen afsnijden .
De recente ontwikkeling volgt een terugkerend patroon: bestand, gedeeltelijke heropening, nieuwe escalatie en vervolgens opnieuw aanvallen. Het akkoord van 17 juni hield slechts drie weken stand voordat het op 8 juli uiteenviel .
De pauze van afgelopen weekend wordt bovendien omschreven als een stopzetting van de aanvallen, niet als een formele verlenging van het bestand. De gasmarkt ziet dit daarom als een kwetsbare wapenstilstand en niet als een duurzame oplossing .
Aan Iran gelieerde Houthi-strijders hebben in 2026 herhaaldelijk energie-infrastructuur in Saudi-Arabië aangevallen . Zolang de regionale veiligheidssituatie instabiel blijft, vormen aanvallen op installaties van Saudi Aramco een risico dat olie- en gasprijzen tegelijk kan opdrijven .
De daling van maandag is goed nieuws voor Europese huishoudens en bedrijven die met hoge energiekosten kampen. Toch verandert één rustige handelsdag weinig aan de onderliggende situatie.
Europa kijkt de winter van 2026/27 tegemoet met relatief lage gasvoorraden, ongeveer 14 procentpunt onder het seizoensgemiddelde. Daarbovenop komt een structureel verlies van 17% van de Qatarese LNG-exportcapaciteit, mogelijk voor drie tot vijf jaar. De doorvoer via de Straat van Hormuz blijft onzeker en de dreiging van nieuwe aanvallen in de Golf is niet verdwenen.
De markt heeft maandag een deel van de geopolitieke risicopremie ingeleverd. De fysieke risico's voor de Europese energievoorziening zijn daarmee echter nog niet van tafel.