De eerdere FIFA-ethieklacht (december 2025) — FairSquare diende op 8 december 2025 eerst een klacht in bij de FIFA-ethiekcommissie. Daarin werd Infantino ervan beschuldigd artikel 15 van de FIFA-ethiekcode over politieke neutraliteit herhaaldelijk te hebben overtreden. De klacht richtte zich op vier openbare verklaringen die Infantino ten gunste van Donald Trump had afgelegd, waaronder het toekennen van de FIFA Peace Award aan Trump in december 2025 .
De nieuwe IOC-klacht (14 juli 2026) — FairSquare bracht de zaak vervolgens voor de ethische commissie van het IOC. De organisatie stelde dat Infantino vijf keer de politieke neutraliteitsregels van het IOC had overtreden, regels die worden beschouwd als "fundamentele beginselen van de olympische beweging" . De belangrijkste beschuldigingen waren:
Op 1 juli 2026 ontving de Amerikaanse spits Folarin Balogun een directe rode kaart tijdens een achtste finale tegen Bosnië en Herzegovina. Dat leidde automatisch tot een schorsing van één wedstrijd, volgens de FIFA-regels . Na de wedstrijd belde president Trump met Infantino en drong hij aan op herziening van de schorsing
. Op 5 juli zette de tuchtcommissie van de FIFA de schorsing van Balogun om in een "voorwaardelijke straf", waardoor hij toch mocht meespelen in de achtste finale tegen België
. De ommezwaai leidde tot brede kritiek. De Belgische voetbalbond liet weten dat het geen enkele uitleg had gekregen voor het besluit
.