Vijf maanden later zag het beeld er heel anders uit. Op 23 juli zakte de prijs voor het eerst onder 90 pence per pond nominale waarde. De obligatie werd volgens Bloomberg indicatief verhandeld op 89,978 pence en had daarmee meer dan 10% van haar nominale waarde verloren . De opslag boven de risicovrije Britse staatsrente liep bovendien op tot een record van 139,8 basispunten .
De daling was geen gevolg van één mislukte transactie. De obligatie kwam tegelijk onder druk te staan van twee kanten: hogere staatsrentes en een stortvloed aan nieuwe schulden voor kunstmatige intelligentie.
Obligatiekoersen bewegen doorgaans omgekeerd aan de rente. Wanneer nieuwe obligaties een hogere rente bieden, worden bestaande obligaties met een lagere effectieve opbrengst minder aantrekkelijk en daalt hun marktprijs.
Bij een obligatie die pas in 2126 afloopt, is dat effect uitzonderlijk sterk. De resterende looptijd is de langste van alle investmentgrade-bedrijfsobligaties van benchmarkomvang. Bloomberg rapporteert dat de prijs bij een rentestijging van 1 procentpunt theoretisch ongeveer 15 pence kan dalen . In de obligatiemarkt wordt die gevoeligheid aangeduid met de term duration.
De Britse staatsrentes liepen in de eerste helft van 2026 op door zorgen over inflatie en het begrotingstekort . Ook in de Verenigde Staten stegen de rentes fors. Het rendement op tienjarige Amerikaanse staatsobligaties kwam eind juli uit op 4,71%, het hoogste niveau sinds januari 2025. De dertigjaarsrente bereikte 5,19% .
De oplopende olieprijs speelde daarbij een belangrijke rol. Door de escalerende spanningen in het Midden-Oosten steeg Brentolie opnieuw richting 100 dollar per vat. Beleggers vreesden daardoor voor nieuwe inflatiedruk en hielden rekening met ongeveer twee renteverhogingen van de Federal Reserve voor het einde van het jaar . Hogere verwachte rentes betekenen hogere discontovoeten — en dus extra zware tegenwind voor een obligatie die honderd jaar loopt.
Tegelijkertijd lenen technologiebedrijven op ongekende schaal om datacenters, chips en andere AI-infrastructuur te financieren. Alphabet trok in februari 2026 ongeveer 32 miljard dollar aan financiering aan in verschillende valuta. Oracle haalde 25 miljard dollar op, terwijl vijf grote technologiebedrijven samen goed waren voor circa 159 miljard dollar aan obligatie-uitgiftes .
Dat grote aanbod kan bestaande obligaties onder druk zetten. Beleggers hebben meer nieuwe leningen om uit te kiezen, terwijl uitgevers vaak een hogere rente of een ruimere kredietopslag moeten bieden om vraag aan te trekken. Daardoor kunnen ook de koersen van eerder uitgegeven obligaties dalen en kunnen kredietspreads breder worden.
Strategen zagen de honderdjarige obligatie van Alphabet bovendien als een teken van het optimisme — of de ‘exuberance’ — op de kredietmarkt. Technologiebedrijven financieren hun AI-wedloop steeds nadrukkelijker met schuld, in plaats van uitsluitend met kasstromen of eigen vermogen .
De dubbele druk is inmiddels zichtbaar bij andere grote technologie- en cloudbedrijven. Aan de ene kant drukken hogere rendementen op Amerikaanse staatsobligaties en Britse staatsleningen de waarde van langlopende bedrijfsobligaties mechanisch omlaag. Aan de andere kant maakt de voortdurende AI-uitgifte de markt voller en beleggers selectiever.
Een opvallend signaal kwam op 24 juli. BlackRock begon toen een obligatieverkoop van 12,3 miljard dollar om een datacenterproject voor Meta in El Paso, Texas, te financieren. De transactie zou volgens berichtgeving op ‘zachte vraag’ van beleggers zijn gestuit — een aanwijzing dat de markt moeite krijgt om het enorme aanbod aan AI-gerelateerde schuld te absorberen .
De koersval van Alphabets eeuwigdurende — maar niet eeuwigdurende — lening laat vooral zien hoe kwetsbaar extreem langlopende obligaties zijn voor veranderingen in de rente. De kredietwaardigheid van Alphabet hoeft daarvoor niet plotseling te verslechteren: een relatief kleine beweging in de marktrente kan al een grote koersbeweging veroorzaken.
Daarbovenop komt een structureel risico. Zolang technologiebedrijven massaal blijven lenen voor AI-datacenters, kan een overaanbod aan obligaties de financieringskosten verhogen en de kredietspreads verder opdrijven. De markt krijgt daarmee te maken met een dubbele tegenwind: hogere discontovoeten drukken de prijzen, terwijl de schuldfinanciering van de AI-investeringen de vraag naar nieuwe uitgiftes afremt.
Kort samengevat: de obligatie van Alphabet daalde door de harde rekenkunde van een extreem lange duration in een omgeving met stijgende rentes. De golf aan AI-schuld versterkte die beweging en maakte duidelijk dat zelfs investmentgrade-techobligaties niet immuun zijn voor een verzadigde kredietmarkt.